Column

Kostenbesparing

Ruim 25 miljoen euro kost het nieuwe gemeentekantoor van Utrechtse Heuvelrug, een fusiegemeente met een krappe 50.000 inwoners. Het is in aanbouw in Doorn en lijkt met zijn witte luiken op een verzameling koetshuizen: Doorn koos in een enquête voor de stijl ‘rustiek’.

„Vijfentwintig miljoen”, proestte bibliotheekdirecteur Mariet Wolterbeek. „Dit schijnt het duurste gemeentehuis per ambtenaar van Nederland te worden.” Ze zou vaker proesten. De bibliotheek zit er namelijk tegenover in een prachtig ‘Cultuurhuis’ van hout en glas: kosten ruim 12 miljoen. Het heeft zelfs een parkeergarage, al ligt vlakbij een flinke parkeerplaats. Dit gebouw „jaste” de gemeente Doorn er vlak voor de fusie nog even snel door, zei Wolterbeek.

Het mag geen verbazing wekken dat de gemeente Utrechtse Heuvelrug graag „commerciële huurprijzen” berekent aan de maatschappelijke organisaties die gemeentepanden zoals het Cultuurhuis delen. Daarom betaalt Wolterbeek voor haar bibliotheek maar liefst 200 euro per vierkante meter huur. Dat komt neer op 120.000 euro per jaar. En dat is 40 procent van haar bibliotheekbudget – dat wordt verstrekt door de gemeente. De bibliotheekdirecteur betaalt de gemeente dus bijna de helft van haar bibliotheeksubsidie terug aan huur. En niet alleen in Doorn, haar regiobibliotheek heeft elf vestigingen. Ook elders is het flink raak: in Leersum betaalt ze bijvoorbeeld 160 euro per vierkante meter.

Nu wilde de gemeente bezuinigen op haar bibliotheeksubsidie. Van de boeken blijven ze af, dacht Mariet Wolterbeek. Zij besloot dus maar eens zichtbaar te maken wat er speelde: Ze zegde de helft van haar 600 gehuurde vierkante meters op.

Maar welke? De bibliotheek van Doorn beslaat de enorme hal van het Cultuurhuis. In het midden stonden tafels voor bezoekers. Nog steeds staan de boeken ongeschonden tegen de wanden, maar al het meubilair is nu weg: Wolterbeek gaf met gevoel voor effect precies het midden van de bibliotheek terug. „Zodat de gemeente commercieel kan doorverhuren”, zei ze met een royaal gebaar. „We dachten aan een ijsbaan” – proest.

Wethouder Tim Verhoef van Ruimtelijke Ordening en Cultuur (namens GroenLinks in een bestuurscoalitie met de PvdA) kwam er ook even bij. Tja, zei hij. Het was inderdaad „wel een gapend gat”.

Dit was mild uitgedrukt.

Vond de wethouder de commerciële prijzen zelf terecht? „Goede vraag”, zei hij. „Maar we zitten aan dit gebouw vast.”

Aan een veel te duur gebouw? „Ja.”

Toch was schaalvergroting bij gemeenten volgens Verhoef echt iets anders dan bij onderwijskolossen of ziekenhuizen. Bij gemeenten was het namelijk efficiënt.

Hij peinsde even. Vertelde over „een professionaliseringsslag” en „dorpsgericht werken”. Dit betekent dat je contact houdt met de dorpsbewoners. Voor fusiegemeenten is dat kennelijk iets nieuws.

Ja, welbeschouwd kon peperdure nieuwbouw zelfs leiden tot kostenbesparing. „Hopelijk”, zei Verhoef.

Margriet Oostveen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Arjen van Veelen