Logisch dat de steden vollopen

Dat basisscholen in de stad geen plaats hebben voor alle kleuters, „daar kon je op wachten”, zegt een planoloog. Reden: de economische crisis.

Een van de populairste scholen in Amsterdam is de Theo Thijssenschool in de Jordaan. Foto Bram Budel

De gezinnen groeien weer, in de vier grote steden. „Dat is historisch gezien een unieke ontwikkeling”, zegt Pieter Tordoir, hoogleraar economische geografie en planologie aan de Universiteit van Amsterdam. Eeuwenlang daalde het aantal personen per huishouden in de steden. Waar in de negentiende eeuw enorme gezinnen in de Jordaan woonden, resideerden tot voor kort vooral yuppen of stellen met een enkel kind. Maar aan die ‘huishoudverdunning’ is voorlopig een einde gekomen. „Tamelijk abnormaal.”

Jonge gezinnen vertrekken sinds kort niet meer massaal naar groeisteden als Almere, Barendrecht, Zoetermeer of Nieuwegein. Ouders blijven in de stad waar ze ooit studeerden. Oorzaak: vooral de economische crisis en de crisis op de huizenmarkt. Jongeren kunnen geen huis kopen en blijven noodgedwongen op hun studentenkamers of etages. Dat basisscholen geen plaats hebben voor alle kleuters, is dan ook logisch. „Daar kon je op wachten”, aldus Tordoir.

Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht groeien weer. Die trend is aan het begin van deze eeuw ingezet in Utrecht, toen de gemeente het stadsdeel Leidsche Rijn erbij kreeg. Enkele jaren later volgden de andere drie grote steden; vanaf 2008 Amsterdam, vanaf 2009 Den Haag en vanaf 2010 ook Rotterdam, zo blijkt uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Dat de inwoners van de vier grote steden nu klagen over wachtlijsten voor scholen, bewijst het succes van het grotestedenbeleid sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw. Aan de ‘suburbanisatie’ is een einde gekomen. Nederland groeide vanaf de jaren zestig als geheel flink, maar uit Amsterdam vertrokken in 1980 nog ongeveer veertienduizend mensen meer naar de rest van Nederland dan er zich uit de rest van Nederland in Amsterdam vestigden.

De oorzaken van de revival van de vier grote steden zijn bekend. Er zijn sinds de jaren tachtig veel woningen aan de rand van de steden gebouwd. Denk aan IJburg bij Amsterdam of Ypenburg bij Den Haag. Bovendien werden stadswijken opgeknapt en kwamen er woningen bij op voormalige haventerreinen, stationsgebieden en bedrijventerreinen. Denk aan de Kop van Zuid in Rotterdam.

De keerzijde van het succes is dat de periferie van Nederland leegloopt. Ook steden zonder universiteit of hogeschool hebben het zwaar. Hoogleraar Tordoir ziet in de herstructurering van de voormalige groeikernen de „grootste opgave in de komende dertig jaar”. Steden als Zoetermeer, Lelystad en Nieuwegein zitten vol met bewoners in koophuizen die niet kunnen verhuizen. De steden zijn bovendien minder aantrekkelijk voor jongeren dan steden met universiteit of hogeschool. Tordoir: „Deze steden zijn in één klap gebouwd en verouderen nu ook in één klap. Ze zullen zich aan hun eigen haren moet optrekken.”

    • Arjen Schreuder