Hoe word ik garagerocker in vijf lessen

Les 1

Hou het simpel doeltreffend

Het grootste misverstand over garagerock luidt: het is simpel. Fout, benadrukt traumahelikopter. Het is niet simpel, het is doeltreffend. Lada: „Luister naar rockabilly uit de jaren vijftig, van iemand als Jonnhy Bernett. Die liedjes zijn heel erg leeg. Dat is puur en eerlijk. Wij willen ook strippen naar het minimum.” Van Merlot: „En dan toch knallen.” Lada: „Jay Reatard, echt een held van ons, heeft op zijn vijftiende met een gare taperecorder zijn eerste nummers opgenomen, met enkel een gitaar en wat potten en pannen. Zo hou je de brute essentie van de muziek over.” Maar let op: simpelheid is geen doel op zich. „Het begint met een goed liedje.”

Les 2

Vergeet de bas(drum)

Het strippen tot het minimum geldt ook voor de bezetting. Om te beginnen: de bassist. Dat laag zoemende geronk gaat ten koste van de directheid, aldus Lada. „Mijn schelle ritmegitaar en de vieze sologitaar van Daan zijn genoeg. En laten we wel wezen: bassisten zijn nu eenmaal vaak suffe lullen.”

Blijft over: het drumstel, in de zogeheten stomp set-up: één floortom, één snaredrum en één bekken. Geen hi-hat, geen basdrum, zelfs de drumkruk moet wijken. Van Merlot staat namelijk achter zijn trommels. „Ik kan het iedereen aanraden”, zegt hij. „Je kunt maar een paar ritmes spelen. Het blijft primitief, maar daardoor swingt het eerder. En omdat we op het podium vlak bij elkaar staan, is er ook veel meer interactie.” En er is nog een belangrijk voordeel, grijnst Lada: „Alles past in één auto.”

Les 3

Hou het kort effectief

Op hun debuutplaat mogen uitbarstingen als Room Service en Disappoint You nauwelijks langer dan een minuut duren, toch is het een hardnekkig misverstand dat nummers per se snel en kort moeten zijn. Nee, doceren Lada en Merlot, ze moeten effectief zijn. Vandaar dat tragere balladen als Wolf en Prey/Predator zomaar de magische drieminutengrens overschrijden. Lada: „Het hoeft helemaal niet altijd snel. Elk liedje moet zeggingskracht hebben.”

Dat wil niet zeggen dat er geen tijdslimiet bestaat. Zo werden drie nummers die voor de plaat waren opgenomen alsnog weggegooid. „Je eerste plaat moet ook een statement zijn. En live proberen we ook alles in een half uur te proppen.” Van Merlot: „Ik kan me ook niet voorstellen dat een optreden 45 minuten zou duren.” Lada: „Dat hou ik nooit vol.”

Les 4

Hou het spontaan

Van Merlot: „Onze plaat is in een week opgenomen. Alle muziek stond na twee dagen al op de band.” Lada: „Je moet je er niet blind op staren. Het gaat erom dat je de energie en spontaniteit weet te vangen.” Van Merlot: „Het moet zijn zoals je het op dat moment voelt. Zo gaat het ook op het podium. Daar hebben we ook nooit een setlist.” Lada: „We bedenken ter plekke wat het volgende nummer wordt en roepen dat naar elkaar. Bands die grappen of buiginkjes instuderen, dat heeft voor mij niets met muziek te maken. Keep it real. Gitaar inpluggen en spelen! Die oprechtheid moet op alle vlakken terugkomen: muziek, teksten, bezetting, optreden.” En in de presentatie, vult Van Merlot plechtig aan, want: „Te veel dresscode is te veel carnaval.”

Les 5

Koester je tienerhaat

Lada: „De teksten moeten aansluiten bij de rauwheid en de intensiteit van de muziek. Fuck you, dat komt meteen weer zo vervelend over. Ik loop ook echt niet de hele dag overal tegenaan te schoppen. Maar ik zoek dat gevoel wel op als ik liedjes schrijf: jeugdige onzekerheid, broken teen spirit, recalcitrantie.”

Van Merlot, tevreden: „De woede, verveling, depressiviteit en teenage hate spatten ervan af. Daar herken ik mezelf wel in. Sinds mijn dertiende ben ik anti-alles. Dat is altijd zo gebleven. Misschien is het alleen maar erger geworden.” Lada: „Dat gevoel van wij drieën tegen de wereld. Dat is gewoon lekker.”