En weer slaat Sven een aanval af

Sven Kramer lijkt na de eerste dag van het EK in Thialf op weg naar zijn zesde titel. Op papier heeft hij concurrentie, op de baan komt niemand in zijn buurt.

Volmaakt ontspannen loopt Sven Kramer een uurtje voor de start van het Europees kampioenschap de ruimte naar de kleedkamers van Thialf binnen. „Zij doen niet mee, zij kunnen geen koffie krijgen”, grapt hij over een groepje shorttrackers dat aan een tafeltje naar een tv-scherm kijkt. Van spanning voor de 500 meter, zijn minste afstand, is niets te merken. De knipoog als hij voor zijn race de tunnel onder het ijs door loopt, zegt veel. Veters los, grote passen, het lange lijf soepel bewegend. Kom maar op.

Na twee afstanden op de eerste dag lijkt Kramer op weg naar zijn zesde Europese titel, waarmee hij het record van Rintje Ritsma zou evenaren. Licht verlies op de 500 meter compenseerde hij met zijn zoveelste magistrale zege op de vijf kilometer. Met 0,79 seconde voorsprong op ploeggenoot Jan Blokhuijsen begint hij aan de 1.500 meter. Kampioenschap beslist? „Laten we het een beetje spannend houden”, zegt Kramer lachend.

In Blokhuijsen heeft hij voor het eerst een echte tegenstander. Sinds 2007 won Kramer alle allroundtoernooien waaraan hij meedeed met grote voorsprong. In eigen ploeg gebruikte hij nummer twee Wouter Olde Heuvel om zelf beter te worden. En internationaal had hij een uitdager als de Noor Håvard Bøkko in zijn zak. Maar Blokhuijsen… Elke training ziet hij de drie jaar jongere Westfries verder verbeteren en dat uitgerekend op zijn eigen territorium, de vijf kilometer en het allroundschaatsen. En verbaal laat de zelfbewuste Blokhuijsen zich ook al niet wegzetten als Olde Heuvel of Bøkko. Irritant. Maar uitdagend.

Op het middenterrein, voor de 500 meter, heeft Kramer geen oog voor Blokhuijsen. Hij heeft oog voor niemand. Hij rekt, strekt, doet wat sprongen. Dan ineens, nog vóór zijn coach Gerard Kemkers, loopt hij naar de rand van de baan om de scheidsrechter te wijzen op een ‘wak’ in het ijs na een val van de Belg Ferre Spruyt. Om 18.11 uur gooit hij zijn beschermers op de grond en stapt het ijs op. Inrijden. Geen enkele blik als Blokhuijsen twee ritten voor hem 36,40 rijdt. In zijn eigen wereld.

Kramer beweegt bij de start. Vals. Spanning? „Tuurlijk is er spanning”, erkent hij na afloop. Na de moeizame 36,70 wacht een batterij fotografen, gesprekje voor de NOS. Tussendoor op het bankje drie klapjes van Kemkers op hoofd, schouder en been. „Ik had zelf wel wat beter willen rijden maar het verschil met Blokhuijsen is wel goed”, zegt hij in de tunnel op weg naar de uitgang. Drie seconden achter? „Dat was bij de NK 3,8.” En toen won hij ook. Nou dan.

Hij zwaait naar het publiek voor de vijf kilometer. Een feilloze reeks rondjes 29,5 resulteert in 6.12,55. „Mijn tweede tijd in Thialf ooit”, zegt Kramer tevreden. Bijna zeven seconden sneller dan Blokhuijsen, die vlak voor de Belg Bart Swings tweede wordt. „De luchtdruk was mijn grootste tegenstander.” Weer een aanval afgeslagen.

    • Maarten Scholten