Frans besef over crisis ontluikt

Ook Frankrijk lijkt nu te beseffen dat er ingrepen nodig zijn om de kwak-kelende economie te stimuleren. Is er een ‘his- torisch akkoord’ op til?

Werknemers van Virgin Megastore demonstreren op de Champs-Élysées in Parijs. Foto AFP

De Franse werkloosheid loopt hard op. Volgens nieuwe Europese cijfers zat 10,5 procent van de beroepsbevolking in november al zonder werk, tegen 5,4 procent in Duitsland. Meer dan een kwart van de Franse jongeren zit thuis.

In zijn oudejaarstoespraak beloofde president François Hollande daar „koste wat het kost” voor het eind van 2013 verandering in te brengen. De vooruitzichten zijn goed, stelde hij tevreden vast. Maar, opperde hij voor de zekerheid, „de staat is niet de enige speler” die de negatieve spiraal kan keren. Dat is in Frankrijk, waar de overheid soms bovennatuurlijke kwaliteiten worden toegekend, geen mis te verstane waarschuwing.

In een ultieme poging om tot een akkoord te komen zitten daarom vandaag en morgen werkgevers- en werknemersorganisaties na gestrande onderhandelingen in december opnieuw rond de tafel. De werkgevers willen meer flexibiliteit om bij economische tegenwind van personeel af te kunnen komen, zonder hoge kosten en lange rechtszaken. De vakbonden willen vooral meer zekerheid voor mensen met kortlopende contracten.

De kans op een „historisch akkoord”, waar Hollande sinds zijn aantreden op hoopt, is klein. Twee van de vijf bonden verwerpen elke vorm van flexibiliteit en hebben aangekondigd een akkoord dat daarvan rept sowieso te verwerpen.

Voorzitter Laurence Parisot van werkgeversvereniging Medef is „pessimistisch”. Hollandes minister van Arbeid heeft aangegeven dat als de partijen er deze week niet uitkomen, de regering sowieso voor eind februari met een wetsvoorstel komt, met mogelijk stakingen tot gevolg.

Vergaande arbeidsmarkthervormingen die de Franse concurrentiepositie zouden kunnen verbeteren lijken vooralsnog dus niet in zicht, zegt econoom en bankier Gérard Dussillol, die onlangs het boek La crise, enfin publiceerde. Het IMF en de OESO hebben Frankrijk afgelopen maand weer laten weten dat het soort hervormingen, dat in Scandinavië en Nederland in de jaren negentig en in Duitsland aan het begin van deze eeuw werd doorgevoerd, ook voor Frankrijk onvermijdelijk is.

„Hervormingen zijn nodig om uit de huidige vicieuze cirkel te breken”, zegt ook Dussillol, die verbonden is aan de liberale denktank Institut Thomas More. „Door hoge belastingen en strenge arbeidswetgeving hebben bedrijven niet de financiële ruimte om te innoveren en banen te creëren, waardoor de staat weer voor meer mensen moet zorgen en om dat te kunnen betalen dus weer meer belasting moet heffen”, zegt hij.

Bijna 30 procent van de arbeidskosten gaat in Frankrijk volgens de OESO naar sociale heffingen, tegen 16 procent in Duitsland. Het in oktober aangekondigd belastingvoordeel voor bedrijven gaat Dussillol en andere analisten niet ver genoeg.

Zelfs in economisch gunstiger tijden kampt Frankrijk met een relatief hoge werkloosheid, deels omdat bedrijven niet het risico willen nemen om mensen aan de nemen waar ze bij slechter gesternte moeilijk van af kunnen komen.

„Eigenlijk kun je in Frankrijk het best failliet gaan om van overtollig personeel af te komen”, schertst de Britse Sophie Pedder, die met haar boekje Le déni français (De Franse ontkenning) en haast wekelijkse tv-optredens probeert de Fransen wakker te schudden.

Pedder werkt voor het Britse weekblad The Economist, dat Frankrijk vorige maand onder de kop ‘De tijdbom in het hart van Europa’ op zijn voorpagina het grootste gevaar voor de eurozone noemde. Franse politici reageerden gebeten op de „ultraliberalen” uit Engeland. „In socialistisch Frankrijk zijn investeerders en ondernemers bedreigde diersoorten”, kopte het Amerikaanse zakenblad Forbes deze week. „Frankrijk in vrije val”, schreef het eveneens Amerikaanse tijdschrift Fortune gisteren. Pedder: „Ondanks al deze waarschuwingen lijkt het besef dat Frankrijk al dertig jaar in verval is, nauwelijks door te dringen.”

In die tijd is de staatsschuld opgelopen van 20 procent tot bijna 90 procent van het bruto binnenlands product nu. Geen land in de eurozone heeft hogere staatsuitgaven dan Frankrijk (ruim 56 procent van het bbp) en de beperkte economische groei is de afgelopen jaren goeddeels gerealiseerd door investeringen van de staat. „Om banen te creëren is groei nodig, maar daar ontbreekt het aan”, zegt Dussillol. Frankrijk is wat hem betreft de „zwakste schakel in de eurozone”.

De Franse begroting houdt voor 2013 rekening met 0,8 procent groei, maar optimistisch gestemde economen verwachten in het gunstigste geval voor dit jaar een economie die groeit noch krimpt.

Dussilol: „Na al het slechte nieuws over het nieuwe hoogste belastingtarief van 75 procent en het dreigement van een Franse minister om een bedrijf te nationaliseren, hebben investeerders de verzekering nodig dat Frankrijk de economische crisis serieus neemt. Ik ben niet optimistisch, maar een akkoord tussen werkgevers en werknemers kan helpen.”