Boosaardig sprookje met veel leutigheid

Hanneke Hendrix: De verjaardagen. De Geus, 287 blz., € 19,95.***

Wie heeft het niet gedaan op z’n zestiende: even aan het ouderlijk gezag ontsnappen en in de plaatselijke kroeg een paar glazen alcohol achterover slaan. Ook Marie uit De verjaardagen doet dit, maar ze moet het meteen bezuren. Ze wordt door de lokale bruut dronken gevoerd en vervolgens mishandeld en verkracht in het gore wc’tje van het café. Bont en blauw geslagen, en later zwanger bovendien, zit ze de volgende dag tegenover haar ouders. De zoon waarvan Marie negen maanden later bevalt, Boris, zal uitgroeien tot een terrorist met een aanzienlijke staat van dienst.

Het opvallende is nu dat De verjaardagen helemaal niet het horrorachtige of hoogdramatische boek is dat bovenstaande samenvatting doet vermoeden. Het is kwiek en zelfs vaak ronduit leutig geschreven, en bevat nu niet direct de toon die je bij een boek met zulke zware thematiek zou verwachten. In een klein dankwoordje achterin de roman bedankt Hanneke Hendrix café In De Blaauwe Hand, dat haar onderdak verleende om haar debuut te ‘typen’ (Ben je schrijfster? Nee, typiste.).

De trek-eens-aan-mijn-vinger-achtige humor en de slapstickachtige taferelen die de meeste jus aan haar roman geven, suggereren dat er in het dranklokaal vooral carnavalsmuziek moet hebben opgestaan. De meligheid gebruikt Hendrix waarschijnlijk om het verhaal niet ‘te zwaar’ te maken. Daarnaast zal ze er de domheid en vooringenomenheid van de geschetste dorpsgemeenschap mee willen bespotten.

Overal in De verjaardagen loert het achterdochtige oog van de dorpspomp, klaar om iedereen de morele maat te nemen. Boris legt het als puber aan met Lies, een meisje met een zware huidaandoening. Ook zij is wat je ‘een ongelukje’ zou kunnen noemen: haar moeder, consequent ‘de bakkersvrouw’ genoemd, liet zich op een wilde lentedag door een vlotte barman bevruchten. In Boris neemt de duivel het over wanneer hij als puber ontdekt dat Sjef, de man die hij voor zijn vader hield, niet zijn verwekker blijkt te zijn. Hij neemt afstand van zijn vrienden (wat let, hij steekt ze op brute, maar voor de lezer ook onverklaarbare wijze neer) en onteert zijn moeder omdat ze, zoals hij het zelf fijntjes uitdrukt, een ‘hoer’ is.

Tussen de gekwetste kinderen, Boris en Lies, ontstaat dan een affaire die wel iets wegheeft van Bonnie & Clyde. Lies wacht ’s nachts verliefd af met welke daad van vandalisme Boris de buurt nu weer zal opschrikken. Boris ontpopt zich in feite tot het tegenovergestelde van Joe Speedboot: hij komt niet als een meteoor het dorp binnen om fantastische uitvindingen in elkaar te sleutelen, hij probeert aan het dorp te ontkomen door het te verwoesten.

Het hoogtepunt wordt bereikt wanneer Boris met slechts een paar stuks gereedschap een trein laat ontsporen. Door pure schrik overlijden hierdoor een non en een pater, maar, geheel in de lijn van dit boek, wordt de impact hiervan de kop ingedrukt door de suggestie dat die toch net met elkaar in bed lagen te rommelen.

Een boosaardig sprookje is het, dit debuut, dat soms goed uitpakt, bijvoorbeeld bij het neerzetten van de kwade vlam die in Boris zit. Maar over de hele linie wordt het boek te veel gekenmerkt door vage intenties. Wil Hendrix de lezer schrik aanjagen? Daar is het te vrijblijvend voor. Wil ze ons gewoon vermaken met een wilde kermisrit door een saai landschap? Daar lijkt een roman van bijna 300 pagina’s niet het uitgelezen medium voor te zijn. Uiteindelijk is het een cocktail van Buster Keaton, New Kids, Flodder en Alex van Warmerdam. Daar zit zoals u ziet geen schrijver tussen.