Venezuela zonder Chávez

De bevolking van Venezuela wordt voor de gek gehouden. Hoewel president Chávez te ziek is om vanuit zijn ziekenhuis in Cuba een teken van leven te geven, houdt de regering in Caracas vol dat El Comandante nog steeds de leiding van het land in handen heeft.

Aan dat verzinsel klampt een aanzienlijk deel van de Venezolanen zich vast – tegen beter weten in. Gisteren, toen Chávez eigenlijk voor een nieuwe ambtstermijn geinaugureerd had moeten worden, betoogden zij met vlaggen en leuzen om de afwezige en onzichtbare leider hun aanhankelijkheid en steun te betuigen. Ook allerlei hoogwaardigheidsbekleders, en zelfs buitenlandse leiders, namen deel aan die poppenkast.

Het is begrijpelijk dat veel Venezolanen het moment vrezen waarop het land verder moet zonder de man die de politiek de afgelopen veertien jaar zo volkomen heeft gedomineerd. En dat ze niet willen geloven dat dit moment eigenlijk al is aangebroken.

Want dan moeten ze niet alleen onder ogen zien dat Venezuela in politiek opzicht bitter verdeeld is, maar ook dat de beweging die Chávez zelf heeft opgebouwd en groot gemaakt, nu uiteen dreigt te vallen. In een land met zwaarbewapende burgermilities en een heel machtig leger, is dat een perspectief vol onzekerheden en gevaren.

Alleen de fictie dat de herkozen president nog aan de touwtjes trekt, voorkomt dat de strijd om zijn nalatenschap in volle hevigheid losbarst. Met dubieuze constitutionele manoeuvres is de inauguratie nu voor onbepaalde tijd uitgesteld. Formeel is de macht ook niet overgedragen aan de vicepresident, noch aan de voorzitter van het parlement. Evenmin is sprake van nieuwe presidentsverkiezingen. Chávez is immers niet weg: zijn fysieke verschijning mag al een maand van het toneel zijn verdwenen, zijn geest wordt uit alle macht in de lucht gehouden.

Maar het nadeel van spoken is dat je slecht van ze op aan kunt. De interne verdeeldheid is er wellicht een tijdje mee te bezweren. Die gedachte zal buurlanden, waaronder de regionale grootmacht Brazilië, ertoe hebben gebracht zich neer te leggen bij het toneelstuk dat in Caracas wordt gespeeld.

Maar het schimmenspel kan niet lang de machtsstrijd verhullen die achter de schermen al is begonnen. Voor Venezuela, en de regio, maakt het nogal wat uit wie nu in feite de richting van het land bepaalt: vicepresident Maduro, vertrouweling van Chávez en oud-minister van Buitenlandse Zaken, of parlementsvoorzitter Cabello, wiens machtsbasis ligt bij het leger en de corrupte klasse van nieuwe rijken. Aanhoudende onduidelijkheid – over de toestand van Chávez en over de machtsverhoudingen in Caracas – maakt de overgang naar het post-Cháveztijdperk alleen maar moeilijker.