Pas op met conclusies over jongens, hersens zijn erg flexibel

Illustraties Cyprian Koscielniak

Goed onderwijs pint een leerling niet vast op sekse

Moeten we niet voorzichtig zijn met aannames over aangeboren talenten? (Opinie & Debat, 5 januari). Niet lang geleden werden meisjes geacht geen wiskundeknobbel te hebben. Inmiddels is deze achterstand weggewerkt.

Ik zou dus uitkijken met conclusies trekken over wat specifiek voor jongens is op basis van hun hersenontwikkeling. Hersens ontwikkelen zich in interactie met hun omgeving. Het gedrag dat je de meeste aandacht geeft en beloont, ontwikkelt zich het beste.

De verschillen tussen jongens onderling (en meisjes onderling) zijn vele malen groter dan de verschillen tussen jongens als groep en meisjes als groep. En voor schoolsucces is niet sekse de beste voorspeller, maar nog steeds het opleidingsniveau van de ouders.

Wat is er dan gaande met jongens in het onderwijs? Sommige van die vaak intelligente jongens zijn niet te motiveren en zijn gevoelig voor de straatcultuur die een overzichtelijke macho-identiteit biedt, waarbij school niet cool is.

Goed onderwijs pint een leerling niet vast op sekse en de hierbij behorende stereotypen. We doen jongens tekort als we geen hoge verwachtingen van hen hebben, maar ook als we alleen echte mannen voor de klas zetten en hun ‘het feminiene gezemel’ onthouden. Hersens zijn vet flexibel, weet je wel!

Loes Lauteslager

Amsterdam

Jongens maken hun achterstand later goed

In hun stuk over het achterblijven van jongens in het middelbaar onderwijs reppen Sevenster en Schouten niet over het feit dat jongens hun achterstand in hun werkzame leven weer ruimschoots goedmaken.

Nog altijd worden hoge posten binnen het bedrijfsleven en openbaar bestuur voornamelijk ingenomen door mannen. Deze maatschappelijke werkelijkheid is ook in het middelbaar onderwijs zichtbaar – de havo-hbo opgeleide leraar wordt schoolleider, de gymnasium-universiteit opgeleide lerares blijft voor de klas staan.

Hoewel dit voor een school een zegen is – leerlingen krijgen les van hoogopgeleide docenten – lijkt het mij niettemin belangrijk dat bij meisjes voldoende zelfvertrouwen gekweekt wordt om hen te laten inzien dat zij wel degelijk geschikt zijn voor hoge maatschappelijke posten. Ik bepleit meer aandacht voor meisjes in het middelbaar onderwijs.

Drs. A.M. Rappange

Amsterdam

Realiteit over jongens en meisjes is heel anders

De werkelijkheid is volstrekt anders dan Sevenster en Schouten beweren. De prestaties van jongens in het basis- en middelbaar onderwijs zijn de afgelopen decennia nauwelijks veranderd of zijn vooruit gegaan.

Vergeleken met vroeger blijven leerlingen – en dus ook jongens – minder zitten en gaan ze naar hogere niveaus. De examenprestaties van jongens op het centraal examen blijven al decennialang op peil. Meisjes hebben juist een inhaalslag gemaakt: ze lopen hun achterstand in en behouden hun voorsprong op het gebied van studiesnelheid en zittenblijven. Meisjes krijgen hiervoor evenwel geen waardering. De aandacht gaat eenzijdig uit naar ‘de achterstand van jongens’. Relatief kleine verschillen worden tot een probleem gemaakt en leiden tot een enorme stereotypering.

Karin Bügel

Horssen