Demotie is een luxe vergeleken bij ontslag

Zzp’ers zijn er al aan gewend dat hun tarieven lager worden. Ouderen volgen, betoogt Paul Schnabel.

Met demotie heeft het allemaal niet veel te maken. Demotie is één of twee treden teruggaan in de hiërarchie van een organisatie – het hoofd verpleging dat weer gewoon verpleegkundige wordt. Dit komt voor. Het werkt goed, als het gebeurt uit eigen beweging. Als het van hogerhand moet, voelt het minder goed. Het werk is minder leuk en minder vrij. De status is lager. Dit geldt meestal ook voor het salaris.

Bij Capgemini gaat het niet om een stap terug in positie, maar in inkomen – niet omdat Capgemini het niet meer kan betalen, maar omdat de productiviteit van de desbetreffende medewerker te wensen overlaat. In de praktijk gaat het dan vooral om oudere en duidelijk nogal hoogbetaalde krachten.

In het algemeen ga je in Nederland meer verdienen naarmate je ouder wordt. Wij horen zelfs tot de groep landen waar je als jonge medewerker relatief laag betaald wordt en als oudere juist het hoogst. Helemaal aan het eind van het beroepsleven werd nog vaak een extra verhoging gegeven, om ook te komen tot een hogere pensioenuitkering. Inmiddels heeft dit eindloonsysteem in meer dan 95 procent van de bedrijven plaatsgemaakt voor een pensioen op basis van het middenloon. Een hoger loon over langere tijd is dan aantrekkelijker dan een laatste sprong naar boven. In het denken over salaris en pensioen is dit evenwel nog nauwelijks doorgedrongen.

„Als je het nodig hebt, krijg je het niet, als je het niet meer nodig hebt, krijg je juist steeds meer”, zo vatte mijn vader al lang geleden zijn geschiedenis samen als werknemer en als huisvader. Dit is zeker niet minder geworden. Starters op de arbeidsmarkt beginnen tegenwoordig in veel gevallen met een relatief en vaak absoluut lager salaris dan hun voorgangers. Omdat ze meestal geen vaste aanstelling krijgen, blijven ze ook bij hernieuwing van hun tijdelijke contract veroordeeld tot de lagere regionen van het loongebouw. Ze krijgen geen vaste baan, maar ook geen opslag voor het risico dat samengaat met wat zo mooi ‘flexibilisering’ wordt genoemd. De ongelijkheid op de arbeidsmarkt is erdoor toegenomen. Ook dit hangt sterk samen met leeftijd. Op termijn zal dit wel veranderen. Het is allang niet meer zo dat flexibel bijna automatisch vast wordt. Nu is er nog een tweedeling tussen jong en flexibel en oud en vast.

De meer dan 750.000 zelfstandigen zonder personeel zijn er al aan gewend dat zij per uur of per project minder in rekening kunnen brengen dan voor de crisis. Inkomens onder het minimumloon komen juist bij hen veel voor. Dit is het harde gevolg van de marktwerking, die eerder juist heel goed uitpakte voor zzp’ers. ‘Marktwerking’ verklaart voor een deel ook de neiging om vooral oudere werknemers te korten op hun salaris. Wie vijftig jaar of ouder is, heeft nauwelijks nog kansen op de arbeidsmarkt en moet tegelijkertijd een steeds langere periode overbruggen tot aan het pensioen. Vutregelingen zijn er nauwelijks meer. De WAO is gesloten. De WIA – de opvolger van de WAO – is moeilijk toegankelijk. De uitkeringen worden lager en zijn korter van duur geworden. Wie als vijftigplusser zijn baan kwijtraakt, zit volgens de plannen van het nieuwe kabinet straks al binnen een jaar op bijstandsniveau. De oudere werknemer die kan blijven zitten, komt veilig bij zijn pensioen aan, maar is tot dat moment in feite de gevangene van zijn vaste baan. Dit plaatst de werkgever in een machtige positie en verklaart waarom de vakbonden zo furieus reageren op elk plan voor salariskorting.

Bijna veertig jaar geleden gingen ouderen voor het eerst vroeger met pensioen om plaats te maken voor jongeren. Al heel gauw veranderde dit in wat weinig minder was dan een recht van ouderen om vervroegd met pensioen te gaan, bijna met behoud van salaris. Over de jongeren hoorde je niemand meer. Inmiddels is de echte pensioenleeftijd al weer gestegen tot boven de 63 jaar. Ouderen blijven steeds langer werken en kunnen zich meestal niet permitteren om veel vroeger weg te gaan dan op de formele pensioenleeftijd. Dit maakt hen voor werkgevers langer tot een last, waarvan men de prijs zal proberen te laten dalen. Dat is door regelgeving en contractueel vastgelegde afspraken niet gemakkelijk, maar de oudere werknemer zal in de komende tijd steeds minder keus hebben dan een lager inkomen morrend te accepteren. Het alternatief kan verlies van werk zijn. De ontslagregels worden geleidelijk aan steeds verder versoepeld, waar voor de oudere werkloze de kansen op nieuw werk steeds kleiner worden. Het pensioen is dan nog heel ver weg.

Een gedwongen verlaging van het eigen loon doet natuurlijk meer pijn dan een over het geheel genomen verlaagd loonpeil. Ik denk dat we in Nederland in elk geval hiernaartoe gaan, gedwongen door de crisis en de concurrentie van landen met een gemiddeld lager loonpeil. Het gaat met horten en stoten in de richting van goedkopere arbeid. Demotie is hierbij vergeleken een luxe – vrijwillig een stapje terug doen, ook financieel, omdat je je dit kunt permitteren.

Paul Schnabel is directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau.