Uitstel van keuzes over zorgbeleid is onverstandig

Het heet solidariteit. Nederlanders met een hogere opleiding en dus meestal een hoger inkomen betalen meer aan zorgpremies dan ze zelf aan zorgkosten maken. Voor mensen met lagere inkomens met alleen een lagere opleiding geldt het omgekeerde.

Verrassend is deze constatering niet, in de dinsdag verschenen CPB-notitie De prijs van gelijke zorg. Solidariteit is de basis van het zorgstelsel in Nederland en ook van de sociale zekerheid. Wie zijn hele werkende leven WW-premie betaalt maar nooit werkloos raakt, profiteert niet van dat systeem. Maar hij kan moeilijk een pechvogel worden genoemd.

Zo geldt dat ook voor de zorg. De gezondere hogeropgeleide kan het als een aangename compensatie ervaren voor zijn hoge, solidaire bijdrage aan het stelsel dat hij gemiddeld elf tot dertien jaar langer leeft dan de lageropgeleide.

Hét probleem met de zorg is de alsmaar groeiende ‘consumptie’ ervan. Die uitgaven stijgen sneller dan het inkomen en de verwachting is dat deze trend de komende jaren niet zal veranderen.

Het aardige van de CPB-publicatie zijn de concrete getallen die erin voorkomen. Bijvoorbeeld dat wie een hbo- of vwo-opleiding heeft genoten jaarlijks zijn leven lang gemiddeld 1.900 euro meer aan het zorgstelsel betaalt dan het ‘profijt’ dat hij ervan trekt.

De maatschappelijke en politieke opwinding die ontstond toen het kabinet aanvankelijk van plan was om premies meer inkomensafhankelijk te maken, liet zien dat de solidariteit onder druk komt naarmate de financiële gevolgen ervan worden geconcretiseerd.

De CPB-notitie drukt het kabinet en het parlement nog eens op het gegeven dat ongewijzigd beleid voor de volksgezondheid, die voor 83 procent collectief wordt gefinancierd, geen optie is. Dat was het kabinet trouwens al bekend, gezien de ingrepen die het van plan is uit te voeren.

Er moeten dus keuzes worden gemaakt. Bijvoorbeeld de keuze om minder voorzieningen via volksverzekering AWBZ te betalen. En/of voor een kleiner basispakket in de zorgverzekering.

Vergrijzing en steeds geavanceerdere zorg drijven de kosten steeds verder op. Linksom of rechtsom moet aan die stijging een halt worden toegeroepen wil er genoeg geld overblijven voor andere bestedingen, zowel particuliere als collectieve.

Het prijsmechanisme is de beste methode om de vraag naar zorg te beteugelen. Dat betekent: hogere eigen bijdragen, minder ‘gratis’ hulpmiddelen. Het vermoedelijke neveneffect zal zijn: minder verspilling in de zorg. Onder handhaving van een systeem waarvan solidariteit een kenmerk blijft.