'Lokale schoolfusies zinvol'

Twee Rotterdamse roc’s onderzoeken opsplitsing. Kanttekening van ervaringsdeskundige Wintels: grootschaligheid is niet altijd slecht.

Een grote school opsplitsen in een aantal kleine scholen: de enige bestuurder in Nederland die daarmee ervaring heeft, is Marcel Wintels. De collegevoorzitter van Fontys Hogescholen was vorig jaar als interim-bestuurder verantwoordelijk voor de opheffing van Amarantis. Uit de as van de gevallen onderwijsreus liet hij vijf nieuwe, kleinere scholen herrijzen.

Nu deze week de Rotterdamse scholen ROC Zadkine en het Albeda College bekendmaakten zich te willen omvormen in vijf tot acht mbo-colleges, is de discussie in de onderwijswereld losgebarsten. Wat is de ideale omvang van een school?

„Dé ideale omvang bestaat niet”, stelt Wintels. „Bij Amarantis was er geen andere logische optie dan het opsplitsen van de instelling. Maar dat wil niet zeggen dat altijd geldt: hoe kleiner, hoe beter. Schaalvergroting is niet per definitie slecht.”

Waarom was dat bij Amarantis wel het geval?

„Zinnige schaalvergroting kan alleen als de scholen die in het nieuwe geheel opgaan in dezelfde stad of streek liggen en hetzelfde soort onderwijs geven. Amarantis was verspreid over meerdere provincies én er werd zowel voortgezet onderwijs als middelbaar beroepsonderwijs aangeboden. Dat is erg complex. Er was geen goede inhoudelijke reden om die school bij elkaar te houden.”

Amarantis is opgesplitst zonder dat het tot samenwerking kwam met mbo-scholen in de buurt, zoals Zadkine en het Albeda nu trachten te doen. Hoe kwam dat?

„We hebben geprobeerd tot eenzelfde soort samenwerking te komen met ROC Midden-Nederland, namelijk herordening op inhoudelijke logica. Helaas werden we het niet eens over de manier waarop die moest worden vormgegeven.”

Fontys Hogescholen voldoet niet aan uw eigen eis van geografische nabijheid. U bestuurt vestigingen verspreid over heel Zuid-Nederland. Gaat dat wel?

„Allereerst: Fontys is homogeen in type onderwijs. We hebben er vier jaar geleden wel voor gekozen om zoveel mogelijk verantwoordelijkheid bij de 29 instituten te leggen. Daar weten ze het best hoe ze onderwijs kunnen geven. Groot in kleinschaligheid is het motto. Het werpt zichtbaar vrucht af. Daarbij zie je een toenemende logische verbinding per stad. Nabijheid is namelijk essentieel. Samenwerken over grote afstanden, bijvoorbeeld de opleidingen economie in Tilburg, Eindhoven en Venlo, is veel lastiger. Die afstand is groot. Dus ja, de lokale identiteit en regionale inbedding is belangrijker aan het worden.”

Is de koepel Fontys Hogescholen straks nog wel nodig?

„Toen ik ooit een aantal directeuren voorstelde om een denkoefening te doen waarbij Fontys niet meer bestond, zetten ze grote ogen op. Fontys functioneert nu goed, iedereen ervaart de voordelen ervan, ook van een overkoepelend bestuur. En ook het ministerie van Onderwijs vindt het makkelijker om met één Fontys zaken te doen, in plaats van met al die scholen. Vorig jaar stelde ik aan staatssecretaris Zijlstra voor dat hij prestatieafspraken maakte met de 29 afzonderlijke scholen. Dat wilde hij niet, te veel gedoe. Nu zijn er dus afspraken voor één hogeschool die 10 procent van Nederland bestrijkt. Is dat maatwerk?

„We hebben geen masterplan dat leidt tot het verdwijnen van het huidige Fontys Hogescholen. We zijn bezig met een organisch proces, waarvan we kijken waar het ons brengt. Toen ik hier vijf jaar geleden kwam, was Fontys een groot schip. Nu is het meer een grote vloot.”

    • Bart Funnekotter