Reddingsactie voor het laatste analoge fotolab

Een foto die is afgedrukt op de ouderwetse manier ziet er anders uit dan een digitale print. Maar het laatste analoge fotolab heeft het financieel zwaar.

Scarlett Hooft Graafland, ‘Lemonade Igloo’ (2007). Afgedrukt in het AAP-lab.

Het Amsterdam Analogical Photoprinting Laboratorium (AAP-lab) huist achter een onopvallend deurtje op een anoniem bedrijventerrein in Amsterdam-Slotervaart. Het is moeilijk voor te stellen dat de foto’s die hier worden afgedrukt – nog op de ouderwetse manier, met chemicaliën en lichtgevoelig fotopapier – uiteindelijk hun weg zullen vinden naar de grote musea ter wereld. Toch is dat zo. Tot de klantenkring van het AAP-lab horen bekende Nederlandse fotografen als Rineke Dijkstra, Dana Lixenberg, Jacqueline Hassink en Liza May Post.

Een aantal van die topfotografen luidt nu de noodklok. Want het AAP-lab verkeert in zwaar weer. Door de financiële crisis is het aantal orders de afgelopen jaren drastisch afgenomen. Veel fotografen stapten over op digitale printtechnieken. Als het AAP-lab verdwijnt, gaat een van de laatste plekken in Nederland verloren waar fotografen hun werk nog analoog en op groot formaat kunnen laten afdrukken. Om dat te voorkomen is fotomuseum Huis Marseille een verkoopactie gestart. Een twintigtal fotografen, onder wie Dijkstra en Lixenberg, heeft belangeloos werk afgestaan voor een tentoonstelling. Met de opbrengst zullen de schulden van AAP worden afgelost.

Drukker Peter Svenson (56), die het AAP-lab in 2005 samen met Gerrit Berghuis oprichtte, is ontroerd door de actie. „Ik was sowieso van plan om door te gaan, al was het met vallen en opstaan. Dit is een enorme steun in de rug.” Hij ziet de toekomst optimistisch tegemoet en hij heeft het gevoel dat de crisis nu bijna voorbij is. „Het komende jaar zal nog moeilijk worden. Kunstenaars, onze belangrijkste opdrachtgevers, krijgen minder subsidie.” Maar de kunstwereld is al aan het terugveren, ziet hij. „Kijk naar het succes van fotobeurs Unseen afgelopen jaar. Mijn klantenkring is zich nog steeds aan het uitbreiden. Vooral zwart-witfoto’s zijn weer erg in trek.”

Svenson, die zelf ook fotograaf is, kwam in 1982 vanuit Nieuw-Zeeland naar Nederland en werkte sindsdien in verschillende fotolabs. In de jaren tachtig bestond zijn klantenkring vooral uit reclamebureaus, maar toen de kleurenprinter zijn intrede deed, viel die inkomstenbron weg. In de jaren negentig drukte hij voornamelijk modefotografie, totdat steeds meer tijdschriften overstapten op digitaal beeld en ook die opdrachtenstroom opdroogde. In 2005 besloot hij voor zichzelf te beginnen, omdat andere fotolabs hun doka’s sloten en massaal overstapten op digitaal. Nu zijn het vooral kunstfotografen die van zijn diensten gebruik maken.

„Het is zo’n eerlijk en puur procedé”, zegt Svenson als hem gevraagd wordt wat hij zo aantrekkelijk vindt aan analoge fotografie. „Het is niet gemanipuleerd, onbedacht. En toch kun je de beelden naar je hand zetten. Je hebt te maken met allerlei beperkingen en probeert het beste te maken van het beeld dat op het negatief staat. Wat gebeurt er als je er iets meer magentablauw in stopt? En is het niet mooier om de randen iets meer door te drukken?” Hij rolt een afdruk uit van een rivierenlandschap met koeien, een foto van Han Singels. „Bij dit werk heb ik een beetje groen en geel aan de lucht toegevoegd. Daardoor lijkt het net een schilderij van Ruysdael.”

Uit een la diept hij een foto op van Marrigje de Maar, waarop een donkere kloostertrap is afgebeeld. „Moet je zien wat een diepte er in dit beeld zit. Zoveel verschillende tinten grijs in die schaduwpartijen, dat lukt alleen met een analoge print. Dit is zoals je eigen oog de realiteit ook ziet. Het resultaat zit heel dicht bij geloofwaardigheid. Dat te bereiken is mijn streven. Het mooie is: het blijft een mysterieus proces. Ik weet wel iets van natuurkunde, dus ik snap wat er op moleculair niveau gebeurt. En toch is de uitkomst altijd verrassend. Het is de kunst om dat proces zo goed mogelijk te besturen.”

Svensons grootste vrees is dat bedrijven als Fuji en Kodak in de toekomst zullen stoppen met de productie van fotopapier. „Vorig jaar was het al even schrikken toen Kodak failliet dreigde te gaan. Maar tot nu toe leveren ze nog steeds.” En als de grondstoffen echt niet meer beschikbaar zijn, is er altijd nog de mogelijkheid om het procedé in eigen hand te nemen. „Met glasplaten en zelfgemaakte emulsies werken, zoals de Amerikaanse fotografe Sally Mann nu al doet. Dat lijkt me wel wat.” Nee, wat Svenson betreft is het analoge tijdperk voorlopig nog niet voorbij.

AAP-Lab. Een ode aan het analoge. T/m 31 jan in Huis Marseille, Amsterdam. Inl: huismarseille.nl

    • Sandra Smallenburg