Het groen moet steeds verzorgd

Het Limburgse groenbedrijf Dolmans werd in één klap een van de grootste spelers in de sector. „Nu komen we ook in beeld in de Randstad.”

De branche had „een wat boers imago”, zegt Erwin Janssen, een van de grootste hoveniersdirecteuren van het land. „Bij groenonderhoud dacht je aan mannen in overall, een erf en wat tractoren in een loods.”

Strak in het krijtstreeppak, omgeven door smetteloos witte designmeubelen, loopt de 44-jarige Janssen rond op zijn kantoor in Bunde, een dorp in het Maasdal even ten noorden van Maastricht.

Hier staan populieren met maretakken in hun kroon. Daarnaast ligt een omgeploegd weiland. Daar tussenin een niet al te imposant bedrijvenpand met het opschrift Dolmans Landscaping Group.

Die naam lijkt misschien dikdoenerij. Maar wie door de slagboom langs het gebouw rijdt komt op een bedrijfswerf die al meer indruk maakt.

Met de overname van de Amsterdamse bedrijven Wieringen Prins en Pius Floris Boomverzorging nestelt Dolmans zich in de top drie van grootste bedrijven in de groensector (aanleg, onderhoud, ontwerp) en heeft het voor het eerst landelijke dekking. Janssen: „We hadden al grote klanten als Van der Valk, Enexis, Center Parcs en DSM. Maar omdat we vooral buiten de Randstad actief waren, gold toch een beetje: onbekend maakt onbemind. Nu komen we ook daar in beeld.”

Volgens het productschap tuinbouw werd er twee jaar terug 2,85 miljard euro omgezet in de groensector. Zo’n 4.700 bedrijven hadden in totaal 45.000 mensen aan het werk. Net als bij andere vormen van aannemerij zit de klad in de nieuwe projecten. Maar groenbedrijven drijven voor een belangrijk deel ook op onderhoud, en dat gaat altijd door. Al staan de prijzen flink onder druk.

De Dolmans Landscaping Group is desondanks razendsnel gegroeid. Van honderd werknemers en een jaaromzet van 10 miljoen euro in 2006 naar zevenhonderd werknemers en 50 miljoen euro nu. „De grootte biedt schaalvoordelen: gezamenlijke overhead, goedkoper inkopen. Elk bedrijf voegt ook iets toe: Wieringen Prins is sterk in daktuinen. Daar deden we nog nauwelijks iets mee. Tegelijk moeten alle onderdelen zo veel mogelijk zelfstandig blijven opereren. Dat maakt dat ze ook lokaal hun gezicht houden.”

Schoonvader Hub Dolmans begon het bedrijf in 1961: een eenmanszaak in een loodsje achter een woning op het Kerkplein in Bunde. Toen de Staatsmijnen en diverse gemeenten klant werden, groeide het bedrijf snel. Op zijn hoogtepunt had Dolmans zo’n honderd mensen aan de slag.

Midden jaren negentig begon schoonzoon Erwin Janssen, toen 25 jaar, belangstelling te tonen voor het bedrijf. Wat trok een jonge bedrijfskundige in hét tijdperk van het snelle geld in het groenonderhoud? „Ik zag hoe mijn schoonvader op een innovatieve manier te werk ging. Bovendien is het in de kern gewoon aannemerij. Dat sprak me aan.”

Een van zijn eerste taken was het ontslaan van enkele tientallen werknemers. „Gelukkig hebben we de meesten later weer kunnen aannemen. Het was onze moeilijkste tijd. Het openbaar aanbesteden begon en daarmee kwam de onzekerheid. De structurele fout was dat het bedrijf voor 70 procent van de omzet afhankelijk was van drie grote opdrachtgevers. Een belangrijke les. Dat nooit meer.”

Risicospreiding is ook een van de centrale gedachten achter de uitbouw van het bedrijf, dat Jansen in 1997 overnam. Net als volumes maken. “De marges zijn smal. In goede jaren draaiden we 7 tot 9 procent winst. Nu is dat 3 tot 4 procent. Bij overheidsopdrachten is het helemaal schrapen. Een gevolg van het aanbesteden op prijs”, zegt Janssen.

„De hele branche is er naar gaan werken. Vroeger ging iedereen minstens voor een zeven. Nu is een vijf voldoende. Het is voortdurend duwen en trekken met opdrachtgevers. Elke stap extra is met zulke prijzen meerwerk. De lol is eraf. Maar we kunnen het volume niet missen. Het aandeel overheidsopdrachten is kleiner geworden bij ons, maar nog altijd 40 tot 50 procent. Gelukkig komen er ook nieuwe aanbestedingsvormen, op prijs, plan van aanpak, organisatie van een klus, milieuvriendelijkheid.”

In 2005 kreeg Dolmans een boete van 3 ton van de Nederlandse Mededingingsautoriteit vanwege prijsafspraken met andere bedrijven. Door procederen werd dat bedrag teruggebracht tot 50.000 euro. Janssen zegt dat er geleerd is van die bestraffing.

Voor de toekomst schat hij in dat het bedrijf nog twee keer zo groot kan worden. „Maximaal”, zegt hij.

Duitsland is dichtbij, maar lastig. „Duitsers zijn zelf ook erg goed in het vak en bovendien behoorlijk chauvinistisch. Willen we daar een rol van betekenis gaan spelen, dan zullen we dat via een paar goede acquisities moeten doen.”

    • Paul van der Steen