De hitte is de grootste tegenstander

Met tempraturen van wel 37 graden is ‘s avonds onder een dak spelen een groot voordeel op de Australian Open.

Argentina's Juan Martin Del Potro drinks water as a ballboy holds an umbrella above him during his match against France's Paul-Henri Mathieu at the Kooyong Classic tennis tournament in Melbourne January 9, 2013. REUTERS/David Gray (AUSTRALIA - Tags: SPORT TENNIS) REUTERS

Redacteur Tennis

Amsterdam. Roger Federer en Novak Djokovic zijn vanaf komende maandag niet eens de meest gevreesde tegenstanders op de Australian Open in Melbourne. De tennisprofs zullen met voorspellingen van 37 graden Celsius allereerst de strijd tegen de verzengende hitte moeten zien te winnen. Gevaren als oververhitting, uitputting en kramp liggen op de loer. „Het voelde alsof mijn benen tweehonderd kilo wogen”, verzuchtte de Chinese tennisster Na Li deze week na een partij in Sydney.

Tennissers die op de baan eenmaal worden bevangen door de hitte zijn vaak gedwongen op te geven. Het overkwam Michaëlla Krajicek in 2006 in de derde ronde op de Australian Open tegen de Française Amélie Mauresmo. De destijds 17-jarige Nederlandse tennisster barstte door maag- en hoofdpijn in tranen uit en trok zich terug.

De huidige Nederlandse deelnemers Robin Haase, Igor Sijsling, Kiki Bertens en Arantxa Rus zijn voor het eerste grandslamtoernooi van het jaar ingeseind door bondsarts Babette Pluim. „Hoe je omgaat met het weer is vooral een kwestie van een goede voorbereiding”, zegt Pluim vanaf het bondsbureau in Amersfoort. „Zo is het bijvoorbeeld zaak om op tijd naar Australië te vertrekken. Als je in de voorbereiding eerst een ander toernooi speelt kun je aan de omstandigheden wennen.”

Oud-tennisser Richard Krajicek beaamt de woorden van Pluim. „Je hebt als tennisser altijd minimaal een paar dagen nodig om aan de hitte te wennen”, stelt de voormalige Wimbledonkampioen. „Ik kan me nog wel herinneren dat ik in Melbourne op het centre court trainde met Todd Woodbridge en er na een half uur mee kapte. Het was zestig graden ofzo. Wat dat betreft zijn de toppers die de komende week ’s avonds onder een dak mogen spelen zwaar in het voordeel.” De profs die tot de bijbanen zijn veroordeeld, zullen volgens Pluim verschillende voorzorgsmaatregelen moeten nemen. Belangrijkste is om fit aan het toernooi te beginnen.

Het is volgens Pluim zaak te voorkomen dat de lichaamstemperatuur tijdens een partij te veel stijgt. Boven de 41 graden kan er serieus gezondheidsgevaar ontstaan. Organen kunnen dan onherstelbare schade oplopen. „Het is dus belangrijk dat het lichaam afkoelt. Tijdens een partij gebeurt dat door te zweten. Het helpt dan als je voor en tijdens een partij voldoende drinkt. Daarbij kun je ook zout gebruiken”, aldus Pluim. „Verder kunnen tennissers tijdens wisselbeurten koelvesten aantrekken. Of handdoeken met ijsblokjes in de liezen en op de polsen leggen. Daar zitten de grote bloedvaten vrij oppervlakkig.”

De bondsarts zat in het verleden talloze malen langs de baan om tennissers onder tropische omstandigheden bij te staan. „Ik heb één keer jaren geleden bij een Nederlands kampioenschap voor junioren meegemaakt dat een jongen overal kramp kreeg. Toen werden mensen langs de kant wel even zenuwachtig. ”

De organisatie van de Australian Open hanteert tijdens het toernooi een Extreme Heat Policy. Daarbij wordt niet alleen naar de temperatuur gekeken, maar ook naar de luchtvochtigheid. Partijen worden in extreme omstandigheden in principe alleen na een gespeelde set onderbroken. Bij wedstrijden van vrouwen en junioren kan besloten worden dat er na de tweede set een pauze van tien minuten wordt ingelast. Bij het mannentoernooi bestaat die mogelijkheid niet. „De spelersvakbond van de mannen [ATP] vindt dat omgang met de omstandigheden bij het spel hoort”, verduidelijkt Pluim.

De verschillende spelersvakbonden en de internationale tennisfederatie gaan in 2013 een onderzoek instellen naar het spelen bij verschillende temperaturen. Volgens Pluim lopen tennissers minder risico’s dan andere sporters zoals hardlopers die langdurig achter elkaar in beweging zijn. „Het is natuurlijk een voordeel dat tennissers pauzes kunnen nemen”, zegt ze. „Rolstoeltennissers met een dwarslaesie zijn wel een risicogroep. Die hebben namelijk een verstoorde warmteregulatie.”

De KNLTB gaat met de Engelse bond in samenwerking met de afdeling Fysiologie van het UMC Nijmegen de verrichtingen van de rolstoeltennissers volgen. Die krijgen een temperatuurpil waardoor de lichaamstemperatuur constant wordt gemeten. Want de bond wil voorkomen dat Nederlandse toprolstoeltennissers van de hitte verliezen.

    • Koen Greven