Heet heter heetst

Het is officieel: Death Valley is de heetste plek op aarde. Ivo Weyel was er in de heetste maand.

De hoogst gemeten temperatuur in Death Valley is 56,7 graden Celsius. Magnum Photos / Hollandse-Hoogte

Het is eindelijk officieel: Death Valley in de USA is de heetste plek op aarde. Aldus bepaalde onlangs The World Meteorological Organization (WMO), het klimaatschap van de Verenigde Naties. Jarenlang werd dit dubieuze record opgeëist door de Libische stad Al Aziziyah, maar na uitgebreide metingen heeft het WMO nu dus anders beslist. Wat Death Valley precies met deze erkenning kan of gaat doen, is niet duidelijk, want wie er wel eens is geweest, weet dat de borden al jarenlang overal aangeven dat men zich niet alleen op de heetste plek ter wereld begeeft (met 56,7 graden Celsius als record), maar tevens op de droogste (een centimetertje regen of wat per jaar) en de laagste (85,6 meter onder zeeniveau).

En daar leek, toen ik daar was, geen woord van gelogen. Ik was er op doorreis in juli. Als het er op z’n heetst is. Heet is een understatement. De horizon trilt en zindert van de hitte, en uit de auto stappen is iets om lang tegenop te zien, want de wind is hard en ovenheet. Er zijn kranten en lappen om het hoofd nodig om tijdens de korte run van de parkeerplaats naar het wegrestaurant geen schroeiplekken op te lopen. Tenminste, zo voelt het. De overgang is des te spectaculairder omdat we net uit het nabijgelegen Las Vegas komen, waar we truien kochten om ons tegen de blazende airconditioning te wapenen, en waar zelfs straten en pleinen gekoeld worden tot een mild lenteklimaat door subtiele waternevelmachines.

De benzinemeter van onze huurauto geeft halfvol aan, dus we besluiten niet te tanken bij het wegrestaurant. Wat ons later bijna fataal wordt. Want de meter is zo eentje die niet geleidelijk, maar plotsklaps zakt, van halfvol naar een kwart en dan tot nul, gevolgd door een alarmerend rood flikkerend lampje. Om benzine te sparen, zetten we de airco uit. Maar dat is niet op te brengen. Het water begint letterlijk te borrelen in onze waterflessen. En dan waan je je in een film, zo een met een slechte afloop, met twee verdroogde mensen die dagen later in een auto langs de kant worden gevonden. The End. En net op het moment waarop we bijna afscheid nemen van elkaar en de wereld – goodbye, cruel World –, zien we een man rennen in korte broek, met een zakdoek om z’n hoofd gebonden. We stoppen en gebaren hem in te stappen. Hij kijkt woedend en wuift ons door. Dit kan toch niet waar zijn? Zijn we in het hallucinerende stadium aangekomen?

En dan zien we er nog een. En nog een. En dan hele hordes. Allemaal met rugnummers op.

Er is een happy end, want we bereiken levend en wel ons hotel en horen daar dat de Ultramarathon bezig is. Honderden mensen die vrijwillig de ultieme uitputtingsslag leveren door twee dagen lang rennend 217 kilometer af te leggen. De receptioniste vraagt of we misschien willen golfen. Pardon? Bij 45 graden? No problem, zegt ze, we golfen hier ’s nachts, de baan opent om vier uur, want na acht uur ’s morgens wordt het te warm.

Death Valley is een fascinerende plek, en veel meer dan die ene beroemde zoutvlakte. Er zijn hoge bergen, diepe kloven, kraters en rotsformaties in de meest bizarre tinten rood en paars, er groeien zelfs palmen op hoger gelegen gebieden. Tussen november en maart schommelt de temperatuur rond de 25 graden en kan het ’s nachts zelfs vriezen.

„Maar Nederlanders gaan toch het liefst in de zomer”, vertelt Elske Doets van de in Amerikareizen gespecialiseerde reisorganisatie Jan Doets. „Niet zozeer om af te zien, maar omdat Death Valley meestal onderdeel is van een rondreis en die vinden toch het meest plaats in het hoogseizoen.”

Als een van de weinige reisbureaus biedt Jan Doets ook overnachtingen aan in de vallei, wat lastig is, want er zijn maar weinig hotels en die zitten bijna altijd vol. Doets: „Het is er echt prachtig, vooral ook in de lente, als de uitgestrekte bloemenvelden in bloei staan. Dan kun je er fantastisch wandelen, bij een milde temperatuur.” Ook Arke, Sawadee, Oad en andere reisbureaus hebben Death Valley in hun pakket, altijd als onderdeel van een rondreis. „Die zijn heel populair”, zegt een woordvoerder van Arke, „vaak in combinatie met steden als Las Vegas en San Francisco. Je kunt Death Valley op doorreis bezoeken, of als dagtripje vanuit Las Vegas.”

Vlak voor we de volgende dag, met een geruststellend volle tank, Death Valley verlaten, doemt er op de valreep toch nog een fata morgana op, in the middle of nowhere. Een soort sprookjeskasteel, gigantisch, met torens en kantelen en wapperende riddervlagen. Het blijkt de oude woonstee – nu museum – te zijn van ene Albert Johnson, die het in de jaren twintig van de vorige eeuw liet bouwen. Hij kwakkelde met zijn gezondheid, en de dokter adviseerde hem in een warm en droog klimaat te gaan wonen. Hij had er geen betere plek op aarde voor kunnen uitzoeken.