Jan Mulders 'Doodstil'

De CPNB zal het kennelijk worst wezen of iemand die het geschenk voor de Maand van de Spiritualiteit (die morgen van start gaat) schrijft, zelf spiritueel is ingesteld. Als het maar een Bekende Nederlander is. Wat er in zo’n boek staat, doet er kennelijk minder toe. Hoe valt de keus van het CPNB voor eerder Kluun of dit jaar Jan Mulder, columnist en tafelzitter bij De Wereld Draait Door, anders te verklaren? Of hebben luidruchtige wateren diepe gronden en bouwt Mulder altaartjes in zijn kamers of doet hij stiekem aan chakra-healing ?

Nee, Mulder is zo nuchter als de spreekwoordelijke koeienstaart. Doodstil heet zijn boekje, een titel passend bij het thema van de spiritualiteitsmaand, die vandaag wordt ingewijd met een ‘gezamenlijke stiltemeditatie op het Museumplein’. Maar over dat type stilte, stilte met een semiregilieus doel die ook altijd zo nodig samen beleefd moet worden, gaat het niet. Nee, het echte geschenk van dit weggevertje is dat juist niet-spirituelen er lol aan zullen beleven.

De Groningse negorij Doodstil werd in 2005 uitgeroepen tot mooiste plaatsnaam van Nederland. Jan Mulder verhuisde een paar jaar geleden zelf naar zo’n Groningse nederzetting, naar het geboortehuis van zijn vrouw in Nieuwolda, waar de omgeving bestaat uit de grootheden ruimte, wolken, gras, stilte. Zoiets geeft geluk en niet weinig ook. Van plattelandsrust zingt Mulder gul de lof in het geestige tierproza vol vet jongenssentiment dat kenmerkend is voor de mannen van DWDD. Aan tuffende brommers, eerste vriendinnetjes, oude benzinepompen en ‘door Hopper zelf geschilderde’ slagerijen geen gebrek. J.J. Cale meets Cornelis Jetses, en natuurlijk ontbreekt een Nijhoffiaanse passage over de moeder de vrouw niet. ‘Zet een vrouw met een wit schort voor de lens en ik snik.’

Lui is Mulder wel. Zelden zo’n dun boekje gezien met zo veel paginalange citaten erin, ook van eigen werk. Maar Mulders niet geringe verdienste bestaat erin dat hij de stilte meteen wegtrekt uit de zijige spirituele context. Stilte is geen middel om tot het hogere te komen, stilte is ‘slechts een toestand waarin de mens zich over het algemeen prettiger voelt dan lawaai’. Gefundenes Fressen voor al wie dit onderschatte goed liefheeft.

Mulders voornaamste punt is evenwel iets anders: de windmolenmaffia wil hem van zijn stilte beroven. ‘Een aartsconservatief qua lucht en sloot’, is hij, maar laat de provincie Groningen nu opwaarts en voorwaarts willen met windenergie. Een paar van die ‘kaarsrechte mallenmolens’, die hij ‘in strakke regimenten met hoog opzwaaiend gestrekt been’ ziet ‘opmarcheren’ komen pal bij Mulders achtertuin.

‘Nergens is de woede verschrikkelijker dan in de stilte van een volmaakt vredig landschap’, tiert Mulder. In één moeite door pakt hij wat andere ergernissen mee, zoals slordig taalgebruik. In de wereld van de spiritualiteit hoef je dan niet ver te zoeken. Ruimhartig citeert de auteur uit het glibberproza van spirituele websites – Het samen met elkaar Zijn in Stilte is een bijzondere ervaring – en stampt het plat. Thuiskomen bij Jezelf? ‘Jezelf is een fictie die door belanghebbenden wordt uitgebuit.’

De ziel laat Mulder even de ziel, schrijft hij. In plaats daarvan raast hij en vecht woedend tegen windmolens. Dat is dan wel niet spiritueel, maar spirit heeft het des te meer.