En waar laten we de Afrikaanse kunst?

Het Wereldmuseum moet bezuinigen en wil zijn unieke Afrikacollectie verkopen. De directeur is alle kritiek daarop zat: „Nederland is kennelijk nog niet toe aan deze moderne manier van museummanagement.”

Voor de viering van de 150-jarige afschaffing van de slavernij, in juli dit jaar, is een etage afgehuurd in het Rotterdamse Wereldmuseum. De initiatiefnemers hadden bedacht dat de viering juist dáár moest plaatsvinden. Het museum beschikt over een zeldzame en waardevolle etnologische Afrikaanse collectie. Maar of de Afrikaanse kunst zich daar dan nog bevindt? Het Wereldmuseum wil zijn Afrikacollectie zo snel mogelijk verkopen en zich voortaan alleen nog richten op Azië en Oceanië.

Het Rotterdamse gemeentebestuur, eigenaar van de collectie, gaat in principe akkoord met die nieuwe focus. Wat er met de Afrikacollectie gaat gebeuren, staat nog niet vast. De verantwoordelijke wethouder, Antoinette Laan (cultuur, VVD) „sluit verkoop niet uit”, maar heeft nog geen definitief besluit genomen. Komende woensdag bespreekt ze haar visie met de gemeenteraad.

Wetenschappers die de collectie goed kennen, vinden dat die niet zomaar verkocht mag worden. „Sommige Afrikaanse objecten in het Wereldmuseum zijn uniek in de wereld”, zegt Annette Schmidt, conservator Afrika bij Rijksmuseum Volkenkunde in Leiden. „Ze zijn bijzonder omdat er weinig van dit soort voorwerpen bewaard zijn gebleven, maar ook omdat ze al 125 jaar geleden in het museum terechtkwamen. Ze zijn dus authentiek, geen vervalsingen van latere datum.”

De Afrikacollectie bestaat uit een kleine 10.000 voorwerpen uit onder meer West-Ghana, Liberia, Nigeria en het mondingsgebied van de Congorivier. Ze werden vanaf eind negentiende eeuw uit Afrika meegenomen en geschonken aan het in 1885 opgerichte museum, toen nog Museum voor Land- en Volkenkunde. De collectie werd later aangevuld met aankopen door het museum.

De collectie is volgens deskundigen ‘beschermwaardig’ omdat ze van groot belang is voor de vaderlandse geschiedenis. Schmidt: „De collectie is ook Nederlands cultureel erfgoed. Ze is opgebouwd tijdens de Nederlandse expansie in Afrika en vertelt daar iets over. Er zitten schenkingen bij van de Nieuwe Afrikaanse Handelsvereniging, de Nederlandse Zendelingsvereniging en voorwerpen die zijn verworven tijdens de enige Nederlandse expeditie naar Afrika.”

Belangrijke stukken, die op een veiling veel zouden opbrengen, zijn onder meer de zogenoemde nkisi, krachtbeelden die doorboord zijn met spijkers. Ze werden gebruikt in de Congo om rampen, oorlogen en ziekten af te wenden. Een ander kostbaar object is een tweekoppig houten masker, met verenkostuum, gebruikt bij ceremonies. Schmidt: „Er zijn in de hele wereld maar een paar van die complete sets bewaard gebleven. Veren zijn kwetsbaar.”

Irene Hübner, directeur van het Afrika Museum in Berg en Dal, erkent dat de Afrikacollectie stukken bevat die van hogere kwaliteit zijn dan soortgelijke objecten in haar eigen museum. „De collectie in Rotterdam is ouder dan die van ons. En er is in de loop van 125 jaar coherent verzameld, zeker op het gebied van Congo. Onze collecties vullen elkaar aan en we wisselen regelmatig objecten uit voor tentoonstellingen.” Geld om de Afrikacollectie over te nemen, heeft zij niet, evenmin als de andere volkenkundige musea.

De directeur van het Wereldmuseum, Stanley Bremer, maakte al in 2007, zes jaar na zijn aantreden, duidelijk dat hij de collectie wilde ‘ontzamelen’. Van de toen nog 200.000 objecten die voornamelijk in het depot in de Alexanderpolder lagen, wilde hij eentiende overhouden.

Het plan leidde tot een aanvaring met verzamelaar Piet Sanders, die zijn schenking van vijftig Afrikaanse objecten wilde terugdraaien. Sanders, die formeel geen zeggenschap meer had over zijn schenking, overleed in september vorig jaar, zonder dat het conflict was opgelost.

Verzamelaar Paul van der Eerden had met het Wereldmuseum ook afspraken gemaakt over een schenking van Afrikaanse voorwerpen. Maar hij heeft zich bedacht. „Ik zou acht tot tien stukken schenken. Maar dat is nu van de baan. Ik vind het onbegrijpelijk dat Rotterdam een deel van zijn geschiedenis wil weggooien.”

In 2011 werd duidelijk dat Bremer twee specifieke collecties op het oog had om af te stoten: Afrika en Amerika. Het bracht hem in conflict met de andere Nederlandse volkenkundige musea. Bremer stapte uit hun samenwerkingsverband, de Stichting Volkenkundige Collectie Nederland (SVCN). „Een clubje waarin ik mij niet meer thuis voelde”, zegt hij zelf.

Sindsdien ligt het gesprek stil. De SVCN wil het graag heropenen. Zij stuurde in december een brief aan het Rotterdamse gemeentebestuur, waarin zij verzoekt betrokken te worden bij de besluitvorming over de Afrikacollectie. „Wij respecteren het besluit van het Wereldmuseum om zich te specialiseren in Azië en Oceanië. Dat getuigt van lef”, zegt Stijn Schoonderwoerd, directeur van Rijksmuseum Volkenkunde in Leiden en voorzitter van de SVCN. „Maar wij willen graag samen met de gemeente Rotterdam en het Wereldmuseum onderzoeken welke voorwerpen voor de Collectie Nederland behouden moeten blijven.”

De gemeente Rotterdam heeft nog niet op het verzoek gereageerd. Schoonderwoerd benadrukt dat de volkenkundige musea niet per definitie tegen het heroverwegen en afstoten van collectieonderdelen zijn. „Ontzamelen hoort bij goed collectiebeheer, anders worden de depots uiteindelijk te vol. Maar dan in een zorgvuldige procedure die niet door financiële belangen wordt gedomineerd.”

Als het Wereldmuseum zijn plan doorzet, zal het internationaal in een isolement komen, waarschuwt de European Ethnology Museums Directors Group (EEMDG), waarbij alle grote Europese musea voor volkenkunde zijn aangesloten. De organisatie stuurde een brandbrief aan de gemeente, waarin ze opriep de collectie niet te verkopen aan de hoogste bieder: „Wij geloven dat musea zoals die van ons een sterke verantwoordelijkheid hebben voor hun collecties, ons erfgoed, en dat deze verantwoordelijkheid verder gaat dan de uitdagingen van bepaalde tijden.”

Ook de Afrikaanse musea hebben zich in de discussie gemengd. Rudo Sithole, directeur van AFRICOM, de overlegorganisatie van Afrikaanse musea, vindt dat de Afrikaanse landen op zijn minst geconsulteerd moeten worden. Als blijkt dat objecten in het verleden zijn gestolen uit Afrika, zouden die teruggegeven moeten worden. En als ze legaal zijn verkregen, willen Afrikaanse musea de kans krijgen ze terug te kopen.

Het is maar de vraag of de gemeente al deze argumenten zal laten meewegen. Een verkoop van de collectie is voor de gemeente financieel aantrekkelijk: als het museum de collectie mag verkopen, zal het geen beroep meer doen op gemeentelijke subsidie. Van de opbrengst wordt een fonds gevormd waaruit de exploitatie van het museum betaald zal worden. Wethouder Laan schreef weliswaar in november dat de gemeentelijke museale collectie „geen stille reserve is die in tijden van financiële leemte kan worden aangeboord”. Maar tegelijkertijd stelt zij dat „verkoop voor de hand ligt” als de collectie naar buiten de gemeente verplaatst zou worden. Het ziet er dus niet naar uit dat de gemeente de Afrikacollectie gratis zal aanbieden aan andere volkenkundige musea.

Het vinden van particuliere kopers zal geen probleem zijn. Bremer gaat regelmatig naar beurzen voor etnografische kunst en heeft goed contact met handelaren. Die zijn lovend over hem. Bremer is een „visionair”, en hij heeft „een heel knappe prestatie geleverd” met zijn museum. De Amsterdamse verzamelaar Finette Lemaire zegt dat Bremer een „positievere” houding heeft ten opzichte van de handel dan de meeste museumdirecteuren. De Spaanse kunsthandelaar Antonio Casanovas wordt gezien als een van de kandidaten om de Afrikaanse topstukken door te verhandelen. Hij wordt regelmatig gezien in het Wereldmuseum. Ook de Britse kunsthandelaar Lance Entwistle zou over voldoende middelen beschikken om de collectie over te nemen. Kenners schatten dat de collectie tientallen miljoenen zal opbrengen. Twee veilinghuizen hebben de collectie getaxeerd, maar geven geen informatie over de waarde.

De zaak staat inmiddels hoog op de politieke agenda in Rotterdam. Een meerderheid in de raad vindt dat de andere volkenkundige musea erbij betrokken moeten worden.

Bremer zegt in een reactie dat hij alle kritiek „zat” is. „Nederland is kennelijk nog niet toe aan deze moderne manier van museummanagement”, aldus de directeur. Afrikaanse musea kunnen volgens hem „natuurlijk” kunstvoorwerpen terugkopen: op de openbare veiling waar de collectie heen gebracht zal worden. „Voor iedereen bereikbaar”, aldus Bremer. Critici daagt hij uit om met alternatieven te komen voor de verkoop van de collectie. „Wellicht heeft iemand nog een goed idee hoe ik 1,75 miljoen, 40 procent van mijn begroting, kan bezuinigen?”

    • Andreas Kouwenhoven
    • Claudia Kammer