Opinie

    • Joris Luyendijk

Een volstrekt ongelijke strijd

Stel je voor dat we na de ramp in Tsjernobyl niet alleen de kerncentrale gewoon weer hadden nagebouwd en aangezet, maar ook het oude management hadden laten zitten?

Dat is in grote lijnen aan de hand met cruciale delen van de mondiale financiële sector, en soms snap ik wel waarom zoveel insiders hier in Londen met zulke minachting spreken over outsiders zoals u en ik; verdienen we onze uitbuiting niet gewoon, als we dit allemaal maar laten passeren?

Ik spreek erover met Bill Harrington, een gespannen maar evident intelligente Amerikaan van begin vijftig. Hij werkte vele jaren bij Moody’s, en voert nu een eenzame strijd tegen de kredietbeoordelaar.

Voor wie niet in de terminologie zit: tot de crisis wisten zakenbanken waardeloze hypotheekportefeuilles om te toveren in superveilige beleggingsinstrumenten doordat kredietbeoordelaars zoals Moody’s er een ‘triple A’-waardering aan gaven. Na de implosie in 2008 stelden de kredietbeoordelaars dat ze enkel „meningen” hadden geuit over die producten. Ze hadden dus geen verantwoordelijkheid, laat staan aansprakelijkheid.

Als je dit leest, word je al boos. Maar houd nog wat woede over voor wat volgt. De kredietbeoordelaars werden destijds betaald door ... dezelfde zakenbanken wiens beleggingsinstrumenten ze moesten beoordelen. En vijf jaar later is dit systeem onverminderd van kracht. Degene die destijds Moody’s leidde is nu ... nog steeds degene die Moody's leidt! Hij verdient zo’n zes miljoen dollar per jaar.

Als in de financiële sector de dynamiek van de vrije markt gold, zouden nu nieuwe kredietbeoordelaars opstaan – zoals er nieuwe restaurants worden geopend in een buurt waar de bestaande restaurants bedorven voedsel serveren. Maar feit is dat Moody’s samen met Fitch en S&P nog altijd 97 procent van de markt controleert. Niemand komt ertussen.

„De kredietbeoordelaars zijn zulke kleine entiteiten in zo’n gigantische sector”, zegt Bill. „Ze zijn als het Panamakanaal. Cruciaal, maar bijzonder klein.” Hij legt uit dat bij de negen grootste kredietbeoordelaars in de wereld samen minder dan vierduizend analisten werken, verspreid over alle aandachtsgebieden: van multinationals tot landen tot financiële instrumenten.

Vergelijk dat met de zakenbank JP Morgan, vervolgt Bill. Daar werkt een kwart miljoen mensen. Het is een volstrekt ongelijke strijd, maar „deze situatie komt de grote spelers in de financiële wereld prima uit. De kredietbeoordelaars zijn een element, dat ze makkelijk naar hun hand kunnen zetten.”

Bill legt uit waarom hij ooit koos voor een baan bij Moody’s. Als homo voelde hij zich slecht op zijn gemak bij de macho zakenbankiers tussen wie hij eerst werkte. Het leek hem zo’n geweldige deal: uitstekend betaald worden voor werk waar de samenleving wat aan had. Want kredietbeoordelaars zijn een cruciale schakel voor investeerders die onmogelijk zelf kunnen gaan uitzoeken en bijhouden hoe solide of riskant een bepaald land, bedrijf of financieel instrument is.

Dat was eind jaren negentig, voordat het management van Moody’s puur op winst ging spelen. Bill beschrijft hoe rond 2006 de boel „giftig” was geworden. „Als een zakenbank een financieel instrument aanbood ter beoordeling, konden we vroeger ‘nee’ zeggen als het niet voldeed. In 2006 kon dat niet meer.”

Waarom doet Bill dit? „Toen ik ontslag nam, heb ik geen vergoeding aangenomen. Dus heb ik ook geen zwijggeld aangenomen.” Moody’s heeft in zijn bestaan nog nooit verlies geleden, weet Bill.

En de belangrijkste investeerder in Moody’s? ‘Meesterbelegger’ Warren Buffet.

De auteur doet in deze column elke donderdag verslag van het leven in de financiële wereld in Londen. Lees meer over de City op: guardian.co.uk/bankingblog

    • Joris Luyendijk