Welkom terug mts!

ROC Zadkine en het Albeda College willen zich omvormen tot kleinere, gespecialiseerde ‘mbo- colleges’, zo werd gisteren bekend.

Redacteur Onderwijs

Vaarwel roc, welkom terug mts! ROC Zadkine en het Albeda College, Rotterdamse mbo-scholen met respectievelijk 18.000 en 22.000 leerlingen, maakten gisteren bekend dat zij gaan onderzoeken of ze zich kunnen opsplitsen in vijf tot acht instellingen die gespecialiseerd zijn in het onderwijs op één vakgebied. Kleinere scholen dus, in plaats van grotere, zoals decennialang de trend is geweest.

Deze stap was tot voor kort ondenkbaar, maar in het middelbaar beroepsonderwijs is men de afgelopen jaren door schade en schande wijs geworden. De regionale opleidingscentra (roc’s) die door ruim twintig jaar fuseren zijn ontstaan, blijken moeilijk bestuurbare kolossen waar docenten en leerlingen zich niet altijd goed thuis voelen. En het bedrijfsleven is ook ontevreden, omdat het niet de juiste vaklui krijgt aangeleverd.

De onstuimige groei zorgde er in een aantal gevallen voor dat scholen zwaar in de problemen kwamen. Het bekendste voorbeeld is Amarantis, dat vorige zomer ten onder ging en noodgedwongen werd opgesplitst in vijf kleinere scholen. ROC Zadkine zit ook met een fiks tekort, als gevolg van te dure gebouwen en te weinig studenten, maar werd kort voor de jaarwisseling door minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA) gered met een lening van vijftig miljoen euro.

Luc Verburgh, de vorig jaar aangetreden nieuwe collegevoorzitter van Zadkine, benadrukte gisteren dat de besprekingen met het Albeda College niet zijn ingegeven door de financiële nood waarin zijn school verkeerde. „We zijn deze zomer bij elkaar gaan zitten om te bekijken wat nu het beste was voor het middelbaar beroepsonderwijs in Rotterdam: voor de docenten, de leerlingen en voor het bedrijfsleven.”

Ook Anja van Gorsel, de bestuursvoorzitter van het Albeda College, is relatief kort op haar post. En dus kon er gepraat worden zonder dat oud zeer en vaste gewoontes een rol speelden. De andere opties die ter tafel kwamen – fuseren tot één school of het onderling uitruilen van opleidingen – bleken al snel onwenselijk. Toen bleef opsplitsing over: terug naar de tijd van meao en mts. In april moet het onderzoek naar de haalbaarheid ervan afgerond zijn.

De reacties op het voornemen van Zadkine en het Albeda College zijn positief. Hugo de Jonge, wethouder Onderwijs in Rotterdam, sprak van een stap die getuigt van durf en een scherpe visie. „Met kleinere ‘mbo-colleges’ kiezen Albeda en Zadkine voor de menselijke maat, voor kleinschalige en herkenbare scholen met een duidelijke eigen identiteit.”

Minister Bussemaker reageerde ook instemmend, zij het iets voorzichtiger. „Het kan onder geen beding de bedoeling zijn kleine instellingen te creëren die bestuurlijk topzwaar zijn”, liet haar woordvoerder weten. Oftewel: Bussemaker wil niet dat er straks acht mbo-scholen ontstaan met elke hun eigen dikbetaalde bestuurscollege dat zich in auto’s met chauffeur door de stad laat rijden.

Is dit voornemen tot opsplitsing het begin van het einde van het fenomeen ‘roc’? Wellicht, maar de Rotterdamse situatie is uniek. Zadkine en het Albeda hebben samen zoveel leerlingen dat het mogelijk is om een aantal levensvatbare kleinere scholen te creëren. Dat is niet in elke stad of streek in Nederland het geval. De duurderde mbo-opleidingen, die vooral in de technische sector te vinden zijn, hebben een minimum aantal leerlingen nodig om rendabel te zijn.

Maar de stap van deze twee reuzeroc’s is niettemin een teken aan de wand. Ooit waren er in Rotterdam meer dan honderd mbo-scholen. Dat werden er twee. Daarmee is eigenlijk niemand gelukkig. De toekomst lijkt aan gespecialiseerde opleidingen, beperkt van omvang.

Groot is uit: kleiner is nu de mode.