Trekt TVM kopman Kramer voor?

Bij de EK allround zijn ‘jager’ Jan Blokhuijsen en ‘prooi’ Sven Kramer vanaf morgen de favorieten. Een duel tussen koning en troonpretendent.

Sven Kramer (voor) en Jan Blokhuijsen twee weken geleden bij de NK allround. Links coach Gerard Kemkers. Foto Vincent Jannink/ANP

Het laatste waar TVM behoefte aan heeft, een dag voor de start van de EK allround, is onrust. De schaatsploeg heeft de twee belangrijkste gegadigden voor de titel immers zelf onder contract. En dus onderstrepen Jan Blokhuijsen, Sven Kramer en hoofdcoach Gerard Kemkers vooral dat de twee beste allrounders ter wereld zo goed zijn omdát ze voor dezelfde ploeg rijden.

De koning en de troonpretendent – dagelijks zwepen Kramer en Blokhuijsen elkaar op naar nieuwe hoogten. Maar wie het duo de afgelopen jaren op de voet volgde, zag de verhoudingen tussen de twee langzaam veranderen. Blokhuijsen is inmiddels zo sterk geworden dat hij een rechtstreekse bedreiging is gaan vormen voor Kramer, tot voor kort de onbetwiste kampioen. „Ik daag Sven uit”, klinkt het uit de mond van Blokhuijsen.

En dat geeft soms wrijving. Anderhalve week geleden, tijdens de afsluitende tien kilometer op de NK allround in Thialf, wond Blokhuijsen zich op over het feit dat zijn directe tegenstander Kramer ook de rondetijden van hem kreeg te zien. Die ongebruikelijke openheid maakte elke ‘verrassingsaanval’ van Blokhuijsen bij voorbaat tot een farce. „Die openheid was van tevoren afgesproken”, zei Kramer. „Ik wist daar niets van”, riposteerde zijn uitdager.

Mocht Blokhuijsen eigenlijk wel winnen van kopman Kramer, vroeg een journalist van het AD aan hoofdcoach Kemkers. „Een vraag die in 2013 qua domheid al niet meer kan worden verslagen”, antwoordde die gepikeerd. En gisteren tijdens een persconferentie in Oranjewoud: „Ik ben met beide jongens bezig om olympisch goud te halen en kampioenschappen te winnen.”

De gelederen zijn weer gesloten. Blokhuijsen: „Er zijn genoeg woorden aan vuil gemaakt, denk ik. Het is groter gemaakt dan het is.” Kemkers: „We hebben het besproken. En we kwamen tot de conclusie dat wij ons nergens druk over maken en dat de pers er te veel over schrijft.”

Maar toch. Twee alpha dogs in één ploeg, dat geeft onvermijdelijk machtsstrijd en irritaties. De Amerikaan Shani Davis weigerde in het verleden met dezelfde coach te werken als zijn land- en ploeggenoot Chad Hedrick. In uiterste instantie kan een coach slechts aan één schaatser echt loyaal zijn, stelde hij in deze krant in 2007. Is de kritiek van Blokhuijsen op het rondebord een uiting van twijfel aan de loyaliteit van coach Kemkers? „Gerard zit natuurlijk een beetje in een spagaat”, zegt Bart Veldkamp, tot vorig jaar trainer bij TVM.

Zelf voerde de olympisch kampioen van 1992 in het verleden ook regelmatig hevige strijd met ploeggenoten als Ben van der Burg of Rintje Ritsma. „In die onderlinge strijd laat je de ander soms dingen niet zien. Dan ging je een training anders doen of thuis harder trainen. Om toch maar dat verschil te maken.”

Blokhuijsen eist bij TVM meer ruimte om eigen dingen te doen. Zo trainde hij van de zomer met de shorttrackploeg van Jeroen Otter en kiest hij zijn eigen voeding. Met enig gevoel van triomf vertelde Blokhuijsen gisteren dat hij de moeder van Kramer was tegengekomen in de ‘bioshop’, waar ze kokosvet kocht. „Je merkt dat er meer gekeken wordt naar de keuzes die jij maakt. Dat is wel een leuke ontwikkeling. Je wordt als een serieuze bedreiging gezien.”

Ook voor Kramer is een nieuwe situatie ontstaan. Met Carl Verheijen en Wouter Olde Heuvel had hij weinig te vrezen van de nummer twee in zijn ploeg. Met Blokhuijsen (23) is dat anders. Zijn prestatiecurve stijgt steiler dan die van Kramer, en uitgerekend op diens territorium: de vijf kilometer en het allrounden.

Maar Kramer laat zich niet zomaar opzijzetten als nummer één van de TVM-ploeg waarin hij al sinds 2005 rijdt. Zijn persoonlijk manager, Patrick Wouters van den Oudenweijer, is tevens ploegmanager. Vanaf het begin werkt Kramer nauw samen met Kemkers, hoewel hij vorig seizoen ook openlijk flirtte met concurrerende coaches. Tot irritatie van Kemkers, die echter ook beseft dat hij zijn grootste successen juist haalde met Ireen Wüst en Kramer. Het maakt hun relatie hecht.

Blokhuijsen beseft dat hij door de bestaande hiërarchie moet breken om nummer één van de wereld te worden. „Het wordt tijd om te winnen”, stelde hij in oktober zelfbewust. „Sven speelt spelletjes”, zei hij toen Kramer klaagde over blessures en hem naar voren schoof als favoriet voor het NK. Geïrriteerd? „Het geeft gewoon aan dat het spannender wordt”, sprak hij gisteren. „Dan moet hij misschien iets meer spelletjes spelen.” Opnieuw zelfbewust, net als bij zijn openlijke onvrede over de ‘rondebordentactiek’ bij het NK.

„Het is goed van Jan dat hij problemen uitspreekt”, vindt Veldkamp, die bij TVM een aparte band had met Blokhuijsen. „Daarmee is de angel uit het conflict. Als je niets zegt en er de tering in houdt, gaat het etteren. Dan heb je er zelf ook veel langer last van. Jan heeft veel levenslessen meegekregen in het verleden [de moeder van Blokhuijsen overleed toen hij twaalf was]. Hij is zich zeer bewust van zijn eigen zijn en zijn kunnen.”

„Concurrentie is goed om baanbrekend te presteren”, zei Kemkers, die ook bij de EK zelf de coaching van Kramer zal doen en de begeleiding van Blokhuijsen aan assistent Rutger Tijssen laat. „Ze stimuleren elkaar het hele jaar door”, zegt Veldkamp. „Anders waren ze nooit zo goed geweest. Al kan het op een gegeven moment zijn dat iemand op eigen benen wil staan om te kijken of hij de ander dan wel kan verslaan.”

Zolang Blokhuijsen Kramer niet heeft verslagen blijven de verhoudingen in evenwicht. Maar Blokhuijsen laat Kramer dagelijks voelen dat hij niet zal rusten voordat die balans in zijn richting is omgeslagen. De vraag is of Kramer de „gezonde rivaliteit”, zoals hij het gisteren omschreef, dan nog steeds kan zien als de ideale manier om beter te worden. Op de vraag of er een moment kan komen dat de concurrentiestrijd binnen de ploeg niet meer goed is voor beiden was zijn antwoord veelzeggend: „Dat zou kunnen, ja.”

    • Maarten Scholten
    • Rob Schoof