'Ik geniet, daarom hou ik het vol'

Johannette Zomer (48) is sopraan. Komende week zingt ze ‘Jesu, bleibet meine Freude’ van Bach met het Amsterdam Baroque Orchestra.

Fundament

„Mijn stem lijkt op die van mijn vader. Ik ben een sopraan, maar donkerder en romiger dan de échte sopranen. Iedereen maakte muziek bij ons thuis, ik speelde dwarsfluit. Mijn oudste zus ging naar het conservatorium; ik zag hoe hard ze moest werken, hoe competitief die wereld was. Ik besloot iets anders te gaan doen, bang het plezier in de muziek te verliezen.”

Keerpunt

„Ik heb vijf jaar als microbiologisch analiste in een laboratorium gewerkt. In mijn vrije tijd zong ik in koren. Juist toen ik toe was aan verandering zei iemand: ‘Zou je niet toch wat meer met je stem doen, je hebt zoveel talent’. Ik ben gaan voorzingen bij drie opleidingen en werd overal aangenomen. Na een paar maanden op het Conservatorium van Amsterdam wist ik zeker: dit is het!”

Blootgeven

„Ik was 27 jaar toen ik begon op het conservatorium. Blij toe, als 18-jarige had ik het waarschijnlijk niet gered. Alles wat je doet wordt onder een vergrootglas gelegd, dat vraagt veel mentale kracht. De kritiek, hoe opbouwend ook, gaat wel over jou. Als je zingt ben je naakt. Je kunt je niet verschuilen achter je instrument, je bent het zelf.”

Karakter

„Talent is één ding, maar of je doorbreekt hangt ook af van je persoonlijkheid. Tijdens mijn studie ben ik gaan zingen in de koren van Ton Koopman en Phillippe Herreweghe. Daar heb ik op het juiste moment een stapje naar voren gezet, elke kans om in te vallen aangegrepen. Nog voor mijn afstuderen had ik al verscheidene cd’s als solist ingezongen en maakte ik mijn opera-debuut bij de Reisopera als Tebaldo in Don Carlos.”

Eigenzinnig

„Mensen kennen me van de barokmuziek, maar ik ben een muzikale veelvraat. Soms geef ik een concert alleen met een pianist, soms met een groot modern orkest. Ik vind opera ook fijn. Mooie kostuums aan, bewegen over het podium, dat geeft een kick. Het is ongebruikelijk om veel verschillende stijlen te zingen. Onlangs heb ik een cd opgenomen met muziek van George Gershwin. Mensen vroegen me: ‘Moet dat nou?’ De afwisseling houdt me scherp.”

Intuïtie

„Ik gehoorzaam altijd wat mij begeleidt, plooi mijn stem naar wat ik hoor. Mijn Bach klinkt anders met een barokorkest dan met een modern orkest. Bij de transparante tonen van de barokinstrumenten zing ik ook strakker, helderder. Tijdens het zingen fungeer ik als medium. De klanken van het orkest vloeien via mij naar de zaal, de aandacht van het publiek geef ik weer door aan het orkest. Dan stroom ik helemaal, voel me een powervrouw.”

Evenwicht

„Dit vak vergt veel. Het reizen, het presteren onder druk. Soms vraagt een regisseur iets extra’s. In een Monteverdi-productie moest ik ooit twintig minuten lang schermen tijdens het zingen. Ik eet gezond, zwem, praat af en toe met een coach. Ik ben ook bewust weer in het oosten gaan wonen, aan de IJssel vind ik mijn rust. Maar het belangrijkste is dat ik geniet van het zingen. Daarom hou ik het vol.”

    • Brenda van Osch