Rotterdam kiest ‘het beste’

Een nieuwe paradox in het onderwijs: samen kleiner verdergaan. Twee roc’s in Rotterdam willen zich opsplitsen in vijf tot acht mbo-colleges.

ICT-praktijkles op het mbo. De roc’s Zadkine en Albeda willen kleinere mbo-colleges, bijvoorbeeld voor techniek, zorg en ICT. Foto Arie Kievit

Nee, het is geen gedwongen huwelijk. Luc Verburgh, de vorig jaar aangetreden collegevoorzitter van ROC Zadkine, wilde dat goed duidelijk maken. Het plan om zich samen met het Albeda College om te vormen tot kleinere, gespecialiseerde mbo-colleges is niet ingegeven door de financiële nood waarin Zadkine verkeert. „Onze toekomst is veiliggesteld door de lening van vijftig miljoen euro die we van het ministerie van Onderwijs hebben gekregen.”

Op een persconferentie lichtten Verburgh en Anja van Gorsel, de bestuursvoorzitter van het Albeda College, gisteren hun plannen toe. Verburgh: „We zijn deze zomer bij elkaar gaan zitten om te bekijken wat nu het beste was voor het middelbaar beroepsonderwijs in Rotterdam; voor de docenten, de leerlingen en voor het bedrijfsleven.”

Ook Van Gorsel zit nog niet lang op haar post. En dus kon er gepraat worden zonder dat oud zeer en vaste gewoontes een rol speelden. De andere opties die ter tafel kwamen – fuseren tot één school of uitruilen van opleidingen – bleken al snel onwenselijk. Toen bleef opsplitsing over: terug naar de tijd van meao en mts. In april moet het onderzoek naar de haalbaarheid ervan afgerond zijn.

De verwachting is dat er vijf tot acht levensvatbare mbo-colleges te destilleren zijn uit ongeveer vierhonderd opleidingen die Zadkine (19.000 leerlingen) en het Albeda College (21.000 leerlingen) nu aanbieden. Het is nog onduidelijk wat de gevolgen voor de werkgelegenheid op beide scholen zullen zijn. Ook daarover moet nader onderzoek uitsluitsel geven.

De reacties op de geplande samenwerking zijn positief. Hugo de Jonge, wethouder van onderwijs (CDA) in Rotterdam, sprak van een stap die getuigt van durf en een scherpe visie. „Met kleinere mbo-colleges kiezen Albeda en Zadkine voor de menselijke maat, voor kleinschalige en herkenbare scholen met een duidelijke eigen identiteit.”

Minister Bussemaker reageerde ook instemmend, zij het iets voorzichtiger. „Het kan onder geen beding de bedoeling zijn kleine instellingen te creëren die bestuurlijk topzwaar zijn”, liet haar woordvoerder weten. Oftewel: Bussemaker wil niet dat er straks acht mbo-scholen ontstaan met elke hun eigen dikbetaalde bestuurscollege dat zich in auto’s met chauffeur door de stad laat rijden.

ROC Zadkine en het Albeda College verkeren in een unieke positie om tot schaalverkleining over te gaan, benadrukte Van Gorsel. „Wij hebben samen genoeg leerlingen om ons op te kunnen splitsen en dan toch nog levensvatbare scholen over te houden.” Vooral voor de duurdere, technische opleidingen is een minimum aantal leerlingen nodig om financieel rendabel te kunnen operen, zei Verburght. „Binnen een roc kunnen de verliezen van zo’n opleiding worden gecompenseerd; als zo’n school op eigen benen staat, niet.”

Mocht straks in april besloten worden inderdaad verder te gaan met kleinere mbo-colleges, dan betekent dat niet dat zij helemaal niet zullen samenwerken, benadrukte Verburgh. „Voor overleg met de gemeente en voor de inkoop is het handig als deze instellingen in een corporatie of vereniging of een ander soort samenwerkingsverband samen optrekken. Dat is wel zo handig. Maar daarnaast hebben ze dan alle vrijheid om hun onderwijs in te richten op de manier waarop dat het best aansluit bij de wensen van leerlingen en het bedrijfsleven.”

    • Bart Funnekotter