In Ramallah lekker driften met je BMW

De Speed Sisters van de Westelijke Jordaanoever vormen samen een raceteam. Hun verhaal gaat niet alleen over emancipatie en succes, maar laat ook de tegenstrijdigheden van de Palestijnse samenleving zien. Het racen „is als dansen”.

Haar zwarte BMW heeft ze omgebouwd en gestript vanbinnen. In de raceauto resten een stoel, een stuur, een pook. Noor Daoud is aan het driften: zijwaarts draait ze rondjes, of achtjes, waarbij de achterwielen een veel grotere slip maken dan de voorwielen – terwijl ze de auto onder controle houdt. „Het is als dansen”, zegt ze. „Het gaat om schoonheid”. En om winnen. Daoud kan de competitie met mannen aan. Sterker: ze verslaat ze.

De 23-jarige Palestijnse maakt deel uit van de Speed Sisters (Noor uit Ramallah, Betty uit Bethlehem en Marah uit Jenin), naar verluidt het enige raceteam van Arabische vrouwen in het Midden-Oosten. Noor Daoud is de eerste Arabische die drift. Maar haar verhaal gaat niet alleen over emancipatie en succes. Het laat ook zien hoe problematisch en tegenstrijdig de Palestijnse samenleving in elkaar steekt.

Haar witte Volkswagen (sportieve uitvoering) gebruikt Daoud als ze van haar moeders huis in Ramallah, op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever, naar een luxe lunchzaak in het centrum moet, voor een afspraak met vriendinnen. Met de Volkswagen racet ze niet, zegt Daoud – voor ze met 80 kilometer per uur over de golvende wegen van Ramallah scheurt. Ze lacht erbij. Ze kan het niet laten.

„Vroeger deden we gewoon wedstrijden in de stad, zo graag wilden we rijden”, vertelt ze. „Ik reed als een idioot door de straten. De politie achtervolgde me wel, maar ze hebben me nooit gepakt. Ik was altijd sneller.” Dat doet Daoud niet meer. „Ik ben nu ouder.”

Maar de Palestijnse heeft weinig alternatief om haar behendigheid te oefenen. Een poos trainde ze op een leeg parkeerterrein bij een grote Israëlische gevangenis, vlakbij Ramallah. „De soldaten keken toe en lachten naar ons, ze kwamen zelfs met ons kletsen.” Maar dat veranderde onlangs. Waarom weet Daoud niet. Opeens werd ze met traangas beschoten. Een traangasbusje raakte haar been. Een andere racester werd in haar rug geraakt. De meisjes moesten naar het ziekenhuis.

Een ander trainingsveld heeft Daoud nog niet gevonden. In Jericho wordt een baan gebouwd, maar het duurt nog jaren voor die af is. Dus nu oefent ze voor haar huis. „Ik zet gewoon de straat af en ik vraag een vriend of hij erbij wil staan om een beetje op te letten. Ik moet wel. Ik wil carrière maken.”

Een trainingsveld is niet het enige dat in Palestina ontbreekt, „Het ontbreekt aan alles”, zegt Daoud. „Sponsors. Goede trainers. Internationale uitwisseling. Er is geen infrastructuur voor professionele autosport.” Dat is waarom Daoud weg wil. Volgende maand racet ze in Dubai. Daarna vertrekt ze waarschijnlijk voor training naar Jordanië. „Daar weten ze wat ze aan het doen zijn.”

Daoud is de dochter van Palestijnen uit de diaspora. Ze werd geboren in Houston, in de Amerikaanse staat Texas. Daarna bezocht ze een kostschool in Zwitserland. Haar moeder nam haar drie jaar geleden mee naar Ramallah, waar de moeder een modezaak opende met Italiaanse merken. Haar vader heeft Daoud nooit gekend. Haar ouders scheidden toen ze een maand oud was. Anders dan haar broertje, een kunstenaar, was Daoud altijd een wilde. Haar stem is schor en diep.

„Mijn hele leven draaide om sport”, zegt Daoud. „Ik bokste, voetbalde, zwom.” En ze was overal goed in. „Dat was het probleem, ik kon niet kiezen. Maar in 2009 kwam ik in aanraking met racen, hier in Ramallah. Ik hield al van auto’s, daar speelde ik als kleuter al mee, maar pas hier kreeg ik de energie om in de auto te stappen.” Het racen voelde als een bevrijding, vergeleken met de files waarin Palestijnen dagelijks voor de Israëlische controleposten staan.

Het Britse consulaat in Jeruzalem hoorde van de racesters, vormde het team de Speed Sisters in 2010, ter bevordering van de Palestijnse emancipatie én ter promotie van de Britse autosport, en financiert het sindsdien. Van de acht meisjes zijn er echter nog maar drie over. En ook Daoud stapt er waarschijnlijk uit. „De andere meisjes driften niet, maar racen op snelheid. Daarin ben ik niet geïnteresseerd”, aldus Daoud. Bovendien vindt ze de anderen onprofessioneel. „Een van de meisjes heeft een fulltime baan, de ander is getrouwd”, zegt ze met nauwelijks verholen minachting.

De tijd dat Palestijnse vrouwen zich alleen mochten bezighouden met de kinderen en het huishouden is voorbij, zegt Daoud. „Het leven in Ramallah is geweldig. Vrouwen kleden zich mooi aan, gaan uit, kunnen vriendjes hebben, werken. Maar er zijn nog maar weinig vrouwen professioneel bezig met sport. En weinig meisjes mogen racen, omdat vaders toch conservatief blijven, en moeders bang.”

Bij de lokale bevolking gaat ze over de tong, weet Daoud. „Palestijnen houden van roddelen en ik ben hier beroemd. Maar het komt ook omdat ik een eenling ben. Ik heb nooit een vriendje gehad. Omdat ik te stoer ben, denk ik. Mannen zijn bang voor me als ze me hebben zien autorijden.” Ze grijnst.

„En daarbij ben ik niet echt vrouwelijk. Ik ben een tomboy. De andere meisjes in mijn team plakken nepnagels op en hebben haarstukjes. Ze dragen hakken en te veel make-up. Dat is niet mijn stijl”, zegt Daoud, terwijl ze naar haar zwarte sportjack met het logo van de Formule 1 wijst. Maar ze heeft haar wimpers vanochtend in een krultang gehangen en draait tijdens het spreken met haar vingers krulletjes in haar bos donkere manen. Ze heeft de allure van een popster en ze weet dat.

Haar reputatie bij de Palestijnse bevolking is een van de redenen dat ze het aanbod afwees om voor Israël uit te komen bij internationale races. „Ik ben natuurlijk Palestijnse en het liefst rijd ik voor Palestina. Maar sport is voor mij geen politiek. Ik wil alle kansen grijpen die worden aangeboden. De mensen hier in Ramallah zouden het echter niet accepteren dat ik onder de Israëlische vlag rijd.”

Een jaar geleden deed Daoud mee aan een racewedstrijd in Eilat, Israël. Ze won, van alle Israëlische vrouwen. „Het was geweldig. Niet alleen omdat ik won, ook omdat de Israëliërs me respecteerden. Dat had ik niet verwacht. Het publiek was heel blij voor me, terwijl ze wisten dat ik Palestijns ben.” Twee ex-leden van de Speed Sisters bekritiseerden Daoud omdat ze in Israël reed. „Ze zijn jaloers”, zegt Daoud. Omdat haar ouders in Jeruzalem zijn geboren kan zij naar Israël, in tegenstelling tot de meeste Palestijnen in Ramallah. „Maar ik leef ook onder bezetting. Kijk naar wat er laatst bij de gevangenis gebeurde. En tijdens de verschrikkelijk Gaza-oorlog in november kon ik niet meer nadenken, ik was zo emotioneel.”

Ze laat het niet zien, zegt Daoud, maar ze is heel gevoelig voor de politieke situatie. „Héél gevoelig. Mijn droom is om naar Gaza te gaan. En dat ik tegen de kleine kinderen kan zeggen: kijk, ik ben een racer.”

    • Leonie van Nierop