Rechter: staat mag ingrijpen in salarissen zorgbestuurders

De bestuurders van ziekenhuizen en verzorgingstehuizen vallen gewoon onder de nieuwe wet die inkomens maximeert. De voorzieningenrechter in Den Haag heeft vanochtend de eis van zorgbestuurders verworpen om uitgezonderd te worden van de nieuwe wet normering topinkomens.

Zorgbestuurders spanden een kort geding tegen de staat aan omdat zij vinden dat de zorg niet tot de publieke sector kan worden gerekend. Bovendien zijn de instellingen private instellingen waaraan de minister geen loonnormen zou kunnen opleggen. Zij noemen dat een “vergaande inbreuk op het eigendomsrecht”.

De rechtbank is echter van oordeel dat de wetgever een grote mate van vrijheid heeft om te bepalen of een instelling “als meer publiek of meer privaat” kan worden beschouwd. Daarnaast vindt de rechter dat het kabinet bestuurders voldoende de tijd geeft om aan het nieuwe beloningsregime te wennen.

Maximaal 130 procent van ministersalaris voor bestuurders

Volgens de Wet normering topinkomens die op 1 januari is ingegaan, mogen zorgbestuurders maximaal 130 procent van een ministerssalaris verdienen. Dit geldt alleen voor nieuwe arbeidscontracten. Bestuurders krijgen zeven jaar de tijd om hun beloning aan het wettelijke maximum aan te passen: de eerste vier jaar mogen ze hun ‘te hoge’ beloning behouden, de drie jaar erna zal het moet worden verlaagd naar het maximum. Pas vanaf 1 januari 2020 geldt het plafond voor alle bestuurders.

De Nederlandse Vereniging van Zorg Directeuren (NVZD), de branchevereniging die het geding aanspande, is teleurgesteld. Vanochtend was nog niet bekend of zij in hoger beroep gaat.

    • Jeroen Wester