David Bowie is terug na tien stille jaren

Geen pensioen voor David Bowie. De 66-jarige popster, die tien jaar geen nieuwe muziek maakte, bracht deze week een nieuwe single uit. Een nieuwe cd volgt.

David bowie: Jimmy King

Als een schokgolf nam het nieuws bezit van internet: David Bowie is terug. Op 8 januari, zijn 66ste verjaardag, kondigde de Engelse popster aan dat 11 maart het album The Next Day verschijnt, het eerste in tien jaar. De single Where Are We Now? was meteen digitaal verkrijgbaar en schoot diezelfde dag nog door naar de eerste plaats in de Britse bestsellerlijst van iTunes, boven Rihanna.

Het bericht sloeg in als een bom, omdat Bowie zich definitief uit de popwereld leek te hebben teruggetrokken. In juni 2004 moest hij een optreden tijdens het Duitse Hurricane Festival afbreken wegens hartklachten. De laatste vijftien shows van zijn Reality Tour werden afgelast en sindsdien stond hij alleen nog op het podium tijdens korte gastoptredens bij de groep Arcade Fire en met David Gilmour. Bowie trok zich terug in New York om zich te wijden aan de opvoeding van dochter Alexandria, die hij in 2000 kreeg met het Somalische fotomodel Iman Mohamed Abdulmajid.

Where Are We Now? is een langzame, melancholieke song die terugverwijst naar Bowie’s Berlijnse periode, waar hij van 1976 tot 1978 verbleef om het album Heroes op te nemen. Ook de albums Low en Lodger stammen uit die periode. Bowie zingt op zijn nieuwe single over de Potsdamer Platz, discotheek Dschungel aan de Nürnberger Straße, warenhuis KaDeWe en de Bösebrücke, de brug die een belangrijke rol zou spelen bij de val van de Muur op 9 november 1989, toen 20.000 Oost-Berlijners de oversteek maakten.

In Where Are We Now? mijmert Bowie over het verschil tussen Berlijn toen en nu, met de sombere mededeling dat hij een wandeling maakt met de doden: „Just walking the dead.” Aan het eind is er hoop: „As long as there’s sun, as long as there’s rain… as long as there’s me and you.”

De videoclip is opgenomen in de studio van videokunstenaar Tony Oursel in New York, in een ruimte bezaaid met kunstvoorwerpen, boeken en een scherm waarop oude filmbeelden voorbijtrekken, zoals die van Bowie’s Berlijnse appartement. Bowie’s gezicht is gefilmd door een gat in het decor, als een zingende pop, die vastzit aan een andere pop met het gezicht van Oursels vrouw, kunstenares Jacqueline Humphries.

Bij zijn comeback zinspeelt Bowie vaker op een link met zijn muziekverleden. De hoesafbeelding van Where Are We Now? is een ondersteboven gekeerde foto van een optreden uit de Daimond Dogs tournee in 1974, toen een magere Bowie zich, met geblondeerd haar, in scherp gesneden kostuums hulde. De hoes van The Next Day is een schijnbaar uit de losse pols in elkaar geknutselde remake van die van Heroes, waarbij de titel met viltstift werd doorgehaald en het oorspronkelijke ontwerp deels onzichtbaar is gemaakt door een wit vlak met de nieuwe titel.

Ontwerper Jonathan Barnbrook legt op zijn weblog uit hoe het simpelste idee vaak het meest radicale is. Het idee om de hoes van Heroes te „recyclen” kwam voort uit de overtuiging dat alle belangrijke rockmuziek een stempel drukt op zijn tijd, maar er nooit in slaagt om het verleden echt uit te wissen. Deze hoes past bij Bowie’s huidige stemming, schrijft Barnbrook. Het is uit met de vele gedaanteverwisselingen. Door zijn oude identiteit achter een wit vlak te verbergen, benadrukt Bowie dat het er niet toe doet wie hij is. De muziek moet het verhaal vertellen.

David Bowie is terug omdat hij de artistieke noodzaak daartoe voelde, meldt zijn website. Ook de hernieuwde samenwerking met producer Tony Visconti, die Bowie bijstond sinds de lp Space oddity uit 1969, wijst terug naar de artistieke gloriedagen. Where Are We Now? is nauwelijks representatief voor het album, zei Visconti op BBC News, omdat de rest van The Next Day veel meer rockt. „Je zou denken dat Bowie zijn comeback met een grote knal kenbaar maakt, maar hij heeft waarschijnlijk diepere redenen om met dit introspectieve nummer te beginnen.”

Bowie heeft het plezier in muziek maken teruggevonden, aldus Visconti: „De glimlach was niet van zijn gezicht te branden.”

    • Jan Vollaard