Bohémien uit Bosnië terug aan het front

Zeven jaar na zijn laatste, matige optreden is Ivan Sokolov (44) terug bij het Tata Steel- toernooi. Hij is erop gebrand te bewijzen dat hij de wereldtop nog steeds aankan. „Ik ben een hele slechte verliezer.”

N adat hij in 2006 voor de tweede keer op rij laatste was geworden in Wijk aan Zee, trok Ivan Sokolov zijn conclusies. Hij vroeg een gesprek aan met het organisatiecomité en vertelde dat hij het gevoel had voortaan beter commentator te kunnen zijn dan deelnemer. „Ik heb een duidelijke mening over dit toernooi. Er zijn genoeg collega’s, ik zal hun namen niet noemen, die daar gewoon graag willen zitten. En als ze min 3 scoren zijn ze tevreden met een geslaagd toernooi omdat iemand anders min 5 heeft gescoord. Zo zie ik dat niet. Het is een belangrijk toernooi en als je daar gaat zitten moet je een kans maken om een mooie prestatie neer te zetten. Ik vond dat ik dat toen niet kon.”

Zijn verzoek vond gehoor. Sokolov werd een van de vaste commentatoren en bepaalde voortaan wie de prijs voor de partij van de dag won.

En nu wil hij weer spelen. Op zijn 44ste, twee keer zo oud als Magnus Carlsen, de favoriet voor de hoofdprijs. Sokolov begrijpt dat zijn ommezwaai vragen oproept, maar vindt dat hij een logisch antwoord heeft. „Het is allemaal een kwestie van prioriteiten. Toen ik in 2006 laatste werd was ik mijn gezinsleven aan het opbouwen. Mijn kinderen zijn in 2000 en 2001 geboren. Mijn schaakcarrière was toen bijzaak. Ik moest geld verdienen, maar verder was het niet belangrijk. Nu liggen de prioriteiten in mijn leven weer anders. De grootste verandering is dat ik een jaar geleden gescheiden ben. Mijn kinderen zie ik regelmatig, maar het gezin is er niet meer. Ik heb weer meer zin en tijd om te schaken en ben professioneel weer veel gedrevener.”

Het afgelopen jaar zag hij zijn kinderen met flinke tussenpozen. Alsof hij aan een inhaalslag bezig was reisde hij de wereld rond, van Amerika tot Indonesië, van IJsland tot de Arabische Emiraten. Zijn eigen schatting is dat hij misschien wel 250 dagen van huis was. Dat intense schema deed hem blijkbaar goed, want hij begon ook weer beter te spelen. Eerste plaatsen in het World Open in Philadelphia en de Politiken Cup in Kopenhagen sterkten zijn zelfvertrouwen zo, dat hij opnieuw een gesprek aanvroeg in Wijk aan Zee. Commentaar geven kon altijd nog, nu wilde hij spelen. Ook nu trof hij begrip. In september liet toernooidirecteur Jeroen van den Berg hem weten uit te kijken naar zijn rentree.

I van Sokolov werd geboren in Sarajevo, toen de Bosnische hoofdstad nog deel uitmaakte van Joegoslavië. Zijn schaaktalent manifesteerde zich al vroeg. Toch was het geen vooropgezet plan dat hij beroepsschaker zou worden. „Het is niet dat ik het niet wilde, maar mijn leven is zo gelopen. Onder het socialisme waren de mogelijkheden beperkt. Toen kwam in 1992 de oorlog en ben ik naar Nederland gekomen. Tegen de tijd dat de oorlog was afgelopen was ik in Nederland min of meer ingeburgerd, was ik 30. Dat is een beetje laat om een studie te beginnen of iets anders.”

In 2007 probeerde hij toch nog iets anders, maar een avontuur in de makelaardij in Sarajevo liep op een teleurstelling uit. „De timing was heel erg slecht. Terugkijkend was het economisch gezien misschien wel het slechtste moment om zoiets te beginnen.” Hij ziet het als een interessante ervaring, die hem ooit van nut kan zijn als hij alsnog iets anders zou gaan doen. „Als schaker ben je volledig onafhankelijk. Je klok loopt, je denkt na over een zet, en de hele wereld kan je lief vinden of haten, het is jouw partij en jouw zet. Wanneer je in de makelaardij gaat ben je afhankelijk van andere mensen, van hun werk, van hun instelling.”

Het individualisme, de noodzaak om je steeds weer te moeten bewijzen en de geheimen van het schaakspel zijn hem nog steeds dierbaar. „Ik ben nog nooit gaan zitten dat ik dacht, o god, ik moet weer een partij spelen. Want dan was ik gestopt. Het mooie van schaken is dat je altijd nieuwe problemen op het bord krijgt die je moet oplossen. Het is nooit precies hetzelfde, er is altijd wel weer iets net anders. Daar moet je beducht op zijn, want een klein misstapje en je bent er geweest.”

Sokolovs opkomst bij het begin van een partij is een mooi schouwspel. In zichzelf gekeerd loopt hij somber kijkend met een koffie of cola naar het bord. Je kunt er opperste concentratie in zien, maar sommige toeschouwers zullen ook terugdenken aan de enthousiaste stapper die ze de avond daarvoor in de horeca gezien hebben. Sokolov geeft grif toe dat het leven van een bohémien hem altijd heeft getrokken, maar plaatst er een duidelijk kanttekening bij. „Als ik ’s ochtends wakker word en ik heb het gevoel een glas wijn te veel te hebben gedronken, en dat gebeurt vaak, ga ik naar de fitnessruimte en ga acht of negen kilometer hardlopen. Dat is gewoon het prijskaartje dat aan die gezellige avond hangt.”

Natuurlijk, hij kent zijn imago, maar verbaast er zich ook over. „Als ik een nieuw idee speel zie ik de mensen wel eens denken, wanneer heb je dat gevonden? Denken ze dan dat ik in mijn vrije tijd in de bar zit en de ene fles wijn na de andere drink en nooit werk? En zo 25 jaar in de top 100 ben gebleven?”

Hij sport iedere week vijf of zes keer en ziet zijn fitheid als een belangrijke troef. Sterker nog, hij denkt dat hij als oudste deelnemer duidelijk het fitst van allemaal is. Ook fitter dan Carlsen, een fanatieke sporter? „Daar wil ik wel om wedden. Ik kan binnen een uur 1.200 calorieën verbranden. Laat mij maar zien hoeveel dat kunnen.” Om er ter verduidelijking aan toe te voegen: „Iemand die 1.500 calorieën kan verbranden is in Londen geweest, op de Olympische Spelen.”

H oewel hij Carlsen als grootste kanshebber ziet, zou hij graag tegen hem stunten, zoals hij dat deed tegen Garry Kasparov in 1999. De toenmalige wereldkampioen maakte zijn debuut in Wijk aan Zee, speelde het hele veld aan flarden, maar verloor in 28 zetten van Nederlands kampioen Ivan Sokolov. Tegen Carlsen speelde Sokolov tot nu toe drie keer, toen de Noor nog maar 13 was. Zonder erg onder de indruk te raken won hij twee keer en speelde een keer remise. Inmiddels is er veel ontzag. Sokolov vindt hem zelfs beter dan Kasparov.

„Ten eerste heeft hij zijn openingsvoorbereiding absoluut niet nodig om een partij te winnen. Hij kent het gevoel niet dat Kasparov had als de opening was afgelopen en hij geen voordeel had behaald, dat het genoeg was geweest voor die dag. Morgen beter. Ten tweede heeft Carsen een erg goede techniek en het geduld om kleine voordeeltjes te verzilveren. Dat geduld had Kasparov niet, ook niet in zijn beste jaren.”

Hij kijkt uit naar de confrontatie met Carlsen en de andere jongere spelers tegen wie hij nog weinig speelde. Als hij een vergelijking trekt vindt hij dat de jongere generatie gemakkelijker met verlies omgaat. „Ze schudden dat eenvoudiger van zich af. De volgende dag komen ze onbekommerd naar het bord. Dat er iets is gebeurd staat wel geregistreerd in hun hersentjes, maar ze kunnen het veel makkelijker verdringen. Ik ben altijd een hele slechte verliezer geweest, heb er altijd lang last van.”

In ieder geval ging hij nog nooit zo goed voorbereid naar Wijk aan Zee. Vanaf het moment dat hij in september uitgenodigd werd, heeft hij hard gewerkt. Dit is het moment van de waarheid. Waar die toe zal leiden staat te bezien. „Als het slecht gaat ligt de conclusie voor de hand. Maar als het goed gaat kan het ook zijn dat ik voor mezelf het bewijs heb geleverd dat ik het nog kan. En dat ik dan toch zeg, mag ik volgend jaar mijn commentatorbaan weer terug?”

    • Dirk Jan ten Geuzendam