Uitstrijkje detecteert ook andere tumoren

Het uitstrijkje dat vrouwen laten maken om zich te laten controleren op baarmoederhalskanker kan ook worden gebruikt voor het opsporen van baarmoeder- en eierstokkanker. Dat zou met een aanvullende DNA-test kunnen schrijven Amerikaanse onderzoekers onder leiding van Bert Vogelstein vandaag in het vakblad Science Translational Medicine.

Bij het klassieke uitstrijkje schraapt een arts wat cellen van het slijmvlies op de grens van baarmoederhals en baarmoedermond. Onder de microscoop wijzen ‘onrustige cellen’ op de aanwezigheid van een tumor. Bij patiënten met baarmoeder- en eierstokkanker zijn er ook altijd wat cellen van hun tumoren in het uitstrijkje aanwezig.

Aanvullend DNA-onderzoek wordt in de Nederlandse uitstrijkjes binnen afzienbare tijd al ingevoerd om humaan papillomavirus (HPV) aan te tonen. Baarmoederhalskanker ontstaat pas na een HPV-infectie. Daarom is het zinvol om te controleren of dat virus aanwezig is.

Het team van Vogelstein denkt dat een DNA-test alle gynaecologische kankers in één keer kan vangen. De onderzoekers identificeerden eerst mutaties in het DNA van tumorcellen van 24 patiënten met baarmoederkanker en van 22 met eierstokkanker. Van al deze patiënten was een uitstrijkje beschikbaar. Vervolgens zochten ze of diezelfde mutaties ook in de cellen in het baarmoederslijmvlies voorkomen. Dat bleek het geval: de DNA-test werkte bij alle baarmoedertumoren en bij 40 procent van de eierstoktumoren.

In een begeleidend commentaar plaatsen Amerikaanse gynaecologen kritische kanttekeningen bij de test. Eierstoktumoren komen nu vaak heel laat aan het licht, en het lijkt erop dat deze DNA-test ook niet goed is in de detectie hiervan. De onderzoekers hopen dat ze hieraan nog wat kunnen doen door op nog meer mutaties te screenen.