‘Muziekhufters’? Nee, dit is serieus onderzoek

Twaalfjarigen die graag naar alternatieve muziek luisteren zouden als puber meer vernielen en vaker stelen. Ligt het echt zo simpel?

Als kinderen op 12-jarige leeftijd vooral naar hiphop, metal, gothic, punk, trance of technomuziek luisteren, zeggen ze op 16-jarige leeftijd vaker dat ze weleens iets stelen of vernielen dan kinderen die van andere muzieksoorten houden. Dat blijkt uit onderzoek van Utrechtse wetenschappers, gepubliceerd in Pediatrics (februari). Het stuitte op internet op skepsis en hoon. Is dat terecht? Vijf vragen over deze studie.

1Zeker weer zo’n Diederik Stapel-achtig onderzoekje?

Onderzoeksleider Tom ter Bogt: „Wat denken mensen die zoiets zeggen, dat ik jarenlang data heb zitten vervalsen?” Nee, dat denken ze waarschijnlijk niet, maar misschien denken ze aan Stapels ‘vleeshuftersonderzoek’, dat zou hebben aangetoond dat vlees mensen egoïstischer maakt. Vlees eten en egoïsme lijken wellicht even ver uiteen te liggen als muziek luisteren en vandalisme. En beide studies lijken oppervlakkig gezien stigmatiserend.

Alleen: het ‘vleeshuftersonderzoek’ was slecht opgezet, niet goed door de co-auteurs gecontroleerd, nooit door vakgenoten beoordeeld (niet peer reviewed) en zelfs niet uitgevoerd (de data waren verzonnen). Het Utrechtse muziekonderzoek is een vier jaar durende studie onder ruim 300 pubers, gepubliceerd in een peer reviewed internationaal wetenschappelijk tijdschrift.

2 Oké, dus luisteren naar bepaalde muziek maakt kinderen crimineel?

Dat beweren de onderzoekers niet. „Muzieksmaak is een indicator, een soort thermometer, voor later klein crimineel gedrag”, zegt Ter Bogt. „En we hebben het niet over zware probleemgevallen, maar over normaal probleemgedrag in de adolescentie. Als je kinderen van harde, onconventionele muziek houden, kun je er eigenlijk wel vanuit gaan dat ze ook weleens dit soort gedrag zullen gaan vertonen.” Dat gaat meestal vanzelf weer over. „Muziek verbieden heeft sowieso geen zin.”

3 Maar hun gedrag is niet onderzocht, we weten toch alleen wat de kinderen zéggen dat ze doen?

Dat klopt en het kan inderdaad dat sommige kinderen opscheppen en dat andere dingen verzwijgen. Maar omdat de vragenlijsten anoniem werden afgenomen denkt Ter Bogt dat dat wel meevalt. Co-auteur Loes Keijsers noemt zo’n vragenlijst bij kleine criminaliteit het geschiktste instrument. „Dit is een geaccepteerde aanpak in de criminologie en ontwikkelingspsychologie. Bijna geen van deze delicten komen namelijk terecht in politiecijfers en ze zijn ook niet te vangen in slachtofferenquêtes.” Je kunt het dus moeilijk anders onderzoeken.

4 Wat hebben we eigenlijk aan dit onderzoek?

Het gaat om gedrag waar mensen veel last van hebben, zegt Ter Bogt: „Autospiegels eraf trappen, bushokjes vernielen, winkeldiefstal. Meestal met een experimenterend karakter, maar je moet het wel in de gaten houden.” Bijvoorbeeld opletten met wie je kinderen omgaan. „En wij waren verbaasd dat muziekvoorkeur op 12-jarige leeftijd zó’n voorspellende waarde heeft, zelfs na correctie voor sekse, opleidingsniveau en betrokkenheid met school.” Muzieksmaak van 12-jarigen voorspelt zelfs beter of pubers op hun 16de af en toe iets stelen of vernielen, dan (steel- en verniel)gedrag op 12-jarige leeftijd dat voorspelt.

Dat opstandige kinderen van opstandige muziek houden, was bekend, maar de Utrechtnaren komen nu met een verfijnderde theorie: „Kinderen gaan op jonge leeftijd, als ze nog goed door de ouders in de gaten worden gehouden, al naar hun eigen favoriete muziek luisteren. Vervolgens zoeken pubers elkaar op op basis van muziekvoorkeur. En we weten dat jongeren in groepen elkaars gedrag versterken. Kinderen die van onconventionele muziek houden, houden meer van sensatiezoeken en onconventioneel gedrag.” Die versterken elkaar dus dáárin.

5 Wat vinden collega’s?

Keith Roe (KU Leuven) doet al sinds de jaren 80 onderzoek naar dit onderwerp. „En ja, het was altijd al controversieel”, lacht hij wrang. Hij noemt het Utrechtse artikel „een interessante bijdrage ” en vindt het heel goed dat de Utrechtenaren de scholieren vier jaar lang gevolgd hebben. „Zulk langlopend onderzoek is kostbaar en nodig.” Wel vindt hij het jammer dat niet gedetailleerder is gevraagd naar problemen op school. Die hangen volgens hem ook samen met muzieksmaak en met delinquent gedrag.

    • Ellen de Bruin