Nooit meer opgesloten op een eiland

Cubanen mogen voortaan hun socialistische eiland verlaten. Toch wordt er geen exodus verwacht. De meeste inwoners hebben helemaal geen geld voor een reis.

A woman fanning herself while smoking a cigar in Havana, Cuba. October 11, 2011. Photo by Moshe Shai/FLASH90. *** Local Caption *** äååàðä Moshe Shai/Hollandse Hoogte

Nog even, dan verruilt Joan Molina de warme Caraïbische winter van Cuba voor de besneeuwde straten van Toronto. De 36-jarige kok gaat naar zijn Canadese vrouw. Ze trouwden een jaar geleden in Havana. Nu kan hij eindelijk naar haar toe. De kou is een minpunt, zegt hij, maar liefde overwint alles.

Molina mag vanaf maandag voor het eerst in zijn leven naar het buitenland reizen. Zonder toestemming van de regering. Vijftig jaar lang konden Cubanen het socialistische eiland alleen verlaten met een duur en moeilijk te krijgen uitreisvisum. Die beperking is opgeheven door president Raúl Castro. Het is een historisch hervorming die wordt vergeleken met het opheffen van de reisbeperkingen in Hongarije in het voorjaar van 1989 – het begin van de val van de Muur. Cubanen kunnen straks naar geliefden in het buitenland, naar familieleden, naar vrienden die illegaal vluchtten en nooit meer terug konden.

De Cubaanse psyche is getekend door een halve eeuw reisrestricties, zegt Alejandro Brugués, een jonge filmmaker in Havana: „Het is traumatisch om op een eiland te zitten en niet weg te kunnen.” De grootste verandering is dan ook mentaal, zegt hij: Cubanen voelen zich niet langer opgesloten.

Zo mogelijk nog ingrijpender is de bepaling dat Cubanen die stiekem het land verlieten nu weer terug mogen. Het gaat om honderdduizenden. Vaders die hun kinderen niet meer hebben gezien sinds ze in gammele bootjes de van haaien vergeven Straat van Florida overstaken. Honkballers die uit hotels ontsnapten tijdens buitenlandse toernooien. Dichters, dokters, schrijvers, dissidenten.

Brugués liet zich net als veel andere Cubaanse artiesten inspireren door het nationale dilemma tussen weggaan en blijven. In zijn film Personal Belongings (2006) is de jonge Ana achtergebleven in Cuba, haar familie is gevlucht. Zij is vastbesloten te blijven. Tot ze verliefd wordt op Ernesto, die ook weg wil. Een typisch Cubaans liefdesverhaal, zegt Brugués: „Als er één vertrekt, lijden er twee.” Bijna al zijn jeugdvrienden zijn vertrokken. Zijn vier broers wonen in de Verenigde Staten, net als een tante. Eén op de tien Cubanen is gemigreerd. „Het raakt iedereen.”

Toch wordt maandag geen exodus verwacht onder de 11 miljoen resterende inwoners. Het uitreisvisum van 150 Cubaanse peso (115 euro) mag dan afgeschaft zijn, veel mensen hebben geen geld om te reizen. Met maandsalarissen van 15 tot 20 peso is ook een vliegticket naar Amerika of Mexico te duur.

Dan is er nog een toegangsvisum nodig voor de plaats van bestemming. Veel landen stellen ook voor korte vakanties strenge eisen aan Cubanen, uit vrees dat ze blijven. Een aantal landen, zoals Ecuador, doet niet al te moeilijk. Iedereen is bang dat de regels strenger worden nu Cubanen niet meer door hun eigen regering worden tegengehouden.

De pasgetrouwde kok Molina mag dankzij zijn vrouw in Canada wonen. Hij ontmoette haar op de bruiloft van een neef, die met haar beste vriendin trouwde. Ook een Canadese. Zo gaat het vaker in Cuba, waar een gepassioneerde versiercultuur samenkomt met de praktische wens om te emigreren. „Mijn moeder is verdrietig dat ik wegga, maar ze is blij omdat ik haar een deel van mijn salaris ga sturen”, zegt Molina.

Volgens sceptici is dat de echte reden waarom president Castro het uitreisvisum heeft geschrapt: geld. Nu al krijgt de gemiddelde Cubaan jaarlijks omgerekend zo’n 200 peso van vrienden en familie in het buitenland – meer dan velen verdienen met hun karig betaalde staatsbaan.

De donaties uit het buitenland geven ook een impuls aan de prille vrije sector van Cuba. Emigranten geven vaak geld of leningen aan de kleine restaurantjes, kapperszaken en nagelsalons die sinds eind 2010 zijn toegestaan. Het is een uitweg voor de circa 1 miljoen ambtenaren die gefaseerd worden ontslagen bij de praktisch bankroete staat.

De afschaffing van het uitreisvisum gaat gepaard met beperkingen, zoals meestal het geval is bij de nieuwe vrijheden onder Raúl Castro. De belangrijkste restrictie geldt voor Cubanen van wie het ‘menselijke kapitaal nodig is voor de Revolutie’.

Dat kan opgaan voor belangrijke ambtenaren, voor leraren en artsen. De laatste groep kon altijd al moeilijk het eiland verlaten, tenzij ze werden uitgekozen voor het ‘dokters-voor-olie’ programma. De regering stuurt dokters en verpleegkundigen naar landen als Venezuela en Bolivia in ruil voor gesubsidieerde olie.

Voor de 30-jarige Daniel Verdecia was die reisbeperking een belangrijke reden om te stoppen met zijn studie medicijnen. Hij gaat ’s avonds naar een Franse talenschool en wil graag naar Canada, Frankrijk of Zwitserland. Hij heeft net 100 peso gespaard voor een paspoort. Maar om weg te kunnen moet hij eerst nog twee of drie jaar werken. „Het is een onmogelijke situatie”, zegt Verdecia. „In het buitenland kan ik geld verdienen. Maar ik heb geen geld om daar te komen.”

Een vrouw van 77 met een grote zonnebril en een lila vest staat op het punt naar Miami te reizen. Haar zoon woont al vijftien jaar in Amerika. „Ik krijg vast heimwee naar Cuba”, zegt ze. „Maar de jaren die ik nog heb, wil ik bij mijn zoon en kleinkinderen zijn.”

    • Ykje Vriesinga