Koopjesjacht in Cavaland

Bij de Hema vindt Harold Hamersma een Spanjaard die in het thuisland bijna het dubbele kost.

Wie een leuk stukje onroerend goed in Spanje wenst, kan zich nu oriënteren. Ruim 1,2 miljoen nieuwe huizen worden door de banken aangeboden tegen prijzen van twintig jaar geleden. De Spanjaarden zelf roeren zich ook overigens. Recentelijk meldde The New York Times dat wie in Spanje nog wel een baan, maar nog geen eigen huis heeft, nu zijn kans schoon ziet. Zo bood de Spaanse bank Banesto 1800 woningen aan met een korting van 80 procent.

Ook wie droomt van een eigen wijngoed kan op koopjesjacht. Voor verschillende Spaanse wijnliefhebbers is hun bezit namelijk een nachtmerrie geworden. Op de vraag: ‘Weet je hoe je met wijn een klein fortuin kunt maken?’ luidt het antwoord: ‘dan moet je met een groot fortuin beginnen’. Dat is bekend. Toch trapten veel mensen erin. Momenteel regent het faillissementen, vooral in modieuze gebieden als Priorat en Ribera del Duero. In de afgelopen decennia zijn daar – met geleend geld, dat spreekt – state of the art wineries neergezet en schoten de prijzen van de wijngaarden (en wijnen) omhoog, om daarna weer in te zakken. Ter illustratie: in 1980 deed een hectare in Ribera del Duero 10.000 euro, in 1999 50.000 euro en momenteel minder dan 20.000 euro. Veel ‘slachtoffers’ zijn te vinden onder ondernemers uit de bouw. Toen begin 2009 Nozaleda Construcciones bezweek, dreigde ook Enate, hun hypermoderne wijnspeeltje in Somontana, ten onder te gaan. Inmiddels is dat echter uit de failliete boedel gered door een liefhebber, maar wel tegen een fikse korting. Het wijnblad Proefschrift besteedde in een artikel onder andere aandacht aan de wildgroei van branchevreemden in de wijnindustrie. Het grote probleem, zo staat er, was dat veel investeerders nauwelijks roots hadden in het wijnmaken, maar een eigen wijndomein vooral als statussymbool beschouwden. Denk niet dat ze genoegen namen met eenvoudige wijnen: ingehuurde top-oenologen kregen carte blanche om ten minste enkele honderden flessen topwijn te maken. Men vergat vervolgens iemand aan te stellen die de wijn ook verkocht. En met wat overdrijving gesteld: aan de overige duizenden flessen had eigenlijk nog helemaal niemand gedacht. Tegenwoordig staan veel van deze bodegas te koop, sommige zonder ooit één fles wijn te hebben verkocht.

Tijdens een recente reis door San Sadurní d’Anoia, de cavahoofdstad, hoorde ik dezelfde geluiden. Daar gaan de gesprekken over geld en vooral over de mogelijkheden voor wie dat heeft. Een van de cavaproducenten overweegt een bodega in Ribera del Duero over te nemen. Nieuwprijs acht jaar geleden: tien miljoen euro. De bank biedt het nu aan voor twee miljoen. Met in de kelder bovendien 250.000 flessen wijn uit twee recente oogstjaren die door de invloedrijke Amerikaanse wijnrecensent Robert Parker hoog werden gewaardeerd. „Die verkopen we zonder problemen in het buitenland voor vier euro per fles en dan hebben we de helft van de kosten al weer terugverdiend”, hoorde ik tijdens een proeverij.

In Spanje is de binnenlandse wijnconsumptie ten opzichte van vijfentwintig jaar geleden gehalveerd, ten faveure van het veel goedkopere bier. Maar door de crisis ontstaan er ook nieuwe initiatieven, zoals de steeds populairder wordende wijnbar, waar de Spaanse wijndrinker kan kennismaken met vaak voordelige wijnen uit onbekendere regio’s. Daar wordt dan ook vast rood uit het Andalusische Cariñena geschonken. En misschien zelfs wel Corona de Aragón 2009, van garnachadruiven van oude stokken. Hoge score (89/100) bij Parker. „Stunning value” luidde zijn commentaar.

Daar dienen de Spanjaarden in de winkel negen euro voor te betalen. Maar laat ik ’m nu net in onze eigen Hema tegenkomen voor 5,75 euro. Het kan niet anders dan een kwestie van tijd zijn en de Hema zit ook in Spanje. Er is vast nog wel wat winkelruimte in de aanbieding.