Weet publiek wat echt is?

Na uitvoerig onderzoek in het restauratielaboratorium van het museum bleek het een Titiaan. Bij beide toeschrijvingen speelden niet zozeer een kennersoog als wel infrarood, röntgenstralen en pigmentonderzoek een belangrijke rol.

De toegenomen technologische mogelijkheden in echtheidsonderzoek vormen winst: het maakt het moeilijker knollen voor citroenen te verkopen. De ‘tweede’ Mona Lisa die een consortium zakenmensen in september met veel bombarie en een dik boek presenteerde bleek de eerste testen al niet te doorstaan: het schilderij bevatte verfstoffen (onder meer loodwit) die pas honderd jaar later voor het eerst werden gebruikt.

Toch is er ook een nadeel aan deze technologisering, vooral voor educatie- en publiciteitsafdelingen van musea. Het maakt het hen moeilijk mee te deinen op de democratiseringstrend in de wereld van kunst en amusement die publiek ‘betrekt’ en ‘enthousiasmeert’, twee doelstelling van iedere educatieafdeling. Je kunt moeilijk aan bezoekers vragen: en wat denkt u, echt of niet echt?

Het Teylers Museum trok zich er niets van aan. Tijdens de Rafaeltentoonstelling die deze week zijn laatste dag beleefde, werd bezoekers precies dat gevraagd. Wat dachten ze over een tekening met drie vrouwenhoofden waarover kenners geen consensus hadden weten te bereiken? Met een „speciale stemmachine” mochten ze „meedoen aan de discussie over de toeschrijving van deze tekening”. Simpeler: is het een Rafaël of niet?

De opkomst was hoog. Liefst 27.250 mensen brachten hun stem uit, zo liet het museum vandaag weten. En de uitkomst? Die liet vooral de noodzaak van de nieuwe technieken zien. Een ‘wijsheid van de massa’ lijkt er bij het toeschrijven niet te bestaan. Het publiek bleek hopeloos verdeeld. 47 procent van de bezoekers zei: ja, het is een Rafaël. 52 procent gelooft dat niet.

    • Pieter van Os