Kees Boeke liet Beatrix de ramen lappen

Op De Werkplaats van Kees Boeke werd koningin Beatrix hetzelfde behandeld als alle andere kinderen – tot ze er genoeg van had. Daniela Hooghiemstra promoveerde gisteren op de biografie die zij over hem schreef.

Daniela Hooghiemstra. Foto Merlijn Doomernik

Daniela Hooghiemstra heeft een biografie van Kees Boeke geschreven, de man die prinses Beatrix, prinses Irene en prinses Margriet op zijn school had: De Werkplaats Kindergemeenschap in Bilthoven. Hun jongste zusje Marijke zou ook gekomen zijn, als Beatrix intussen niet in verzet was gekomen. Wat moest ze op een school waar ze als een gewoon kind werd behandeld? Ze wás niet gewoon.

Zelf heeft Hooghiemstra ook op De Werkplaats gezeten. Ze wist dat Kees Boeke (1884-1966) radicaal in zijn opvattingen was en daar ook naar leefde. Hij verdomde het om belasting af te dragen, want dan betaalde hij mee aan het leger en de politie. En hij was pacifist. Maar dat hij in zijn radicaliteit nog veel verder ging, daar kwam ze pas achter toen ze de twintig meter archief die er over hem bewaard is doorwerkte.

In de zomer van 1926 schrijft Kees Boeke aan zijn moeder in Alkmaar dat hij en zijn vrouw – de Britse Betty Cadbury – met hun zeven kinderen het huis hebben verlaten en hun tenten hebben opgezet in een „dennenbosch, te midden van heerlijke open stukken hei en wit zand met enkele berkjes”. Ze hebben een pomp in de grond geslagen, waardoor ze „overvloedig en helder water” hebben, een „heerlijkheid”. ’s Nachts maken ze excursies en staren ze naar de sterrenhemel.

Maar het is geen vakantie. Ze kamperen omdat er in hun huis – in Bilthoven – niet meer te leven valt. Kees en Betty zijn tegen bezit en tegen elke vorm van bescherming ervan, en daardoor zijn er een paar zwervers bij hen ingetrokken. Die eten al het voedsel dat ze kunnen vinden op, zelfs de eieren die bestemd zijn voor „de kleine zieke Daniël”. Ze gedragen zich zo vijandig dat Kees en Betty besluiten dat zíj maar beter kunnen vertrekken.

Kort daarvoor hebben ze afstand gedaan van hun rijkdom: hun aandelen in de Britse chocoladefabriek Cadbury die miljoenen waard zijn. Kees Boeke raakt sowieso geen geld meer aan.

Een jaar wonen ze op de hei, ook in de winter. Een idylle, volgens Kees Boeke. Hij nodigt zijn moeder van harte uit om alle „gerieflijkheden” in het tentenkamp eens zelf te komen „inspecteren”. Hij raadt haar wel aan om een mooie dag te kiezen, anders zou het „te koud” zijn. In mei 1927 meldt Betty dat ze zwanger is van haar achtste.

Een folie à deux?

„Zo kun je het wel noemen. Ze waren ieder op hun eigen manier grenzeloos en ze versterkten elkaar. Kees kon himmelhoch jauchzend zijn en dan was hij heel creatief – hij was de denker. Maar als hij daarna weer zum Tode betrübt was en wilde opgeven, dan kwam Betty. Zij gaf nóóit op. De dynamiek tussen die twee leidde tot vreemde toestanden. Het leidde tot gevangenschap en deportatie.”

Kees Boeke werd in 1918 uit Groot-Brittannië verbannen omdat hij in het openbaar tegen de oorlog preekte en voor een wereldorde was waarin de Bergrede van Jezus Christus leidend zou zijn: armoede en weerloosheid waren ‘zalig’, gerechtigheid was te verkiezen boven de overwinning, en lijden in het algemeen had een hoge morele waarde.

Omdat Kees Boeke in Nederland doorging met zijn openbare preken, wat hier – zonder vergunning – ook verboden was, belandde hij keer op keer in het Utrechtse Huis van Bewaring. En Betty ook, want zij deed met hem mee. Zat ze weer voor een paar weken in de cel, zwanger of net bevallen. Maar liever dit dan een boete betalen.

Een van hun dochters, Candia, heeft tegen u gezegd dat in deze tijd Jeugdzorg erbij gehaald zou zijn.

„En dat zou niet overdreven zijn geweest. Dat kun je wel als kritiek op Kees en Betty hebben: in hun radicaalste periode brachten ze hun eigen kinderen in gevaar. Kees beschreef het gedetailleerd in de brieven aan zijn moeder: aan het eind van de winter op de hei zijn alle kinderen ziek van de honger en de kou. De jongste is bijna dood. Fysiek werden ze ernstig verwaarloosd. Maar er was geen gebrek aan liefde. Candia sprak vol liefde over haar ouders.”

Kees Boeke schreef zijn hele leven twee of drie brieven per week aan zijn moeder, behalve in de korte periode dat hij ook geen postzegels meer wilde aanraken. Voor Hooghiemstra waren die brieven, die allemaal bewaard zijn gebleven, een belangrijke bron voor haar onderzoek.

Bent u in de verleiding geweest om te schrijven dat Boeke misschien aan een stoornis leed?

„Zeker, en ik ben ook wel op zoek gegaan in de handboeken. Wat ik bij hem zag, kwam soms wel in de buurt van een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Maar ik geloof niet zo in etiketten. Zodra je een ziektebeeld op iemand plakt, maak je zijn verhaal dood. Daarbij zat Kees vol tegenstellingen. Net als ik dacht: wat was hij toch laf, of: wat een egoïst, dan deed hij weer iets waardoor dat helemaal onderuit werd gehaald.”

Zoals Joodse kinderen bij zich laten onderduiken.

„Ja. In de oorlog was hij uiteindelijk erg moedig. Die kinderen kwamen bij hen in huis en daar werd nooit meer een woord aan vuil gemaakt. Hij heeft zich er nooit op laten voorstaan. Kees kon kleinzerig en zeurderig zijn, maar als hij in de gevangenis zat, was hij vol goede moed en schreef hij opgewekte brieven. Ook een wonderlijke tegenstelling: hij verafschuwde macht, maar was toch een leider. Hij pleitte voor zelfontplooiing en vrijheid, maar hij hunkerde ook naar orde en kon slecht overweg met tegenspraak.”

Zijn moeder was een domineesdochter en zijn vader een natuurkundige.

„Tegenpolen, maar dol op elkaar. Kees heeft een heel gelukkige jeugd gehad. Er was harmonie in het gezin. Die liep een enorme deuk op toen zijn broer Daniël plotseling stierf en daarna ook zijn vader.” Kees Boeke studeerde toen natuurkunde in Delft. „Als reactie deed hij wat zijn moeder ook deed: terugvallen op God. Als ik mag psychologiseren: je zou het leven van Kees, en ook dat van Betty, kunnen interpreteren als een soms wat hysterische zoektocht naar de rustgevende kracht van het vaderlijke. Betty’s vader was ook overleden toen ze heel jong was.”

Boekes moeder blijft haar zoon steunen, wat voor rare dingen hij ook doet.

„Dat was zo ontroerend om te lezen: hoe loyaal ze blijft. Zo intelligent, zo verstandig. Ze heeft kritiek, maar ze zegt het mild. Als Kees schrijft waarom hij weigert belasting te betalen, schrijft zij: Jezus zegt toch ook dat je de keizer moet geven wat des keizers is? Als het huis van Kees en Betty door de Belastingdienst is leeggehaald, schrijft ze: jammer dat het zo weinig geld heeft opgeleverd.”

Betty’s familie zorgt ervoor dat er tassen met eten bij de Boekes op de stoep worden gezet.

„En dat vinden Kees en Betty niet raar. Betty was in grote weelde opgegroeid. Haar dochter vertelde dat geld voor haar moeder niet bestond. Alles was voor haar altijd vanzelf uit de hemel komen vallen.”

In 1926 halen Kees en Betty hun kinderen van school, omdat het schoolgeld door een nieuwe regel voortaan via de belastingen wordt geïnd. Na alle fiasco’s in de volwassen wereld vond Boeke een nieuwe manier om zijn ‘heilige doel’ te verwezenlijken: lesgeven, volgens zijn eigen methode, te beginnen aan zijn eigen kinderen. En al snel ook aan kinderen van vrienden en geestverwanten, in een Bilthovense villa die met Cadbury-geld voor hem wordt gehuurd. „Kees geloofde in de oorspronkelijke goedheid van het kind”, zegt Hooghiemstra. „In die zin was was hij een aanhanger van Rousseau. Als je het kind maar vrij liet, ging het vanzelf wel leren. Bij sommige kinderen is dat zo, maar bij andere niet en die leren dus niet goed rekenen of spellen.”

Toevallig had de zoon van Wim Schermerhorn, die in 1945 premier van Nederland werd, het wel goed gedaan op De Werkplaats. Schermerhorn had hem in 1939 naar Boeke toegestuurd omdat de jongen op gewone scholen niet wilde deugen. „Schermerhorn was Kees dankbaar. Hun idealen bleken met elkaar overeen te komen. Als premier streeft hij ook naar een nieuwe, christelijke wereldorde waarin vrijheid en zelfdiscipline met elkaar verenigd kunnen worden. Van een subversief broeinest wordt De Werkplaats opeens een salonfähig onderwijsinstituut, want er is nog iemand die Boekes idealen deelt: koningin Wilhelmina.”

Kees Boeke had haar voor de oorlog al eens een brief gestuurd: als iemand eenheid kon symboliseren, dan was zij het. Juist zij, vond hij, moest daarom afstand doen van de pracht en de praal aan haar hof. Hij vroeg een audiëntie aan om haar dat persoonlijk te vertellen. „Hij kwam van een koude kermis thuis, want hij kreeg nauwelijks gelegenheid om iets te zeggen. Maar in 1945 was Wilhelmina ervan overtuigd dat ‘vernieuwing’ nodig was. Ze was zo vervuld van idealen dat ze zelfs een tijdje haar intrek nam in een eenvoudige burgerwoning. Kees bleek bovendien een enorm voordeel te hebben: hij was ‘goed’ geweest in de oorlog en Wilhelmina wilde alleen ‘goede’ Nederlanders om zich heen hebben.”

En haar kleinkinderen gaan naar De Werkplaats. Prinses Juliana is eerst heel enthousiast. Ze komt regelmatig kijken en ze praat met Kees Boeke over de vorderingen van haar dochters. Maar in de zomer van 1951 – de helderziende Greet Hofmans is al aan het hof – schrijft Juliana aan Kees Boeke dat ze haar dochters toch weghaalt. Ze gaan naar het Baarnsch Lyceum, waar een speciaal klasje om hen heen wordt ingericht.

Het idee was tot nu toe dat Juliana dit besloot omdat prins Bernhard het wilde. Maar Hooghiemstra zegt dat het door Beatrix kwam. Ze citeert uit Juliana’s brieven: „Volgens Trix’ wijze van uitdrukken, moet je een bovenmenselijke energie opbrengen, om zo te studeren als je zou moeten. Het kan dus wel. Maar je brengt het niet op.” En: „Wij hebben moeten constateren, dat Trix’ persoonlijkheid in een knoop zat, die wel precies het tegendeel was van de harmonische ontwikkeling die u nastreeft.”

Juliana steunde haar dochter.

„Ja. Bij Juliana zat er een groot verschil tussen theorie en praktijk. Ze streefde eenvoud na, maar ze woonde in een paleis. Ze wilde gewoon zijn, maar ze verwachtte dat stoplichten voor haar op groen sprongen. In haar idealisme stelde ze Beatrix bloot aan een praktijk die haaks stond op het hofleven. Beatrix moest ramen lappen. Zij niet. Typisch des hofs om van alles te verkondigen zonder ernaar te leven.”

Maar op De Werkplaats werden Beatrix en haar zusjes echt behandeld als de andere kinderen, voor zover dat lukte. Op een dag vindt Beatrix bij het ‘propjes rapen’ een briefje: ‘Trix en Bennie zijn gek.’ De dader wordt door Trix en een paar klasgenoten in het bos aan een boom gebonden, met aan zijn voeten een stapel brandhout. Hij moet beloven dat hij nooit meer zulke rare dingen zal schrijven. Als ze terug naar school lopen, vraagt Trix aan de jongen of hij niet ‘reuze in zijn rikketik heeft gezeten’. Ja, zegt de jongen. Hij was heel bang geweest dat Trix alles aan haar moeder zou vertellen en dat hij dan naar de gevangenis moest. Trix moet zo hard lachen dat de tranen over haar wangen lopen.

„Ik denk”, zegt Hooghiemstra, „dat Beatrix na De Werkplaats nooit meer zo in het echte leven heeft gestaan. Ze heeft het er ook heel leuk gehad. Mee op kamp naar Terschelling, zich verstoppen in holen. Maar ze heeft kennelijk al heel vroeg aangevoeld dat die vrijheid bedreigend was. Ze wilde koningin worden. Als je zo’n roeping serieus neemt, moeten mensen ontzag voor je hebben. De afspraak van het koningschap is dat mensen erin geloven. Dan moet er ook iets zijn om in te kúnnen geloven. Beatrix heeft, anders dan haar moeder, altijd de noodzaak onderkend van afstand en ceremonieel. Misschien heeft juist die periode bij Boeke haar geleerd: als je het instituut wilt bewaren, moet de persoonlijke vrijheid worden ingeperkt.”

De kinderen van Willem-Alexander en Máxima gaan naar een gewone school.

„Ik weet niet hoe gewoon het daar voor ze is. Maar het proces dat eind jaren twintig op De Werkplaats begon, de vrijmaking uit vaste hiërarchische structuren, lijkt inmiddels onomkeerbaar. Als Willem-Alexander en Máxima hun oudste dochter echt als een gewoon kind opvoeden, lijkt het me lastig om er later nog een koningin van te maken.”

Kees Boeke verliet De Werkplaats in 1954. Hij stierf in 1966, depressief en dementerend. Maar zijn ideeën over onderwijs bleven leven in zijn school en kregen vanaf de jaren zestig nieuw elan.

    • Jannetje Koelewijn