Veel loyalisten voelen zich bedreigd in hun Britsheid

Het is onrustig in de Noord-Ierse hoofdstad Belfast, sinds het stadsbestuur besloot niet meer dagelijks de Britse vlag te voeren. Gaat het om verzet van protestanten die vrezen voor het verlies van hun identiteit of om een groepje jonge onruststokers?

Protestantse betogers in Belfast zijn op weg naar het stadhuis. Ze demonstreren tegen het besluit van het gemeentebestuur om de Britse vlag alleen nog op speciale feestdagen te hijsen. Foto AP

Ze zien er vaak niet ouder uit dan zestien. Hun gezichten verscholen achter sjaals en onder capuchons. Zodra het donker wordt, zwermen ze uit over de Newtownards Road in Oost-Belfast. Ze gooien met lege bierflesjes, stenen, vuurwerk, benzinebommen. Achter hen giechelende meisjes, even oud, met de Britse vlag om hun schouders gedrapeerd. De politie staat stevig bepantserd klaar om ze te incasseren.

Dat is het beeld van de Noord-Ierse hoofdstad Belfast dat nu al weer zes weken de wereld overgaat. Gisteravond was het rustiger, maandag schoot de politie nog met plastic kogels op een menigte. Het doet misschien denken aan de Troubles, de dertig jaar van gewelddadige conflicten tussen protestanten en katholieken, die het leven kostte aan ruim 3.600 mensen. Maar het is een demonstratie om een vlag.

Althans, zo begon het op 3 december. Toen besloot de gemeenteraad van Belfast dat de Britse vlag niet langer 365 dagen per jaar boven het stadhuis zou wapperen. Alleen nog op achttien officiële vlagdagen – zoals gisteren de 31ste verjaardag van prins Williams echtgenote Kate.

Voor protestante loyalisten voelde het als verraad. De Union Jack staat voor hen gelijk aan trouw aan het Britse koninkrijk. In protestante arbeiderswijken als de Short Strand, en rond de Castlereagh en Shankill Road wappert de Union Jack overal. En bij wat de bewoners interfaces noemen, de raakvlakken tussen protestante en katholieke straten, wordt het protestante territorium afgebakend door de Britse vlag.

„Het steekt dat het nu juist de vlag op dát gebouw moest zijn, het meest prominente in het land”, zegt Dominic Bryan, directeur van het Institute for Irish Studies. Hij deed onderzoek naar het huidige en vroegere gebruik van symbolen in Noord-Ierland. Veel loyalisten hebben het gevoel dat hun Britsheid wordt bedreigd, zegt hij. „Dat ze stukje bij beetje hun identiteit moeten afstaan.”

Dat gevoel werd vorige maand nog eens versterkt door de publicatie van de volkstelling van 2011, waaruit bleek dat de protestanten voor het eerst geen meerderheid meer vormen in het land. Nog 42 procent van de 1,8 miljoen Noord-Ieren noemt zich protestant.

Toch twijfelt Bryan of de rellen daar om draaien. „Vorig jaar was juist bij uitstek een jaar waarin Britsheid werd gevierd: we hadden het regeringsjubileum van koningin Elizabeth, de Olympische Spelen.” Hij denkt dat de demonstranten die in december de straat op gingen daartoe waren opgejut: „Tijdens de Oranjemarsen in juli werden er pamfletten uitgedeeld. Ook ik kreeg er één.”

Tekenend is dat er gisteren, bij het hijsen en strijken van de Britse vlag boven het stadhuis – op journalisten na – niemand aanwezig was. De relschoppers vertoonden zich pas weer bij het vallen van het duister in Oost-Belfast. En iedereen wijst erop dat zij maar een kleine groep vormen. De Belfast Telegraph zette het gisteren met grote cijfers in perspectief: Oost-Belfast heeft 80.000 inwoners (281.000 totaal in hoofdstad), van wie er maandag naar schatting 250 op straat waren.

In Oost-Belfast noemen ze de onrust „beschamend”. De eigenaresse van een groentewinkel in Orangefield Lane zegt het met een zucht. Net als veel bewoners geeft ze liever haar naam niet, uit angst voor represailles van „die hooligans”. De vlag noemt ze „geen prioriteit”. Begrijp haar niet verkeerd: „Het is fijn om deel te zijn van Britse rijk.” Maar dat hoef je niet kenbaar te maken met geweld. „Dat hebben we genoeg gehad.”

„Waarom moest de gemeente de zaak oprakelen?”, vraagt de vijftigjarige Janice Sweet zich af. Maar ze vindt de rellen vooral de schuld van ouders die hun kinderen buiten laten ‘spelen’. Zij houdt haar 14- en 15-jarige kinderen binnen, laat ze weten dat het „absoluut niet cool” is om met stenen naar politie te gooien. „Toen ik opgroeide, werden we voortdurend gefouilleerd. Ik mocht nooit naar het centrum uit gevaar voor bommen. Daar willen we toch niet naar terug?”

„Dit gaat niet over de vlag. Ik wist zelf niet eens dat die het hele jaar wapperde”, zegt ook de protestante commentator Alex Kane. Hij signaleert dat de demonstranten zich gemarginaliseerd voelen, en een excuus zochten om dat kenbaar te maken: „Het concept van vrede houdt voorspoed in. Dat geldt niet voor deze wijk.”

De investeringen in het gebied rond het vorig jaar geopende Titanic-museum, ten noorden van Oost-Belfast, hebben op de inwoners van de Short Strand geen effect gehad. Er heerst nog steeds hoge werkeloosheid. „Maar ze zien anderen – katholieken – wel in dure auto’s en pakken, en voormalige katholieke paramilitairen die politicus zijn geworden”, zegt Kane.

Dat is deels perceptie. In katholieke arbeiderswijken is de werkloosheid ook hoog. Maar het verschil is dat katholieke jongeren beter zijn opgeleid en betere banen vinden, zegt historicus Gareth Mulvenna, een katholiek die onderzoek deed naar de protestante arbeidersklasse. „Omdat katholieken van oudsher werden gediscrimineerd, wisten ze dat onderwijs de enige kans op verbetering betekende. Dat geven ouders hun kinderen nog altijd mee.”

Een ander verschil is dat de katholieken zich vertegenwoordigd weten door de politiek, zegt Mulvenna. Sinn Féin heeft altijd aansluiting gehad met de working class, terwijl de Democratic Unionist Party van premier Peter Robinson uit de middenklasse voortkomt en daardoor niet goed begrijpt wat er in de arbeiderswijken speelt: „Het treurige is dat de rellen hen ook geen stem geven.”

En het verklaart ook niet waarom er juist rellen in Oost-Belfast zijn en niet bijvoorbeeld rond Shankill Road, ook een loyalistische arbeiderswijk met een hoge werkeloosheid. De politie verdenkt het paramilitaire Ulster Volunteer Force ervan het geweld te organiseren. En de jongeren in de Short Strand, geboren ná het Goede Vrijdag-akkoord, zijn er vatbaar voor. De paramilitairen worden als helden beschouwd, zegt Mulvenna, die in de wijk woonde.

„Nu is het de vlag, morgen iets anders”, zegt hij. Hij noemt het recreational rioting, rellen als hobby.

Is er een oplossing? Commentator Kane zegt: „Zodra je iets forceert, zoals nu met de vlag, dan kan ontevredenheid worden uitgebuit.” Maar hij is optimistisch. Hij wijst op de volkstelling. Ruim 20 procent van de bevolking gaf aan zich Noord-Iers te voeren: „Niet Brits. En niet Iers. Het komt goed.”

    • Titia Ketelaar