Is de zorgtoeslag ook voor hoge inkomens?

Over het weggehoonde VVD-PvdA-plan voor inkomensafhankelijke premies in de gezondheidszorg kon je veel lelijks zeggen. Maar het plan loste wel twee steeds nijpender problemen op: het stuwmeer aan premiewanbetalers en het rond pompen van bijna 5 miljard euro zorgtoeslag.

Zorgtoeslag én wanbetalers stammen uit 2006 toen de Zorgverzekeringswet is ingevoerd. Die haalde een streep door het onderscheid tussen ziekenfonds en particuliere verzekering. Iedereen boven de 18 jaar moet een (ten opzichte van het ziekenfonds duurdere) zorgpolis kopen bij een verzekeraar naar keuze. De zorgtoeslag was hét politieke en financiële smeermiddel om aantasting van koopkracht vóór te zijn.

Tot zover de theorie. Nu de praktijk. Jaarlijks wordt bijna 5 miljard euro zorgtoeslag rondgepompt. Van alle huishoudens krijgt 60 procent een zorgtoeslag (cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek over 2011). Bij huishoudens met bruto inkomens van 61.500 euro of meer ligt het gebruik van de toeslag afhankelijk van het inkomen op 25 tot meer dan 30 procent. Zij krijgen niet de hoofdprijs, maar was het ook voor hen bedoeld?

Wanbetalers (zes maanden of meer geen premie betalen) vormen een groeimarkt. Hun aantal is opgelopen van 190.210 (eind 2006) naar 296.334 (2 augustus 2012), zo blijkt uit cijfers van verschillende instanties. De openstaande vorderingen moeten honderden miljoenen euro belopen. Veel actuele openbare cijfers over wanbetalers en achterstanden zijn er helaas niet.

Het kabinetsplan voor inkomensafhankelijke premies had schoon schip gemaakt. Door mensen met hogere inkomens meer premie te laten betalen en lagere inkomens dienovereenkomstig minder, kon de zorgtoeslag voor lagere inkomens verdwijnen, evenals het aantal wanbetalers bij een premie van 20 euro per maand.

Dit plan is van tafel, maar de vraag wie de alsmaar stijgende zorgkosten betaalt komt elke dag terug en wordt steeds meer gepolitiseerd. Zie de intense reacties op de beleidsopties die het Centraal Planbureau (CPB) deze week publiceerde.

In het schema van het CPB voor keuzevrijheid is geen ruimte voor een vangnet à la de zorgtoeslag voor al die mensen die uit onvermogen of opzet niet de juiste keus maken. Een deel van de (aankomende) wanbetalers besteedt zijn zorgtoeslag aan iets anders, zoals huur of gas. Wie dat niet betaalt wordt afgesloten of uitgezet, maar zorg wordt altijd verleend. Juist een vangnet à la de zorgtoeslag is duur, weten we sinds 2006. En nooit tijdelijk.

Sterker nog, wanbetalers voeden een banenmachine. Voor onderzoekers, bijvoorbeeld. Zorgminister Schippers stuurde gisteren weer een rapport naar de Kamer. Overheid én zorgverzekeraars hebben zelf al een hele industrie geschapen van controle en repressie, van schuldhulpverlening en boetes. Dat moet groei van wanbetaling bestrijden, maar oplossen lukt niet. Krimpende inkomens kweken nu meer wanbetaling.

Hoogste tijd om eerst die praktische problemen te klaren voordat nieuwe ideologische en politiek verlammende zorgdiscussies uitbreken.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.