Kamergeleerde van de oude stempel

T. E. Vetter (1937-2012) poogde de ideeën van de Boeddha te achterhalen.

Tilmann Vetter. Foto familie Vetter

Tilmann Vetter, jarenlang hoogleraar Indiase talen en cultuur in Leiden, was een kamergeleerde van de oude stempel. Het liefst boog de uit Duitsland afkomstige Vetter zich over oude teksten waaruit de oorspronkelijke leer van de Boeddha viel af te leiden. Op dat gebied behoorde hij tot de wereldtop.

„Hij wist heel diep in die oude teksten door te dringen”, zegt Peter Verhagen, die bij Vetter promoveerde en tegenwoordig Tibetaanse taal en cultuur in Leiden doceert. „Hij was ervan overtuigd dat er veel uit viel te halen, als je maar goed genoeg keek en de teksten met elkaar vergeleek. Zonder dat hij direct interpretaties probeerde op te dringen.” Via de taal en de teksten zocht Vetter naar nieuwe inzichten.

Hoe het tegenwoordig is in India, Nepal en andere gebieden waar de Boeddha sporen naliet, interesseerde hem minder. „Van bezoeken aan die landen had hij een afkeer”, zegt Rob Janssen, voorzitter van de Stichting Vrienden van het Boeddhisme en zelf emeritus hoogleraar klinische psychologie. „Ik geloof dat hij er één keer is geweest, op een congres in Delhi. Hij bekeek er niets en keerde zo gauw mogelijk terug.”

Ondanks zijn intense belangstelling voor het boeddhisme, werd hij zelf nooit praktiserend boeddhist. Vetter was en bleef academicus en hield afstand tot het onderwerp dat hij bestudeerde. Misschien wel zijn gelukkigste jaren sleet hij als student in Wenen, waar hij een flat deelde met twee vakgenoten die later elk op hun beurt toonaangevende geleerden in de Indologie en de studie van het boeddhisme werden, in Wenen en Hamburg.

Vetter belandde na een intermezzo aan de universiteit van Utrecht in 1974 in Leiden. Hij moest er ook college geven. Het doceren was weliswaar niet zijn grote liefde, maar hij deed dat volgens zijn studenten uitstekend. „Je stak enorm veel van hem op”, zegt Verhagen. Het liep geen storm, vaak waren er maar zes studenten. Maar hij daagde hen wel uit. Zo vroeg hij eens tussen neus en lippen door of het geen tijd werd dat er ook een Nederlandse vertaling kwam van de Pali-canon, een vroeg-boeddhistische verzameling toespraken van de Boeddha. Een kolossaal karwei dat uiteindelijk ter hand werd genomen door Janssen en diens partner Jan de Breet.

Zelf leerde Vetter op latere leeftijd het klassiek-Chinees. Hij wilde zo toegang krijgen tot vroege teksten over het boeddhisme in China. Nog onlangs rondde hij een tekstwijzer af voor het werk van An Shigao, die in de tweede eeuw na Christus vermoedelijk als eerste boeddhistische teksten in het Chinees had vertaald.

Een uitbundige persoon was de altijd kalme Vetter niet. Wel was hij een enthousiast wandelaar, bij voorkeur in de Oostenrijkse Alpen. Hij huwde tweemaal. Kort voor Kerst overleed hij onverwachts.