Dit is niet mijn laatste woord

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Het jaar 2009 is een verschrikkelijk jaar geweest – zoveel ellende tegelijk hoop ik nooit meer mee te maken. Op 2 september overleed mijn vrouw, door eierstokkanker. Mijn moeder was in maart overleden. Zelf telde ik mijn leven die zomer eerder in dagen of weken.

„De suikerspiegel in mijn bloed schoot in die tijd alle kanten op. Om de haverklap viel ik flauw. Eind juli werd de oorzaak gevonden: tumoren in lever en alvleesklier, kwaadaardig en ongeneeslijk. Aan mijn vrouw heb ik het niet meer verteld. Ze was al te ziek, ik wilde haar die zorg om mij besparen.

„In haar laatste weken heb ik vaak gedacht: ik hoop dat ik haar begrafenis nog haal. Een bevriende dominee leidde haar uitvaartdienst. Hij wist dat mijn vooruitzichten bar slecht waren, maar daarover had ik nauwelijks met mensen gepraat. Tot mijn verbazing vermeldde hij in zijn preek dat ook ik het slecht maakte. Het ging als een schok door de kerk.

„Hoe vreselijk ik me ook voelde, ik ben in oktober toch naar Indonesië gegaan. Het was een vurige wens van onze jongste zoon bij zijn familie daar op traditioneel Javaanse wijze te trouwen. Onze oudere kinderen hebben dat ook gedaan. Mijn vrouw had nog zo gehoopt dat te kunnen meemaken, maar zij is daartoe niet meer in staat geweest. Toen dacht ik: laat mij deze missie maar volbrengen. De dokter in het ziekenhuis zei: ‘Het is uw beslissing, maar ik denk niet dat ik u nog levend terugzie’. Ik zei: ‘Ik heb toch geen perspectief meer. Mijn vrouw is overleden, laat dit huwelijksfeest ook maar de afronding van mijn leven zijn’.

„Drie weken ben ik in Indonesië op de been gebleven. Toen ben ik ingestort, liggend gerepatrieerd en linea recta van Schiphol naar het ziekenhuis in Groningen overgebracht. De dokter was aangenaam verrast.

„Tja, en toen. Als ik wilde, kon ik een experimenteel medicijn krijgen – iets dat normaal gesproken wordt gegeven tegen afstootverschijnselen na orgaantransplantatie. Ik moest er geen wonderen van verwachten. De bijwerkingen waren vreselijk: kapotte huid, diarree, hoofdpijn.

„Als ik al iets deed in die maanden, dan was het mijn papierwinkel op orde brengen om alles ordelijk na te laten aan de kinderen. Ik was lichamelijk gesloopt en geestelijk zat ik er ook helemaal doorheen.

„Drie dingen hebben me weer op de been gebracht. De medicijnen bleken wonderwel aan te slaan. De dosering werd na twee maanden gehalveerd, de bijwerkingen werden dragelijk.

„Ik ben naar een hypnotherapeut gegaan, met wie we al zo’n 25 jaar goed contact hebben. In 1986 had hij ons geholpen toen we problemen hadden met onze adoptiekinderen. Onze oudste zoon was behoorlijk lastig in die tijd: conflicten, van huis weglopen. Allerlei hulpverleners bemoeiden zich ermee, het hielp weinig. Door hypnose kwamen we erachter dat hij zijn biologische moeder intens miste. Het advies was: ‘Ga op zoek naar haar’. Via een vriendin op Java, die een werkloze socioloog had ingehuurd, hebben we haar en haar familie opgespoord. Wij zijn toen meteen naar Indonesië gegaan.

„In die tijd heeft de hypnotherapeut ons geweldig bijgestaan, waaruit een vriendschap is ontstaan. Eind 2009 dacht ik: ik ga ’s met Henk praten. Ik vertelde dat ik bezig was mijn leven af te sluiten, ik vertelde over alle administratie waarin ik mezelf al begraven had. Hij luisterde een kwartier en reageerde toen woedend: ‘Je moet vooruitkijken, sukkel! Denk je nou echt dat Onze Lieve Heer je meteen komt halen zodra jij al je formulieren hebt ingevuld. Je gaat nog niet dood, je denkt alleen maar dat je doodgaat!’

„Woedend ben ik opgestapt. Ik voelde me zo beledigd en miskend. In de auto, onderweg naar huis, voelde ik de woede plotseling wegzakken. Ik heb Henk gebeld en gezegd: ‘Sorry, ik had niet zo moeten wegrennen, misschien heb je wel gelijk’. Henk zei: ‘Ik zat op je telefoontje te wachten, kom maar terug, dan maken we het gesprek af’.

„Zijn advies was toen: zoek iets positiefs, ga iets nieuws doen. Ik heb mijn schuur opgeruimd en ben begonnen aan het bouwen van een Canadese kano: met m’n handen werken, m’n hoofd leegmaken.

„Zo ontstond een nieuwe fase in mijn leven: extra speeltijd, de scheidsrechter heeft nog niet afgefloten. Ik heb mijn laatste woord nog niet gesproken. In de loop van 2011 kreeg ik contact met de ex-echtgenote van een vroegere collega van mij. Ze had een kaart gestuurd na het overlijden van mijn vrouw. Ik heb haar opgebeld en gezegd: ‘zullen we eens bijpraten?’ Daarna uit eten, daarna een wandeling, en zo groeide er iets tussen ons.

„Sinds een jaar wonen we samen. Vorige maand heb ik haar ten huwelijk gevraagd, in september gaan we trouwen. Het is ongelofelijk dat ik dit allemaal nog mag meemaken.”

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

Reacties: laatstewoord@nrc.nlTwitter: #hetlaatstewoord