Oudere grafheuvels liggen in lijnen, jongere in groepjes

De prehistorische grafheuvels in Nederland zijn niet zo maar willekeurig aangelegd. De vroegste grafheuvels lagen bewust in lange rechte lijnen. Later bepaalde de aanwezigheid van heide waar grafheuvels werden aangelegd. Dat blijkt uit onderzoek van de Belgische archeoloog Quentin Bourgeois, die afgelopen donderdag is gepromoveerd aan de Universiteit van Leiden.

Tussen 2800 en 1100 voor Christus zijn in Nederland duizenden grafheuvels opgeworpen. Daarvan zijn nu nog enkele honderden heuvels in meer en mindere mate zichtbaar, met name op de Veluwe en in de Kempen. Bourgeois heeft onderzocht hoe dit grafheuvellandschap tot stand is gekomen.

Op het eerste gezicht lijkt er geen sprake te zijn geweest van enig systeem. Her en der liggen groepen grafheuvels. Maar door de verschillende heuvels nauwkeurig te dateren ontstaat er volgens Bourgeois toch een patroon.

Het blijkt dat tussen 2800 en 2500 voor Christus de grafheuvels in soms tot zes kilometer lange rechte lijnen werden aangelegd. Vaak liep er een weg langs en eerdere onderzoekers hebben daarom geopperd dat deze vroege grafheuvels met opzet langs die weg zijn aangelegd. Anderen meenden dat de lijnen op de midwinterzonsondergang en de midzomerzonsopgang waren georiënteerd. Bourgeois stelt echter dat de creatie van een rechte lijn het belangrijkste doel was: door langs de heuvels te lopen ervoer men de aanwezigheid van vroegere generaties.

Aan de buitenkant waren alle heuvels gelijk; ze waren even groot en voorzien van een greppel en een palissade. Na analyse van de zichtlijnen concludeert Bourgeois wel dat sommige heuvels beter van grote afstand zichtbaar waren dan andere. Mogelijk had dat met genealogie of hiërarchie te maken.

Tussen 2000 en 1800 voor Christus werden nauwelijks meer grafheuvels gebouwd. Wel bleef men de bestaande heuvels als oude grafmonumenten beschouwen, waarin zo nu en dan ook nog iemand werd bijgezet.

Daarna brak weer een bloeiperiode aan. In vierhonderd jaar werden talloze grafheuvels opgeworpen. Niet meer in rechte lijnen, maar in groepjes. In alle heuvels, ook de oude, werden voortaan meerdere doden begraven. Uit pollenonderzoek en nog niet afgerond promotieonderzoek van Bourgeois’ collega Marieke Doorenbosch blijkt dat de grafheuvels altijd in heidegebied zijn aangelegd.

De aanwezigheid van heide wijst op menselijk ingrijpen, in dit geval is de heide waarschijnlijk vooral ontstaan door het laten grazen van dieren. Volgens Bourgeois werden de graasgebieden dus tegelijkertijd ook als een soort dodenakkers gebruikt.

Voor alle perioden geldt dat de gemeenschappen die de grafheuvels opwierpen bewust het landschap wilden markeren. Langzamerhand kregen de grafmonumenten een plaats in hun collectieve geheugen.

Theo Toebosch

    • Theo Toebosch