Ik ben grappig, dat durf ik best te zeggen

Johan Fretz (27) is cabaretier en schrijver, met politieke ambities. Dinsdag gaat zijn voorstelling Revolte in première. „Het is best megalomaan om te zeggen dat je premier wordt.”

Premier

„Wil ik echt premier worden in 2025? Het was het uitgangspunt van mijn debuutroman Fretz 2025 en het is het onderwerp van de cabaretvoorstelling Revolte die ik maak met Marcel Harteveld, als de Gebroeders Fretz. Daarin speel ik de kandidaat-premier en is hij mijn spindoctor. In 2011, net afgestudeerd, hield ik op het Malieveld een speech tegen de kunstbezuinigingen, en die was kennelijk heel meeslepend. Veel mensen zeiden toen tegen mij: jij moet de politiek in. Zo is dat idee ontstaan.

„‘Fretz 2025’ is nu een platform waarop ik me op diverse manieren kan uiten. Ik schrijf columns, maak cabaret en schreef een boek, allemaal onder die vlag. In Pauw & Witteman hield ik een verkiezingstoespraak uit ons programma. Twitter ontplofte zowat. Het klinkt misschien weeïg, maar het mooist vind ik het om generatiegenoten te inspireren. Om het idee over te brengen dat je in Nederland kunt worden wat je wilt, waar je ook vandaan komt. Ik ben zelf half-Surinaams en kom uit een arm gezin. Ik belichaam de kansen die je hier hebt en kan die boodschap geloofwaardig brengen. Dat slaat aan. En of ik echt premier word... Tja, de tijd zal het leren.”

Megalomaan

„Het is best megalomaan om te beweren dat je premier zult worden. Het wekt ook irritatie. Zo van: gast, wie denk je wel dat je bent? Maar mijn drive en idealisme zijn echt. Voorlopig is theater mijn kern; dat vind ik het belangrijkste en kan ik ook het best. In het theater kun je iemands bewustzijn veranderen. Maar ik denk wel dat ik ooit de politiek in wil – voor een nieuwe grote progressieve partij: een fusie tussen D66, GroenLinks en een deel van de PvdA. De bureaucratie en het dossiervreten lijken misschien niet echt bij mij te passen, maar ik heb het ervoor over om verandering te kunnen brengen.”

Revolutie

„In Revolte kondigen Marcel en ik de revolutie aan. Voor mij staat vast dat bestaande structuren niet meer toereikend zijn. Het idee dat we welvarend maar onverschillig naast elkaar kunnen leven, is passé. En we moeten niet terugwillen naar ‘hoe het was’. De oude ideeën zijn dood, en ik denk dat de nieuwe nog niet zijn geboren. Maar het begint met een voornemen, met nadenken over hoe jij wilt dat de samenleving eruitziet. Ik zou bijvoorbeeld willen dat er op kleine schaal veel meer gemeenschapszin bestond.

„Het oude links-rechtsdenken in de politiek komt veel van mijn generatiegenoten echt de keel uit. We moeten gezamenlijke waarden vaststellen en die realiseren. Linksom of rechtsom. Stel: we willen een bepaald bestaansminimum garanderen. Als je daarvoor dan langer moet doorwerken, prima. Als je de zorg ervoor meer moet centraliseren, ook prima. Politici zouden veel meer met elkaar over die waarden in gesprek moeten gaan. Nu ruilen VVD en PvdA overtuigingen tamelijk onverschillig tegen elkaar uit. Nee! Je moet ieder je standpunt vol vuur verdedigen, en dan samen tot een nieuw standpunt komen.”

Inhoudelijk zwak

„Ik krijg soms de kritiek dat ik retorisch wel sterk ben, maar inhoudelijk zwak. Maar je hebt beleidsmatige inhoud en levensbeschouwelijke inhoud. Iedereen weet wat belangrijk is: als je verliefd wordt, of een kindje krijgt, of er gaat iemand dood. Gewoon, het leven. Hoe we allemaal ondanks onze tekortkomingen op zoek zijn naar groot en klein geluk. Dat vind ik belangrijker dan beleidsmatige kennis.

„Ik vind de politiek nu vaak veel te beleidsmatig. Het gaat over wel of geen marktwerking in de zorg, maar nooit: hoe wil ik, Mark Rutte, dat mijn moeder er straks bij zit in het verzorgingstehuis? Hoe willen we met onze ouderen omgaan? Ik mis bij veel politici die filosofische laag onder de bestuurlijke.”

Chemie

„Ik ben grappig, dat durf ik best te zeggen. Ik ben grappig in observaties in het dagelijks leven, of bij dingen waar ik vol van ben. Ook frustraties en irritaties. Maar ik heb ook slechte avonden. Dan gaat er iets mis in de chemie en dat komt niet meer goed. Dan weet ik: ai, de revolutie begint niet hier, ha ha.

„Ik kan ook heel melancholiek zijn. Ik kom tot goede observaties omdat ik vaak toeschouwer ben. Op feestjes zit ik dan rond te kijken en noteer wat me opvalt. Op de middelbare school was ik echt een oude ziel. Ik deed niet mee met feestjes, verkering, drinken, roken. Ik werkte in een filmhuis, luisterde naar Bob Dylan en praatte soms liever met leraren dan met leeftijdgenoten.”

Pim Fortuyn

„Op de toneelschool wilde ik al voorstellingen maken over politiek. Het was 2005. 11 september was geweest, Pim Fortuyn en Theo van Gogh waren vermoord, maar docenten en klasgenoten wilden alleen maar Tsjechov spelen. Marcel en ik vonden dat bloedirritant. Dat is precies die bubble waar de kunst te vaak in verkeert – te weinig relatie met de samenleving. Terwijl het juist zo hard nodig is om dingen te maken die verbonden zijn met het nu.”

Neerlands Hoop

„Neerlands Hoop is een groot voorbeeld: het door elkaar weven van muziek en verhaal, de politieke inslag. Ik ben meer Freek, de conferencier, en Marcel is Bram, de troubadour. We verschillen behoorlijk: ik ben heel intens en hij is veel relaxter. Ik ben de romanticus, hij de nuchtere. Met die spanning tussen ons spelen we op het podium. Dan valt op dat ik het beter doe in de Randstad en hij in de provincie.”

Rocky road

„Ik ben enig kind en mijn jeugd was een rocky road. Mijn vader kan stevig drinken, dan is er geen land meer met hem te bezeilen. En mijn moeder heeft het een tijdje moeilijk met zichzelf gehad. Zij was, eh, in de war – laten we het zo maar noemen. Ik heb altijd veel liefde gekregen en neem ze niks kwalijk. Maar het vormt je wel. Mijn grootste angst is dat ik straks oud ben en besef dat ik niet jong genoeg ben geweest in mijn jeugd.

„Ik val steeds meer samen met mijn leeftijd. Geïnteresseerd zijn, serieus, ambitieus – op je twintigste zit dat soms in de weg, dan moet je vooral wild zijn en feesten. Nu zijn het geen zwaktes meer. Meisjes van negentien willen geen serieuze, eerlijke jongen. Nu vinden meisjes die oprechte interesse wél leuk. Sinds drie maanden heb ik een vriendin, eentje met wie het echt goed voelt.”

Honderd kilo

„Tot mijn twintigste was ik superdik. Op een gegeven moment woog ik meer dan honderd kilo. Ik had van die flappen hier [knijpt in zijn heup] en van die strepen waar je huid uit z’n voegen barst. Toen dacht ik: holy fuck, Johan, je bent negentien, dit kan echt niet! Ik ben naar een sportschool gegaan en zei: zeg me wat ik moet doen en ik doe het. Ik was 25 kilo lichter toen ik naar de toneelschool ging.

„Op de toneelschool heb ik aan mijn houding gewerkt. Ik leerde dat mijn lijf meer is dan een aanhangsel van mijn hoofd. In mijn hoofd ben ik lang een dikke jongen geweest. Het was een lichte schok toen meisjes opeens naar me keken.”

DWDD

„Na het optreden bij Pauw & Witteman in mei vorig jaar werd ik gevraagd bij De Wereld Draait Door. Daar mag ik nu soms aanschuiven als tafelheer. Hoe de energie daar knalt, dat is superinspirerend. En ik kon in verkiezingstijd vragen stellen aan Jolande Sap. Fantastisch! Ik laat me leiden door mijn verwondering en hoop dat ik nooit blasé word.

„Twee jaar geleden had ik het misschien meer om de aandacht gedaan. Na mijn speech kreeg ik heel veel uitnodigingen. Overal zei ik ja op. Maar ik realiseerde me: die aandacht is nooit echt voor jou. Ik moet oppassen voor overkill, en doseer het nu beter. DWDD, mijn column in de Volkskrant en het cabaret, daar blijft het voorlopig bij. Ik wil nog wel een boek schrijven en een keer een film maken en ooit de politiek in. Maar allemaal later, als ik ouder ben.”