Mijn huis begrijpt me niet

Mensen kunnen vaak slecht uitleggen wat ze van een huis verlangen. De Amerikaanse ontwerper Christopher Travis doet aan woontherapie.

Kan een slim ontworpen huis ervoor zorgen dat je minder ruzie maakt met je huisgenoten? Ja, zegt de Amerikaanse ontwerper Christopher Travis. Hij is ervan overtuigd dat architectuur ons gelukkiger kan maken. „Een huis dient om gelukkig in te worden, niet om jezelf te bewijzen.”

Het ging in 1992 niet goed met Chris Travis. De partners in zijn aannemersbedrijf gingen er met het geld vandoor en Travis was gedwongen doordeweeks zijn gezin in Houston achter te laten om in de Texaanse stad Round Top huizen op te knappen. Hij woonde er in een houten chalet, en ondanks al zijn besognes genoot hij van de avonden in zijn schommelstoel op het terras. „Ik voelde me veilig en tevreden”, vertelt hij in een skypegesprek. „Oprecht gelukkig, eigenlijk. Ik vroeg me af waar dat goede gevoel vandaan kwam. Ik ontdekte dat ik warme herinneringen had aan de avonden die ik als kind met mijn grootvader had doorgebracht onder een afdak op het terras.”

Toen zijn nieuwe bedrijf begon te groeien, vroeg Travis zijn klanten naar hun herinneringen en associaties. Na een tijdje stelde hij een vragenlijst samen van tien pagina’s, die hij gebruikte voor zijn eerste ontwerpen voor klanten. „En die werden bijna altijd goedgekeurd. In het begin was het nog nattevingerwerk. Ik stelde vragen op basis van mijn gezond verstand en eigen ervaringen. Maar na een paar jaar haalde ik er deskundigen en psychologen bij, en zo ontstond een uitgebreide enquête voor mijn klanten.”

Die zogeheten Truehome Workshop is inmiddels 140 pagina’s dik. Stellen krijgen ieder een eigen vragenlijst. Ze moeten daarnaast ook foto’s en knipsels verzamelen, noteren welke spullen ze al hun hele leven bij iedere verhuizing meenemen, en visualisatieoefeningen doen.

„Alles wat we meemaken geeft onze persoonlijkheid vorm”, zegt Travis. „En herinneringen associëren we met plekken. Soms is die associatie duidelijk, zoals bij mij op mijn terras, maar vaak blijven ze onbewust.”

Hij herinnert zich een koppel dat de hele tijd ruzie maakte over de kelder. „Hij wou er een, zij niet. Zij was ook geen fan van inloopkledingkasten of een afgesloten voorraadkast. Bleek dat ze claustrofobisch was, doordat ze als kind een paar traumatische ervaringen in gesloten ruimtes had gehad. Ze nam het haar man ook kwalijk dat hij zo’n gesloten ruimte in hun huis wilde bouwen. Dus bedacht ik een huis met veel ondiepe kasten en grote ramen. Om de echtgenoot een plek te geven waar hij zich kon terugtrekken, bouwden we een grote veranda. Dat deed hem ook denken aan fijne jeugdmomenten met zijn moeder.” Het is volgens Travis veel makkelijker om een ontwerp van een huis aan te passen „dan het karakter van je partner te veranderen”.

Helemaal origineel is Travis niet met zijn aanpak. Ook de modernist Richard Neutra beoefende wat hij ‘de kunst en wetenschap van klantenondervraging’ noemde. Hij legde zijn klanten vragenlijsten voor en schetste zo hun psychologische profiel.

Dat is een noodzakelijke stap, vindt Travis. „Als mensen een huis bouwen, loopt het vaak mis. Architecten hebben de reputatie diva’s te zijn die hun wil of visie opleggen en altijd een andere versie van hetzelfde huis bouwen. Vaak is dat ook zo, maar dat is niet helemaal hun eigen schuld. Ik heb zelf ook zo’n divafase doorgemaakt, en ik heb uitgezocht hoe dat komt. Mijn conclusie is dat het voor een deel aan de klanten ligt. Ze kunnen niet onder woorden brengen wat ze echt belangrijk vinden en vooral: wat hen echt gelukkig maakt.”

En als klanten hun wensen niet onder woorden kunnen brengen, doen architecten vaak maar wat, zegt Travis. „Dat kost handenvol tijd en geld. Het is veel efficiënter om exact te weten hoe de vork in de steel zit en een huis te ontwerpen dat perfect bij de klanten past. Zo kunnen we eenderde goedkoper werken.”

Emotie en budget

Dat laatste argument trekt de mannelijke klanten over de streep, vertelt Travis. „Vrouwen zijn graag bezig met de emotionele aspecten van hun omgeving. Mannen denken vaker in termen van techniek en budget. Het helpt als we kunnen uitleggen dat onze manier van werken geld en problemen bespaart.”

Travis vraagt niet alleen naar jeugdherinneringen en associaties, maar ook naar de visie van de klant op het leven. „Waar voelt hij zich welkom? Waar wordt hij rustig van? Wat is in zijn optiek overvloed en wat maakt hem zenuwachtig? Een vrouw vertelde bijvoorbeeld dat ze genoot van het gevoel van overvloed als ze aan het koken was, dus ontwierpen we een grote bijkeuken voor de uitgebreide voorraad die haar elke dag een beetje gelukkig maakt.”

Ook heel belangrijk is de relatie tussen de bewoners, en hoe ze met privacy en intimiteit omgaan. Travis wil weten van welke momenten zijn klanten het meest genieten, maar ook wat hun ergernissen zijn. Voor een stel dat ervan genoot om, voor de kinderen wakker werden, samen met een kop koffie de dag te bespreken, bouwde hij een soort koffiebar in de slaapkamer. „Zo eenvoudig kan het soms zijn. Je kunt de drukte van een gezin niet weghalen, maar je kunt de aangename aspecten van het leven wel benadrukken.”

Klanten zijn in het begin verbaasd over de uitgebreide vragenlijst, vertelt Travis. „Ze hebben geen idee dat je een woning kunt bedenken die hun echt op het lijf geschreven is.”

„Dankzij onze vragenlijst gaan klanten dromen van het leven dat een nieuw huis met zich mee kan brengen. Een huis is een plek om het leven te leiden waarvan je gelukkig wordt, niet om jezelf te bewijzen. Klanten vragen vaak een ontwerp dat past bij de mensen die ze willen zijn, niet bij wie ze écht zijn. Zelfkennis is daarom belangrijk.”

Zijn aanpak is soms confronterend, zegt Travis. Hij herinnert zich een vrouw die een peperdure, moeilijk te onderhouden keuken wilde. Want ze kookte graag, het liefst voor veel mensen. Maar na een paar gesprekken bleek dat die keuken vooral een kwestie van prestige en ijdelheid was, en dus koos ze uiteindelijk voor een goed geëquipeerde maar praktisch ingerichte keuken.”

Travis laat klanten ook reageren op fotoreeksen, bijvoorbeeld van gevels. „Vaak hebben we vooraf een beeld van hoe ons nieuwe huis er moet uitzien. Maar wat als blijkt dat zo’n gevel je geen welkom gevoel geeft? Voor een klant hebben we een soort torentje boven de slaapkamer gebouwd, omdat hij geweldige herinneringen had aan de kunststudio van zijn vader in een vuurtoren.”

Therapie

Is het therapeutische architectuur? „Misschien wel”, zegt Travis. „Ik ben ervan overtuigd dat architecten in de toekomst zullen moeten samenwerken met sociale en zelfs neurowetenschappers.” Travis verwachtte kritiek op zijn methode, maar die kwam er niet. Integendeel, de reacties waren overwegend goed. „Ik word regelmatig gevraagd om op architectuuropleidingen te spreken.”

Maar als Travis’ huizen zo persoonlijk zijn, moeten ze dan niet mee-evolueren met hun bewoners? „Dat doen huizen sowieso”, zegt hij. „Onze smaak verandert, dus zal ook ons interieur veranderen. Ook je inkomen speelt een rol. Ik heb amper jonge klanten. Tot je 35ste heb je het te druk met leven, dan ben je nog niet bezig met het bouwen van je eigen nest. Pas als je wat ouder wordt, leer je hoe belangrijk je omgeving is voor je welzijn.”

© De Standaard