Is het al zeker?

De premiers Lubbers, Kok en Balkenende lukte het niet, maar in Den Haag én Europa leeft steeds sterker de overtuiging dat een Nederlander binnenkort een belangrijke Europese functie krijgt. En dat terwijl hij pas 9,5 week bezig is aan zijn eerste ministerspost.

Op 21 januari is de eerstvolgende vergadering van de zogenoemde eurogroep. Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem maakt grote kans die avond door zijn Europese ambtgenoten te worden benoemd als nieuwe voorzitter van dit overlegorgaan van eurolanden. Tenzij een land op het laatste moment dwarsligt.

Zijn Ierse collega noemde Dijsselbloem dinsdag openlijk „ready, willing and able” om voorzitter te worden van de eurogroep, die in de loop van de eurocrisis steeds belangrijker is geworden. De vertrekkende voorzitter is de Luxemburgse Europaveteraan Jean-Claude Juncker, een man die door zijn functie een invloed wordt toegedicht die die van zijn land verre overstijgt. Een voorzitter bepaalt de agenda, brengt ruziënde partijen bij elkaar, forceert beslissingen en is op de hoogte van alles dat ertoe doet.

Het betreft overigens een ‘bijbaan’: Dijsselbloem blijft gewoon minister van Financiën en hij zit in die functie nu al bij alle vergaderingen van de eurogroep.

In twee weken tijd kan er nog veel gebeuren. Daarom is Dijsselbloem deze week op ‘ontmijningsmissie’ langs Europese hoofdsteden, zoals een ingewijde in Rome zei (waar Dijsselbloem dinsdag was). Italië en Frankrijk zouden „zeer waarschijnlijk” akkoord gaan met Dijsselbloems benoeming, Duitsland was dat al. Of er echt geen mijnen meer liggen, is pas over anderhalve week met zekerheid te zeggen.