Column

Schadenfreude

Het nieuwe Berlijnse vliegveld is nog niet klaar. Over een jaar zien we verder en het wordt in ieder geval anderhalf miljard euro duurder dan oorspronkelijk was begroot. Ik moet het bekennen. Ik, die vrijwel dagelijks in de tram langs de scheefgezakte huisjes aan de Vijzelgracht kom en tegenwoordig ook twee, drie keer per week het rampzalig opgebroken Rokin oversteek, nog altijd met onze metro in aanbouw, ik kon een gevoel van schadenfreude niet onderdrukken. Berlijn heeft zijn eigen versie van de Amsterdamse metro, en wij hebben diep onder de grond ons Berlijnse vliegveld. Wie had dat gedacht. Wie had kunnen vermoeden dat de Duitsers met hun wereldberoemde Gründlichkeit nog eens zoiets zou overkomen.

Berlijn had een prachtig vliegveld, Tempelhof. Voor het einde van de Koude Oorlog ben ik daar eens geweest. Ik bewonderde het. Het deed wat denken aan een ouderwets station en toch was het modern: groot, ruim, overzichtelijk en kosmopolitisch. Toen viel de Berlijnse Muur, en dat wisten we toen nog niet, maar daarna was de mondialisering niet meer te stuiten. Steeds meer mensen gingen naar andere werelddelen, de vliegtuigen werden groter en sneller en het woord vliegveld raakte in onbruik. Luchthaven moest je voortaan zeggen. En die luchthavens breidden zich uit. Op Kennedy Airport heb je een speciale trein die je van de ene afdeling naar de andere brengt. Op Schiphol zijn er speciale rolbanen en voor je het weet ben je verdwaald.

Zal Berlijn in 2014 zijn beloofde luchthaven hebben? Dat zou me diep verbazen. Als er zo’n reusachtig project op stapel wordt gezet, tekeningen en begrotingen gemaakt, de politici overtuigd van de noodzaak, treedt tegelijkertijd een geheimzinnige wet in werking. Dat is de wet van de superoptimistiche collectieve zelfoverschatting. De gevolgen zijn onontkoombaar maar worden pas later duidelijk, als het werk zo ver gevorderd is dat het niet meer kan worden gestopt. In Amsterdam hebben we er ruime ervaring mee. In 1970 ontdekte het stadsbestuur dat er dringende behoefte was aan een ondergronds openbaar vervoer; een metro. Er werden alternatieven voorgesteld, maar die werden door de deskundigen afgekeurd. Er werd een referendum gehouden, maar het werd ongeldig verklaard, want de opkomst was niet hoog genoeg.

Het was dus niet meer te vermijden: de eerste spade ging in de grond. Daarna is er een oud deel van de stad gesloopt, de Nieuwmarkt-rellen braken uit, het centrum raakte in staat van oorlog, en nu kun je met je chipkaart onder de grond van het Centraal Station naar de Wibautstraat rijden. Een ongelofelijke vooruitgang. De aanleg van de Noord/Zuidlijn volgt min of meer hetzelfde patroon. Waren we eraan begonnen als we dat allemaal van tevoren hadden geweten? Dat is een vraag die niet ter zake doet. De wet van de superoptimistische collectieve zelfoverschatting is sterker. Vandaar ook dat we nu met die gigantische leegstand aan kantoorruimte zitten. Deze krant is verhuisd naar het Rokin. Een prachtig complex, een geweldige vooruitgang, maar ons rookhok is nog niet klaar. Vandaar dat de verslaafden aan hun gerief komen in de passage onder het voormalige gigakantoor van Fortis dat leeg staat. We delen die tochtige ruimte vaak met een paar slapende daklozen.

Tegen het einde van de vorige eeuw is de taal verrijkt met een onheilspellende uitdrukking: zinloos geweld. Dat wil zeggen: zonder enige aanwijsbare reden iemand vermoorden, en passant de boel kapotslaan, schuimbekkend tegen mensen en dingen tekeergaan. Gruwelijk, daar zijn we het over eens, en toch hebben we de indruk dat het de afgelopen decennia is toegenomen. Zonder ook maar de schijn van enige inhoudelijke overeenkomst te willen suggereren, maar louter door de analogie opper ik dat je zo ook zou kunnen spreken van zinloze vernieuwing.

Ja, alles kan altijd anders, dus nieuwer. Maar langzamerhand is in onze beschaving de overtuiging gegroeid dat nieuwer synoniem is met beter. Dat is voor het eerst vastgesteld door Vance Packard in zijn boek The Waste Makers (1960). Hij had ontdekt dat in de Amerikaanse industrie een nieuwe techniek was ontstaan, die van de ingebouwde veroudering, planned obsolescence. De fabrikant lanceerde feestelijk een nieuw model van een auto, strijkijzer, magnetron, met nog meer foefjes. Iedereen wilde het hebben. Maar behalve hij en zijn staf wist niemand dat er ook een kleine tekortkoming was ingebouwd, die het volgend jaar verholpen zou zijn. Nog meer omzet. Intussen zijn we verslaafd geraakt aan vernieuwing. Zie je ergens voor een winkel een lange rij staan, dan kun je er donder op zeggen dat daar het nieuwste digitale dingetje te koop is. Ik tik dit stukje met behulp van het Microsoft-programma Vista, intussen ontmaskerd als een soort Berlijnse luchthaven. Geen klachten.