Nederland moet nu niet stimuleren, Duitsland wel

Raak niet in paniek: als internationale, open economie moet Nederland doorgaan met bezuinigen. Dijsselbloem zit op het goede spoor, vindt Sweder van Wijnbergen.

Economen zijn een verwarrend volkje. Weten ze 60 jaar na Keynes nog steeds niet of budgettair stimuleren in een recessie goed of slecht is voor economisch herstel? ’s Werelds meest prominente academische duif, professor aan MIT en de hoofdeconoom van het IMF, Olivier Blanchard, preekt al sinds het faillissement van Lehman meer budgettaire expansie, uit angst voor een verslechterende wereldeconomie. Voorspelfouten van het IMF leken samen te gaan met onverwacht zware bezuinigingen, waaruit hij concludeerde dat het negatieve effect groter was dan eerder aangenomen. In Nederland is CPB-directeur Teulings een aanhanger van Blanchard. En nu komt diezelfde Blanchard met een nieuwe analyse, blijkt het toch wel weer mee te vallen en vraagt hij zich af of er toch maar bezuinigd moet worden.

Net als in dat andere technisch-economische debat, over de rekenrente bij waardering van pensioenverplichtingen, valt het wel mee met meningsverschillen tussen de echte specialisten. Het ware antwoord ligt genuanceerd en is niet zo zwart-wit voor of tegen als het Nederlandse debat doet vermoeden. Er zijn omstandigheden waarin fiscaal stimuleren goed werkt. Amerika is een goed voorbeeld. Obama heeft tekorten laten ontstaan waar zelfs Wouter Bos van zou schrikken en de schuldenratio (schuld over nationaal product) tot dicht bij 100 procent laten oplopen. Maar de Amerikaanse economie groeit weer sinds 2009 en koerst definitief naar herstel.

Doet Europa het dan fout met zijn bezuinigingen? Moet Dijsselbloem Bos achterna, die in drie jaar een van Zalm geërfd overschot van 1 procent naar een tekort van bijna 6 procent liet omslaan? Duitsland volgde dit recept niet en kwam desalniettemin veel beter door de crisis dan wij. Dat in diezelfde periode van Bos ook de grootste krimp optrad in de geschiedenis van de Nederlandse nationale rekeningen zou tot voorzichtigheid moeten manen. Academisch onderzoek geeft aan dat effectiviteit van fiscaal stimuleren afhangt van omstandigheden die per land en per situatie verschillen. De vraag moet niet zijn: ‘ben je Keynesiaan of niet’, maar: ‘zijn nu in Nederland (Duitsland, Europa) de omstandigheden gunstig voor fiscaal stimuleren?’

Voor Nederland spelen drie factoren mee. Allereerst: Nederland is een veel opener economie dan de VS of Duitsland. De statistieken overdrijven dat door de speciale positie van Rotterdam en de gigantische doorvoerhandel met weinig Nederlandse toegevoegde waarde, maar kleine landen zijn altijd veel opener dan grote landen. Gemiddeld scheelt dat een ruime factor twee: handel is ongeveer 20 procent van het nationaal product in de VS, maar tegen de 50 procent bij ons, na opschoning voor het Rotterdameffect. Dat verschil wordt groter wanneer we kijken naar marginale effecten: duurzame goederen zijn het eerste slachtoffer van tegenwind, maar in tegenstelling tot de VS (en Duitsland) komen die bij ons volledig uit het buitenland. Afgezien van een kleine distributiecomponent worden auto’s en wasmachines hier niet meer gemaakt. Die bestedingen aanjagen helpt de Nederlandse werkgelegenheid dus niet.

Een tweede complicerende factor is de schuldpositie. In landen met een ongunstige schuldpositie (hoog en stijgend) spelen negatieve kapitaalmarkteffecten die het direct stimulerende effect van overheidsstimulering weer onderuit kunnen halen. Wij zijn geen Griekenland, maar het speelt wel. Waar Zalm over twaalf jaar de schuld van 80 procent van het nationaal product tot ongeveer 40 procent reduceerde, ging die winstonder Bos voor ruim de helft weer overboord en is de schuld in Nederland ondertussen weer bijna 80 procent. De desalniettemin historisch lage rente op Nederlandse schuld komt door vertrouwen dat tekorten toch weer teruggebracht zullen worden.

Het laatste punt komt uit recent door de krediet crisis geïnspireerd onderzoek en heeft te maken met de gezondheid van het banksysteem. Een eerdere IMF-hoofdeconoom (Rogoff) heeft aangetoond dat recessies langer duren als kwakkelende banken aan de rem hangen. Mijn eigen onderzoek gaat daarop door en geeft aan dat in landen waar scherp op herstel van bankbalansen gestuurd is dat Rogoff/Reinhart-effect wel meevalt, maar in landen waar het beleid ondergekapitaliseerde zombiebanken gecreëerd heeft, stimuleren veel minder effectief is. Daar ligt ook een verschil met de VS: het Amerikaanse banksysteem is volgens het IMF veel gezonder dan de banken in Europa – in de VS is eerder en harder ingegrepen.

In Europa staat nog steeds voor honderden miljarden lucht in de boeken. Overheidsstimuleringen verliezen hun effectiviteit wanneer het bedrijfsleven (of de consument) de kredieten niet kan krijgen die nodig zijn om van die stimulering te profiteren. Bankiers zelf geven aan dat de lage kapitalisatie nu nog geen rem vormt, maar dat wel gaat worden als de economie aan zou trekken; precies de situatie waar blijkens mijn recente onderzoek negatieve effecten van overheidsstimuleringen op kunnen treden.

Alles optellend is het advies aan Dijsselbloem: geen reden tot paniek. Nederland is geen Griekenland op de rand van de afgrond, juist omdat er een stabiel op sanering gericht beleid ligt sinds minister De Jager. Zet dat door zonder daar bij elke tegenvaller paniekerig vanaf te wijken. Reken je niet rijk aandromen over begrotingsmultipliers, die zijn praktisch zeker niet relevant voor Nederland nu, maar blijf stabiel op gezonde financiën koersen zonder weg te vluchten in extra bezuinigingen of juist tekorten weer op te laten lopen in de hoop herstel aan te jagen.

Voor Duitsland ligt het anders. Duitsland groeit langzaam, maar heeft het komende jaar een begrotingsoverschot en een dalende schuldratio. Daar is dus wel ruimte en is, vanwege de andere, geslotener structuur van de economie vergeleken met Nederland, een groter effect van stimuleringsmaatregelen te verwachten. Angela Merkel mag wat expansiever, maar Dijsselbloem zit conservatief op het goede spoor.

Sweder van Wijnbergen is hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam.

    • Sweder van Wijnbergen