We zijn juist wel decennia trots geweest op Nederland

Zijn we zo ontevreden omdat er een banvloek rustte op nationalisme? Welnee. We waren juist trots op ons ‘gidsland’, betoogt Geert Somsen.

In een essay analyseert Bas Heijne de toestand van hedendaags Nederland (NRC Handelsblad, 31 december). Hij duidt het klimaat van onvrede en opstand deels als een reactie op de politiek-correcte banvloek die lang gerust heeft op „het eigene”, de volksverbondenheid door „ras, cultuur, nationaliteit”. Decennialang mochten we niet trots op Nederland zijn. Nu moet de elite die dat verbood het ontgelden.

Dit klinkt plausibel, maar het is toch niet vol te houden. De Leitkultur van vóór de Fortuynrevolte was niet gespeend van nationaal sentiment. Nederland zag zichzelf als gidsland, als baken van openheid en tolerantie en als koploper in liberaal beleid. Wij waren wel degelijk trots – op het idee dat we het chauvinisme voorbij waren. Internationale gerichtheid was de nationale identiteit. Niet een gebrek aan nationalisme kenmerkte ons, maar een paradoxaal soort internationalistisch nationalisme.

Dat is overigens niet ongebruikelijk voor een kleine natie. Wie op het wereldtoneel weinig voorstelt, kan kiezen: men betracht bescheidenheid, of men buigt de eigen kleinheid om tot een voordeel. Juist wie geen machtspolitiek kan voeren, kan zich presenteren als vrij van corruptie en eigenbelang. Juist wie geen spierballen kan tonen, kan gelden als thuishaven voor universele waarden. Ook Zweden, Zwitserland, Noorwegen en België maakten deze keuze.

De Leidse jurist Cornelis van Vollenhoven riep al in 1910 op tot een dergelijke bestemming. Nederland moest een algemeen centrum worden voor bemiddeling tussen staten en onze marinehavens moesten de thuisbases worden voor een internationale vredesmacht die als een wereldpolitie de orde handhaafde. Zijn ideeën zouden uiteindelijk terechtkomen in de Grondwet van 1983, die – heel ongebruikelijk – bevordering van de internationale rechtsorde tot een taak maakte van de regering.

Het hoofddoel van die rol gold de natie zelf. Voor Van Vollenhoven was zijn missie zelfs de enige manier om de glorie van de Gouden Eeuw te doen herleven. Militair was werelddominantie niet langer mogelijk, maar als internationaal bemiddelaar zou Nederland groter kunnen worden dan ooit tevoren. Daar was wel voor nodig dat het land een reputatie opbouwde van beschaving en eerlijkheid, tolerantie en openheid. Dat was de nationale opdracht en die zou de nationale identiteit gaan bepalen.

Vanaf de jaren zestig werd dit een leidend idee. Het ging om een vorm van nationalisme, compleet met projecties op het verleden. De Gouden Eeuw was niet langer de tijd van de VOC en de oorlog tegen de Spanjaarden, maar van Mokum als vrijplaats voor vrijdenkers, vluchtelingen en Joden. Erasmus en Spinoza vervingen Michiel de Ruyter en Piet Hein. Het kerntrauma van de Tweede Wereldoorlog was niet langer de bezetting van het vaderland, maar het racisme van de Holocaust.

We hoorden graag dat het buitenland steevast onze voorbeeldrol roemde van liberale vooruitstrevendheid en de redelijkheid van ons euthanasie-, abortus- en gedoogbeleid. De stap van Nederland gidsland naar Nederland transportland was makkelijk gezet. Zelfs het voetbal gold als superieur. Oranje won vaak niet; het had vaak wel ‘het betere spel’, of was ‘de morele winnaar’.

De laatste tien jaar is dit veranderd. ‘Openheid’ wordt geassocieerd met het openzetten van de grenzen. ‘Tolerantie’ is een ander woord geworden voor wegkijken. Internationalisme geldt als een linkse hobby van grachtengordelbewoners die geen idee hebben wat het is om werkelijk tussen buitenlanders te leven.

Maar met het internationalisme verwerpt men ook de basis van het nationalisme dat daarop stoelde. Een nieuwe grond is niet meteen voorhanden. Gaan we terug naar het Holland van de blauwgeruite kiel? Te ouderwets. Liggen onze nationale roots in democratie en verzorgingsstaat, zoals Jan Marijnissen voorstelt? Dat zal alleen onder de SP draagvlak vinden. Of vinden we onze identiteit in de officiële Canon van Nederland, in vijftig vignetten? Te divers om te dienen als bindmiddel.

Wellicht dat daarom opstandigheid gepaard gaat met verwarring.

Geert Somsen doceert geschiedenis aan de Universiteit Maastricht en is medesamensteller van de recent verschenen bundel Neutrality in Twentieth-Century Europe: Intersections of Science, Culture, and Politics after the First World War (New York en Londen: Routledge Publishing, 2012).

    • Geert Somsen