Sterren aan een somber firmament

Foto Brian Lincoln

Ondanks de crisis in het Nederlandse boekenvak, waarin commerciële fictie het steeds meer lijkt te winnen van het literaire boek, verschijnt er dit voorjaar nog genoeg om naar uit te kijken. Er zijn nieuwe romans van Herman Brusselmans, Philip Huff, Jan Siebelink, Margriet de Moor, Ilja Leonard Pfeijffer, Allard Schröder, Peter Verhelst, Pieter Waterdrinker en journalistieke stukken van Annejet van der Zijl in aantocht. In de categorie ‘opgelepeld’ zijn er dagboeken uit de jaren zeventig van Frida Vogels en is er nagelaten werk van Hella S. Haasse.

De oogst bij de vertaalde fictie, de meest kwetsbare groep in deze tijden, is minder omvangrijk. Wel komt bij Van Gennep deel 3 van de Balkantrilogie De nieuwkomers van Lojze Kovacic uit. Die uitgeverij durft het samen met de Wereldbibliotheek aan om hoogwaardige literatuur uit de wereld ten oosten van de Rijn uit te geven, zie de ‘eigen’ selectie verhalen van Siegfried Lenz. Jammer is wel dat de knappe, vuistdikke, in het Duits en Engels wel gepubliceerde roman Parallelle geschiedenissen van Péter Nádas voor dat bedrijf te duur is om te publiceren. Verder verschijnen er een nieuwe roman van J.M. Coetzee en werk van Andreï Makine, Etgar Keret, Paolo Giordano, Karl Olav Knausgård, T.C. Boyle en Amitav Gosh.

In de non-fictie kan iedereen uitzien naar de geseling van de media door Rob Wijnberg en De toekomst van China van Ian Buruma. Het absolute hoogtepunt van het komend seizoen is zonder twijfel het magnum opus van Frits van Oostrom over de geschiedenis van de Nederlandse literatuur tussen 1300 en 1400.

Voor een uitgebreide titellijst zie nrc.nl/boeken/

    • Michel Krielaars