Misschien kan de steur ooit terugkeren

In Europa is de steur vrijwel verdwenen. Uit onderzoek blijkt dat ze via Rotterdam naar zee zwemmen. Maar daar is wel minder voedsel.

Nederland, Kekerdom, 10-5-2012 In de Waal wordt de steur uitgezet. In een bak water zwemt een exemplaar waarbij goed de zender te zien is op het achterlijf, waarmee de vissen gevolgd kunnen worden. Foto: Flip Franssen

Steuren zwemmen van de Rijn naar zee via de Nieuwe Waterweg. Ze laten het Haringvliet in de zuidwestelijke delta links liggen. Dat blijkt uit onderzoek naar het gedrag van bijna vijftig vissen die vorig voorjaar werden uitgezet in de Waal bij Nijmegen.

Dat de steuren de zuidwestelijke delta mijden, is volgens de onderzoekers logisch, maar niet gewenst. Logisch omdat de hoofdstroom sinds de bouw van de Deltawerken niet meer langs de brede, ondiepe wateren in het zuidwesten voert. Maar niet handig voor de vissen, omdat de Rotterdamse haven en de Nieuwe Waterweg minder geschikt zijn voor jonge steuren. Het is er te smal, te diep, en er is minder voedsel te vinden.

De resultaten van het onderzoek tonen het belang aan van de openstelling van de Haringvlietdam, bedoeld om trekvissen gemakkelijker te laten passeren. Over deze kwestie ontstond de afgelopen jaren een conflict tussen Nederland en andere landen langs de Rijn. Het vorige kabinet schrapte een oud besluit om de dam te openen. Te duur, vond men. Na protest kwam het kabinet daarop terug. „Wij hopen dat de dam daadwerkelijk op een kier wordt gezet”, zegt onderzoeker Niels Brevé van Sportvisserij Nederland, de organisatie die zich samen met natuurorganisatie ARK en het Wereld Natuur Fonds sterk maakt voor een terugkeer van de steur.

Van de 47 losgelaten steuren hebben er minimaal 22 de Noordzee bereikt. Brevé is daar blij mee. „Dat aantal is gewoon goed.” Alle steuren, gekweekt in Frankrijk, waren via een operatie voorzien van een transponder in hun buik.

Van negentien steuren zijn signalen opgevangen. Zes steuren zijn als bijvangst in de netten van garnalenvissers op de Noordzee beland. Ze zijn verspreid langs de Nederlandse kust aangetroffen. De exemplaren zijn door vissers gemeld en teruggezet. Van drie van de zes steuren waren eerder ook signalen opgevangen. Het lot van de andere vissen is onzeker. Hun zender kan kapot zijn. „Of ze kunnen schuin over de detectie heen zijn gezwommen. Dat noemen we dwarsliggers”, aldus Brevé. Eén van de steuren is zes dagen na de uitzetting zonder kop aangetroffen. Vermoedelijk is deze in een scheepsschroef terecht gekomen.

Het experiment moet leiden tot een grootscheepse herintroductie van de steur in Nederland. Dat zou kunnen, nu de rivieren veel schoner zijn dan in de jaren vijftig, toen de Europese steur uitgestorven raakte. Maar er moet ook voldoende voedsel in de geulen te vinden zijn, en de Haringvlietdam moet gemakkelijker te passeren zijn. Nu nog is het geen ramp dat de steuren via Rotterdam naar zee zijn gezwommen. Maar het is de vraag of ze over enkele jaren de weg terugvinden naar de rivieren om er te paaien. Mannetjes keren na tien jaar terug in de rivier, de vrouwtjes na twaalf. Hun nakomelingen trekken na enkele jaren op hun beurt naar zee. Jonge steuren hebben twee tot drie jaar nodig om te wennen aan de overgang van zoet naar zout water. Dat acclimatiseren lukt alleen in een estuarium, zoals de zuidwestelijke delta.

    • Arjen Schreuder