Windpark vlak voor kust toch een optie

Renée Postma

De aanleg van windmolenparken in ondiep water vlak voor de kust is niet langer taboe. Om de aangescherpte doelstelling voor duurzame energie te halen, wil de PvdA dat met voorrang de mogelijkheden voor nearshore windenergie worden bekeken.

PvdA en VVD hebben in het regeerakkoord vastgelegd dat in 2020 16 procent (was 14 procent) van de energie duurzaam moet zijn. Nederland haalt nu iets meer dan 4 procent van zijn energie uit duurzame bronnen. Eenderde van de duurzame energie zou door windmolens moeten worden gegenereerd, zowel op land als op zee.

Maar de grote vraag is waar die extra duurzame energie vandaan moet komen. Op land groeit de weerstand tegen nog meer windmolens, en de windmolenparken op zee zijn te duur omdat ze ver uit de kust staan. Sinds 2005 is de aanleg van windmolenparken binnen de territoriale wateren – 12 zeemijl, of ruim 22 kilometer – verboden.

Dat verbod kwam nadat op tien kilometer afstand het 36 molens tellende windpark voor de kust van Egmond aan Zee was aangelegd in opdracht van Shell en Nuon. De molens zijn vanaf het strand duidelijk te zien. Sinds die tijd wordt alleen op een afstand van meer dan 22 kilometer gebouwd.

PvdA-Kamerlid Jan Vos zal minister Kamp (Economische Zaken, VVD) dinsdag vragen om een haalbaarheidsonderzoek naar nearshore-windenergie. Dat voorstel kan in de Tweede Kamer op een meerderheid rekenen; behalve VVD en PvdA is oppositiepartij CDA voorstander van zo’n onderzoek.

Niet langer taboe: pagina 24-25

    • Renée Postma