Opinie

    • Menno Tamminga

Wie gaat winnen - de staat of de straat?

Henk Kamp doet officieel Economische Zaken, maar je kunt hem beter minister van Optimistische Zaken noemen. De VVD’er wijst de weg naar economisch herstel. Hoe?

Banken en pensioenfondsen moeten de handen ineen slaan. De banken moeten meer kredieten geven, omdat de pensioenfondsen financiële ruimte scheppen door woninghypotheken van banken te kopen. „Dat gaat lukken”, zei Kamp in een nieuwjaarsinterview met de regionale kranten van De Persgroep. „Omdat het in ieders belang is. Omdat uiteindelijk de werkgevers en de werknemers de dienst uitmaken in de besturen van de pensioenfondsen en omdat het kabinet graag constructief met de sociale partners samenwerkt.”

Kamp benoemt de twee essentialia van Nederlandse crisisbestrijding. Eén: werkgevers en vakbonden erbij halen. Sinds het legendarische Akkoord van Wassenaar (1982) over winstherstel en loonmatiging kan geen crisisoplossing zonder sociaal pact. ‘Wassenaar’ borduurde weer voort op de naoorlogse op consensus gerichte instituten zoals de SER.

Traditie twee: geldgiganten onder druk zetten. Deze keer om de kredietverlening. Na de economische terugval in 1993 (bankroet DAF) moesten banken en pensioenbeleggers intekenen op de ‘industriefaciliteit’ voor bedrijven. In de depressie van begin jaren tachtig moesten zij meedoen in de Maatschappij voor Industriële Projecten. En die greep terug op de Herstelbank (1945) die met geld van de staat en de financiële wereld de industrie moest financieren.

Waarom laten de financiers zich onder druk zetten? Zij hebben op hun thuisbasis belang bij een florerende economie. Als zij moeten meedoen met een overheidsplannetje dat een paar centen kost, dan moet het maar. Bovendien biedt een akkoord over de bankhypotheken de pensioenwereld nu iets extra’s: soepeler regelgeving die hun financiële positie verbetert.

In één opzicht zijn de crisis én de bestrijding wel anders. Let op wat níet wordt gezegd. Loonmatiging. Kamp rept er niet van. Zijn topambtenaar Chris Buijink in zijn nieuwjaarsartikel deze week in vakblad ESB ook niet. Loonmatiging is de vorige crisis. Dit is een vermogenscrisis, waarin de dalende waarde van twee financiële zekerheden centraal staat: huizen en pensioenen.

Het optimisme van Kamp is echter voorbarig. De echte test voor het kabinet moet nog komen, als de bezuinigingen concreet en voelbaar worden. En de werkers in de publieke sector de klos zijn. Daar zijn de bonden nog sterk. Hoe mooi een pact met de sociale partners ook is, als de crisis gaat bijten, komt het moment dat de bonden hun knopen én hun leden gaan tellen.

Beslist de staat of de straat? Een jaar na het Akkoord van Wassenaar braken intense stakingen uit. De confrontatie die het kabinet zal maken of breken, loert. Ook dat is traditie in crisistijd.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.

    • Menno Tamminga