Goede leiders skiën niet op de babypiste

Tijdschrift The Atlantic riep enkele weken geleden Michael Bloomberg, burgemeester van New York, uit tot ‘dapperste politicus’ ter wereld. Als het gaat om leiderschap in de politiek, is Bloomberg een fenomeen. Een paar observaties.

Wie Bloomberg zegt, zegt geld. Na een carrière bij Salomon Brothers, richtte hij zijn eigen financiële informatiebedrijf op en vergaarde een vermogen van ruim 25 miljard dollar. Wel een beetje veel, denk je dan als Nederlander. Maar het heeft ook voordelen in de politiek. Dubieuze declaraties, een salaris boven de balkenendenorm: niet nodig. Bloomberg ontvangt symbolisch één dollar per jaar voor zijn werk als burgemeester. Campagnegeld van belangengroepen of vastgoedjongens: overbodig. De meer dan 200 miljoen dollar voor zijn drie verkiezingen betaalde hij uit eigen zak.

Vermogende mensen roepen soms irritatie op. Maar veel New Yorkers respecteren het dat een zeventigjarige miljardair zijn dagen niet slijt op een zeilboot in de Caraïben, maar elke dag de reis maakt naar City Hall.

Bovendien blijken zijn financiële kennis en ondernemers-ervaring best van pas te komen in de politiek. Zo werkte Bloomberg het begrotingstekort van New York grotendeels weg, delegeerde hij veel verantwoordelijkheden naar lagere ambtenaren en introduceerde tegelijk het werken met prestatie-indicatoren en scorecards. Op die scorecards wordt onder meer bijgehouden hoeveel verkiezingsbeloften er gerealiseerd zijn.

Veel aandacht trok ook Bloombergs nieuwe kantoor. De hoogste bestuurders van de stad en hun directe assistenten werken samen in één grote open ruimte, aan allemaal even grote bureaus. Een aanpak die rechtstreeks is afgekeken van de beurshandelaars op Wall Street. De burgemeester zit er gewoon tussen en ontvangt daar ook zijn gasten. Volgens Bloomberg zorgt deze manier van werken voor meer transparantie, betere samenwerking en daadkrachtiger bestuur.

Interessant is Bloombergs bemoeienis met de gezondheid van de New Yorkers. Zijn verbod op grote frisdrankporties haalde vorig jaar alle kranten, maar nog opmerkelijker is zijn – evidence based – antirookbeleid. Vanaf 2002 wordt het rookgedrag van New Yorkers doorlopend gemeten, is de belasting (nu 4,35 dollar!) op een pakje sigaretten sterk verhoogd en werd roken in kantoren en in de horeca verboden. Vanaf 2012 is ook buiten roken op veel plekken illegaal. Daarnaast zijn er preventie- en stopprogramma’s. Bloombergs beleid wordt wereldwijd gezien als een van de meest succesvolle interventies op rookgebied. Volgens het gezaghebbende wetenschappelijke tijdschrift PLoS One rookt nu 16,1 procent van de New Yorkers, tegenover een nationaal gemiddelde van 22,2 procent.

De laatste weken is Bloomberg veel in het nieuws als tegenstander van het vrije wapenbezit in de VS. Natuurlijk hebben veel politici hun zorgen geuit na de schietpartijen in Aurora en in Newtown, maar Bloomberg heeft recht van spreken. Hij was in 2006 een van de oprichters van Mayors Against Illegal Guns. Hij spendeerde de afgelopen jaren vele miljoenen aan lobbyactiviteiten en campagnesteun aan politici die voor ‘gun control’ zijn. En vorig jaar lanceerde hij het initiatief demandaplan.org, dat actie eist van de federale overheid tegen wapenbezit.

Met zijn dadendrang, betweterigheid en enorme bemoeizucht heeft Bloomberg – om het voorzichtig uit te drukken – niet overal vrienden gemaakt. Tegen The Atlantic zei hij daarover: „Als ik stop met goede peilingen, dan heb ik m’n laatste jaren als burgemeester verknoeid. Goede resultaten in de peilingen betekenen dat je niemand kwaad maakt. Dat je aan het skiën bent en nooit valt. Tja, dat komt omdat je op de babypiste skiet, for goodness’ sakes. Ga naar een steilere helling.”

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist en schrijft elke week over management en leiderschap.