Verzet tegen reproducties neemt af

In de tentoonstelling met reproducties van Rembrandt zijn kleuren en formaten in ‘originele staat’ gebracht. De critici zijn er minder fel over.

Een groot beeldscherm op een kleine tafel staat in de hoek van een souterrain aan de Czaar Peterstraat in Amsterdam. Hier, in de opslagplaats van media- en entertainmentbureau Local World heeft beeldbewerker Michiel Lust alle reproducties gemaakt voor de tentoonstellingen Van Gogh: My dream exhibition in de Beurs van Berlage en de eind december geopende Rembrandt: all his paintings in Magna Plaza.

Het afgelopen half jaar heeft Lust urenlang doorgebracht met Rembrandt-kenner Ernst van de Wetering. Hij laat zien hoe hij met de emeritus hoogleraar alle 325 werken die deze aan Rembrandt toeschrijft, heeft bewerkt zodat ze er op ware grootte uitzien zoals ze het atelier van Rembrandt verlaten zouden hebben.

Allereerst heeft hij beeldbewerkingskunstjes als ontspikkelen en het weghalen van zweem toegepast op de reproducties die ze uit musea of andere bronnen hebben verzameld. „Waarbij je op moet passen dat je geen details weghaalt, zoals kleine cijfertjes die Rembrandt als legenda gebruikte.”

Met röntgenopnamen en vakliteratuur op schoot hebben Lust en Van de Wetering gepoogd de originele kleuren terug te brengen in de werken die door de eeuwen heen door restauraties, vergeeld vernis, craquelures en andere invloeden zijn aangetast. Lust haalt een reproductie van Zelfportret aan de ezel uit het Louvre tevoorschijn dat vol craquelures zit, die hij weer helemaal heeft ‘hersteld’ tot een helder beeld.

Zo hebben ze ook samen schilderijen teruggebracht naar hun oorspronkelijke omvang. Zo groot als de Nachtwacht nu in Magna Plaza hangt, hangt hij niet in het Rijksmuseum. Van de Wetering en Lust hebben, op basis van de replica die Gerrit Lundens in de 17de eeuw maakte, weer de stukken aan de zijkanten en bovenkant ‘teruggeplaatst’ die er bij een verhuizing naar het stadhuis in 1715 af zijn gesneden. Het schild met de namen van de schutters, dat later is toegevoegd, hebben ze juist weer weggehaald. De kleuren hebben ze opgefrist, nadat ze in restauraties in vorige eeuwen juist donkerder gemaakt waren.

Van de Wetering kan bij een rondleiding over de tentoonstelling helemaal lyrisch zijn over deze veranderingen. Hij is alleen al groot voorstander van het gebruik van reproducties, omdat hij zo alle werken die hij aan Rembrandt toeschrijft bij elkaar kan laten zien.

Maar in de museale wereld is lang niet iedereen enthousiast over reproductietentoonstellingen. Niets kan de beleving van het originele schilderij vervangen, zo is de gedachte.

Zes jaar geleden keerde Axel Rüger, directeur van het Van Goghmuseum, zich in de internationale Art Newspaper tegen de reproductietentoonstelling die Local World in het Rembrandtjaar had gemaakt. Rüger stelde dat reproducties nooit de meerdere dimensies van een schilderwerk, de variaties in schilderstreken en de omgang van de schilder met materiaal en doek goed kunnen weergeven. Rüger, die destijds de kwaliteit van de kopieën ondermaats vond, wil niet ingaan op de vraag of zijn standpunten zijn gewijzigd. Zijn opmerkingen betroffen de tentoonstelling van toen, laat hij weten.

De meningen over reproducties schuiven, omdat ze door technologische ontwikkelingen steeds beter van kwaliteit worden. Rudi Fuchs, onder meer voormalig directeur van het Stedelijk, was in 2006 ook sceptisch. Maar dinsdagavond tijdens een debatavond in De Balie in Amsterdam zei hij de nieuwe Rembrandttentoonstelling „prima” te vinden. „Alles wat helpt om kunstwerken beter te begrijpen, is fantastisch. Deze vorm is er nu en die moet je dan ook zo goed mogelijk uitbuiten. Dit is pas de eerste stap.”

Directeur Ralph Keuning van museum De Fundatie in Zwolle stelde dat de kwaliteit weliswaar beter is geworden, maar bekritiseerde de twee tentoonstellingen „omdat je je moet afvragen of je daar museumpje van reproducties mee moet gaan spelen”.

Musea, die vroeger hun rechten sterk beschermden, zijn scheutiger geworden met het delen van reproducties van de werken in hun bezit via hun eigen websites, zoals de Rijksstudio van het Rijksmuseum, of via Google Art waarbij ze iedereen de kans geven gratis alles met die werken te doen wat ze willen.

Voor Lust was de Rembrandt-tentoonstelling zijn tweede klus. Voor de Van Goghreproducties heeft hij samengewerkt met de Canadees David Brooks. „Bij Van Gogh heeft zich veel vuil verzameld in de dikke verflagen en daardoor tonen ze doffer en wordt het licht verstrooid. Dat hebben we weggehaald”, vertelt hij. Bovendien gebruikte Van Gogh ook wel chemische pigmenten die ‘niet stabiel’ zijn. „Van Gogh wist dat deze zouden vervagen, weten we uit zijn brieven, maar hij vond het heldere rood zo mooi. Die helderheid hebben we teruggebracht.”