Kirill Petrenko maakt droomdebuut bij KCO

HetConcertgebouworkest

probeert regelmatig nieuwe dirigenten uit. Maar een droomdebuut als dat van Kirill Petrenko is een zeldzaamheid.

Het concert onder Kirill Petrenko (40) was gisteren het opmerkelijkste dirigentendebuut bij het Concertgebouworkest sinds lange tijd. Dat het orkest voor Petrenko op de toppen van vlamkracht functioneerde – je moet het als nieuwkomer maar gedaan krijgen – leek opeens vanzelfsprekend. Petrenko weet musici én publiek te veroveren omdat hij werkt vanuit een onbetwistbare oermuzikaliteit en een aanstekelijk plezier in het werken met excellent ‘materiaal’.

Fysiek is Petrenko verwant aan Yannick Nézet-Séguin, chef van het Rotterdams Philharmonisch. Net zo klein, maar dan peziger. Zijn slag is rond en sierlijk maar hij zet ook, als Valery Gergjev, wel eens de bibberhand in als middel. Of, als Harnoncourt, de geheven wenkbrauw.

Petrenko’s focus op muziektheater (zie inzetje) werd niet naar de letter, wel naar de geest bediend in Tsjaikovski’s Eerste pianoconcert en Rimski-Korsakovs feeërieke symfonische sprookjessuite Sheherazade.

Soepel liet hij het orkest schakelen tussen broze pianissimi (zo zacht hoor je het zelden) en boertige levenslust. In Tsjaikovski leek het nog de avond te worden van meesterpianist Arcadi Volodos, wiens volumineuze klank en romig legatospel fluwelige voorzetten uitrolde voor het orkest. Maar ook hier was het Petrenko die hem daartoe de ruimte bood en het Concertgebouworkest verleidde tot een zelden gehoorde Russische melancholie.

Concertgebouworkest/K. Petrenko. 9/1 Concertgebouw A’dam. Herh. 10, 11/1. Radio 4: 20/1, 14.15 uur. *****